Whip :: Atheist Lovesongs To God

Niet elk nummer dat de genaamde Whip — Jason Merritt voor de vrienden — schrijft, is geschikt voor zijn groepje Timesbold. En dus was een soloplaat onvermijdelijk. Het bizar getitelde Atheist Lovesongs To God is het resultaat en best te pruimen.

Nog steeds slingert Meritts muziek tussen de tristesse en de introspectie van Will Oldham en de occasionele folkuitbarsting zoals we die al eens bij Sixteen Horsepower tegenkomen. Maar het is vooral het eerste dat de hoofdmoot van Atheist Lovesongs To God uitmaakt. Toen Merritt thuiskwam na de laatste Europese tour met Timesbold, viel hij namelijk in een inktzwart gat. Een lethargie overviel hem en pas op het moment dat een bandlid hem een viersporenrecorder gaf en hij langzamerhand weer songs begon te schrijven, raakte hij er weer bovenop.

Wie Timesbold kent, weet wat hij van Merritt mag verwachten: Americana-by-numbers, maar van perfecte kwaliteit. Het is een genre waarbinnen de eenvormigheid soms sterk op de loer ligt, en zeker met een stem als die van Meritt — ze ligt akelig dicht bij die van Bonnie ’Prince’ Billy — is het niet gemakkelijk het verschil te maken. Sterk dus dat het hem dankzij zijn songs lukt.

Jaren geleden was er een post-grungegroepje, For Squirrels, dat met “Mighty K.C.” een rechtstreekse hommage aan Kurt Cobain bracht, Merritt doet het nog explicieter in de “Ballad Of Cobain”. “I slept where Cobain slept/I dreamt where Cobain dreamt/One year I married Cobain”. Voorwaar een vreemde tekst en een onvermoede invloed voor iemand die country lijkt te zweten.

Ideeën haalde Merritt soms wel elders, zo geeft hij grootmoedig toe in het cdboekje. “All songs written by Whip with parts respectfully borrowed from Tom Rapp, Leadbelly, Neil Young, Mick Jagger, John Lennon and several others less obviously”, laat hij optekenen. Hij heeft geluk: ofwel valt het echt niet op, ofwel kennen we gewoon nog niet genoeg van al die vermelde mensen.

Banjogepluk en een gong maken van “Crows” in elk geval een memorabel nummer, en ook opener “One For Fire” mag er zijn. Toch is dit geen plaat waar de afzonderlijke nummers snel een eigen gezicht krijgen. Ze gaan eerder op in een sfeervol geheel, van waaruit een detail je af en toe iets meer opvalt. Zo is de kermisdeun “16th Mission” een buitenbeentje in een cd die voor de rest diepe treurnis uitwasemt.

“Reckless Goodness” zegt op dat gebied alles met zijn Bijbelse metaforiek, maar eigenlijk volstaat de titel al. Goedheid is een riskante zwakheid, waar je zwaar voor betaalt. “Crow” klinkt hierna gek genoeg bijna vrolijk, hoewel Merritts stem geen greintje aan vreugde heeft gewonnen. Dit is een fijn plaatje om enkele winterse uren mee op te warmen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in