2016 staat tegenwoordig geboekstaafd als ‘The year the music died’. Een jaar waarin verschillende van de allergrootste muziekartiesten van de afgelopen vijftig jaar zoals Leonard Cohen en Prince het tijdelijke voor het eeuwige hebben verwisseld. Het droevige startschot van 2016 werd al gegeven op tien januari, de dag dat David Bowie stierf. De consternatie rond zijn onverwachte dood werd enigszins getemperd door het afscheidscadeau dat Bowie twee dagen eerder op de wereld had losgelaten, het album Blackstar. Zes jaar later verrast ‘David Bowie’ ons opnieuw met Moonage Daydream, de eerste officieel geautoriseerde documentaire over de muziekartiest, van de hand van de Amerikaanse documentairemaker Brett Morgen.
Met de zegen van Iman, de vrouw van Bowie, ploegde Morgen zich maar liefst vijf jaar lang door de vijf miljoen items tellende privé- archieven van de overleden Brit. Hierbij stuitte hij op talloze schilderijen, foto’s, films en muziekopnames die bij het brede publiek niet bekend waren. De beeldenpracht was zo immens en de mogelijkheden voor een potentiële documentaire zo groot, dat de Amerikaan er zelfs een hartinfarct aan overhield. Dat de cineast erbovenop kwam, dankt hij aan een Bowie die hem postuum waardevolle lessen leerde over de appreciatie van elke dag.
Net als in Kurt Cobain: Montage of Heck gooit Morgen alle typische stijlelementen van de rockumentary overboord: er zijn geen ‘talking head’-interviews met vrienden en familie van de artiest, noch zijn er experten aan het woord die het een en het ander in context kunnen plaatsen. Er zijn evenmin albumcovers of duidelijke tijdsaanduidingen. Morgen gaat ervan uit dat de juxtapositie van beelden en de associaties die hij hiermee kan oproepen voldoende zijn om de kijker te begeleiden tijdens de levensloop van de extravagante Brit. Hierbij gaat hij vaak bombastisch te werk. Beelden van Ziggy Stardust tijdens een interview, een van de vele personages die Bowie heeft bedacht tijdens zijn carrière, worden gecontrasteerd met korrelige zwartwitbeelden van Britse ‘loonslaven’ die zich naar hun werk haasten. Vervolgens laat hij deze beelden botsen met die uit Metropolis, de beroemde sciencefictionfilm van Fritz Lang, waarin de vrouwelijke robot Maria de werknemers van Metropolis oproept om zich te ontdoen van hun ‘ketenen’. De bedoeling is duidelijk: Bowie wordt hier neergezet als de hogepriester van een nieuwe tijd, een ‘buitenaards wezen’ met een androgyn uiterlijk dat het Britse volk wil bevrijden van een monotoon bestaan.
De vele filmische, theatrale en literaire referenties die door het levensverhaal van Bowie worden geweven om zijn belang te duiden, zijn tegelijkertijd zowel het sterkste punt als de achilleshiel van deze documentaire. Morgen verwacht dat de kijker een vrij stevige culturele bagage met zich meebrengt, niet alleen van het leven van Bowie, maar van de cultuurgeschiedenis in het algemeen. Het gevaar is dan ook niet ondenkbaar dat een grote groep kijkers zich uitgesloten voelt omdat ze de vele culturele referenties niet kunnen plaatsen. Dat zou jammer zijn, aangezien de documentaire ook op een puur intuïtief niveau kan begrepen worden als een worsteling van een muzikant met zijn eigen artistieke identiteit.
Moonage Daydream werpt een blik op het multiversum dat de carrière van David Bowie was. Geen enkele artiest voor en wellicht geen enkele artiest na hem veranderde zo vaak van artistieke richting en was zijn eigen grootste criticaster. Deze ‘prismabenadering’ is niet de eenvoudigste of de volledigste, maar wellicht wel de beste manier om het leven en werk van de man eer aan te doen.