Spun




Het is moeilijk om een genre te plakken op een film als ‘Spun’.
Drama, komedie, drugsepos en cynisch pamflet tegelijk, is deze
prent van Jonas Akerlund in feite weinig meer dan een uitgebreide
puzzel aan cinematografische en inhoudelijke invloeden en
voorbeelden. ‘Spun’ bestaat uit gelijke porties ‘Fear and Loathing
In Las Vegas’ en ‘Requiem For A
Dream’
, aangevuld met een rijkelijke dosis Gregg Araki en Larry
Clark. Een explosieve mix, zoveel is zeker, maar de vraag blijft of
het resultaat wel de moeite van het bekijken waard is. Voor mij was
het dat althans niet.

Een echte plot valt er in ‘Spun’ niet terug te vinden. We volgen
Ross (Jason Schwartzmann), tijdens een drie dagen durende
cocaïne-high. Via zijn dealer Spider Mike (John Leguizamo), maakt
hij kennis met Nikki (Brittany Murphy, gespecialiseerd in het
spelen van trailer trash). Nikki’s vriend is The Cook, gespeeld
door de zienderogen aftakelende Mickey Rourke, een verouderd
cowboy-type (wat anders?), die de hele dag drugs zit te fabriceren
in zijn luizige motelkamer. In die mate, zelfs, dat de hond van
Nikki naar de dierenarts gebracht moet worden met een mogelijke
overdosis door de walmen in te ademen.

Ross rijdt drie dagen lang de stad door met Nikki en The Cook,
waarbij hij steeds vergeet dat hij nog een stripper op z’n bed
vastgebonden heeft liggen, tape over haar mond en ogen, een Death
Metal-cd op repeat in de kamer. Dat soort van details verlies je nu
eenmaal uit het oog. Ondertussen krijgt Spider Mike af te rekenen
met de constipatie van zijn vriendin, en met een puisterig pubertje
(Patrick Fugit), die voor een onbetekenend geval van drugsbezit
opgepakt wordt en nu Spider Mike moet verraden om uit de bak te
blijven.

Het hele idee achter ‘Spun’ is de kijker het gevoel te geven
zelf een coke-high te beleven. Er is geen echt verhaal, aangezien
het verstand van de hoofdpersonages veel te chaotisch en verward is
om meer dan enkele minuten aan hetzelfde te denken. Hoe kan er dan
ooit een plot op poten gezet worden die negentig minuten overspant?
Akerlund wil ons geen verhaal vertellen, maar ons een gevoel
verkopen, ons op reis sturen met de personages. Dat is in essentie
hetzelfde idee als dat achter Terry Gilliams fel onderschatte ‘Fear
and Loathing In Las Vegas’, maar waar die film een historische
context had (het failliet van de “love generation” van de jaren
zestig en het resulterende verval van wie daar niet mee kon
omgaan), bevindt ‘Spun’ zich in een thematische leegte. Deze
personages rebelleren nergens tegen, ze hebben geen achtergrond en
ze hebben ook geen waarde als metaforische figuren (wat The Duke en
Dr. Gonzo absoluut wél waren in ‘Fear and Loathing’). Wat we in
essentie dus krijgen, zijn een bende personages die een hele film
lang snuiven als waren ze menselijke stofzuigers, en vervolgens
verschrikkelijke dingen met elkaar en zichzelf gaan doen. Maar wat
is het punt ervan, wat wil men ons daarmee wijsmaken? Dat het erg
slecht gaat met de wereld? Voor die diepzinnige boodschap hoef ik
geen 100 minuten naar dit soort van filmische hysterie te zitten
kijken.

Die hysterie ontstaat in de eerste plaats uit de montage van de
film. ‘Spun’ heeft de eer in het Guinness boek te staan als film
met het grootste aantal cuts ooit. Akerlund wil ons een opgefokt
gevoel geven door elke scène uit elkaar te halen in verschillende
kleine jump cuts. Voorbeeld: John Leguizamo die aan het begin van
de film een deur dichtdoet. Gewoon om dat te tonen, verandert
Akerlund vier keer van camerastandpunt. En zo gaat dat de hele film
door: er wordt razendsnel gemonteerd, verschillende beelden
overlappen elkaar, en op bepaalde momenten gaat men zelfs over naar
(pornografisch getinte) animatiestukjes. Wees maar zeker dat uw
handen zullen beven en uw hoofd op barsten zal staan tegen de tijd
dat dit stukje hyperkinetische cinema aan z’n eind is gekomen.

Die montage is rechtstreeks overgenomen uit ‘Requiem For A Dream’, tot aan de close-ups
van verwijdende pupillen toe, maar waar Darren Aronofsky die
montagestijl op welbepaalde punten van z’n film gebruikte om de
emotionele betrokkenheid van het publiek te verhogen, is die stijl
hier de enige geldige bestaansreden van de film geworden.
Emotionele betrokkenheid is er niet, er is geen enkel personage
waar we iets voor voelen behalve walging. ‘Requiem For A Dream’ was een tragedie, met
een oprecht gevoel van medeleven voor z’n personages. ‘Spun’ is een
diep cynische, zelfs nihilistische komedie, die z’n personages
bestudeert als microben onder een microscoop – en dat met evenveel
interesse of emotie als een professor voor die microben zou
hebben.

We krijgen een moddervette vrouw in een camper die haar zoon
toeschreeuwt dat hij een joint moet brengen, corrupte flikken die
gevolgd worden door een cameraploeg, John Leguizamo die met een sok
over z’n leuter frenetiek staat te masturberen, groene hondjes,
uitgebreide speeches over de perfecte kut en nog veel meer. Stop de
allergekste gevallen die u ooit bij Ruby Wax of Louis Theroux hebt
gezien in een blender, voeg er behoorlijk wat dope aan toe, en dan
krijgt u wel zo ongeveer het volkje dat in ‘Spun’ rondloopt.

Achteraf ben je bekaf. Maar hebt u dan ook een goeie film
gezien? ‘Spun’ is in ieder geval een “love it or hate it”-geval,
maar voor mijn part ben ik hier niks te weten gekomen dat andere
films al niet welbespraakter gezegd hebben. Wie er behoefte aan
heeft om te zien hoe Mena Suvari (van ‘American Beauty’, jawel) na
ettelijke weken eindelijk nog eens haar darmen in werking kan
zetten (met een beeld van de resulterende plons er gratis
bovenop!), weet waar naartoe. Alle anderen kan ik naar de
videotheek sturen voor ‘Fear and Loathing’ en ‘Requiem For A Dream’, twee goeie films die
hier herwerkt werden tot één slechte.

http://www.spunthemovie.com/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

7 − 5 =