The Big Lebowski


Weinig films van de broertjes Coen hebben zo’n hoge quotability
als ‘The Big Lebowski’. Zowat elke regel dialoog leent zich voor
herhaling, keer op keer opnieuw, en personages als Jesus, een
pedofiele bowler die een erotisch genoegen put uit het spel,
Walter, een Vietnamveteraan met een paar losse steekjes, en
natuurlijk Lebowski, de Dude himself, zijn voorbestemd om
cultfiguren te worden. Zoals alle films van de Coens is ook deze in
de eerste plaats een stijloefening, waarin ze een genre nemen (in
dit geval de komedie) en alle grenzen ervan aftasten – hoever
kunnen ze gaan in hun neigingen naar het surrealistische en zelfs
absurde, voordat ze te ver gaan?

Jeff Bridges, een onderschat acteur die we veel te weinig zien,
speelt hier één van de beste rollen uit zijn carrière, als Jeff
Lebowski, beter bekend als The Dude. The Dude is een wandelend
anachronisme uit de jaren zestig, een hippie die zijn tijd besteed
aan bowlen, blowen en “de occasionele lsd-flashback”. Hij is de
meest luie man van Los Angeles, iemand met absoluut geen ambities
of wensen, behalve dan dat iedereen hem met rust laat en zich met
z’n eigen zaken bemoeit. Een held voor onze tijd, enfin.

Die rust wordt verstoord wanneer twee vechtersbazen zijn huis
binnenvallen, z’n hoofd in de wc duwen en op z’n tapijt pissen. De
twee zijn op zoek naar een miljonair wiens vrouw schulden heeft
gemaakt bij de verkeerde mensen. The Dude, die woont in een
puinhoop vol debris uit de jaren zestig en marihuana-perifernalia,
is geen miljonair. Wanneer de slechteriken dit inzien, vertrekken
ze weer, maar The Dude zit nu wel met een urinevlek in z’n
tapijt.

Hij gaat klagen bij de echte Lebowski, een arrogante miljonair
die hem z’n kantoor buitenzet, en als logische reactie op de
bolwassing die hij krijgt helpt hij zichzelf aan het mooiste tapijt
dat hij in de woning kan vinden. Kort daarna wordt de veel jongere
echtgenote van Lebowski (Tara Reid, voor ‘American Pie’), ontvoerd,
allicht door dezelfde mensen die The Dudes tapijt bevuilden.
Aangezien The Dude de enige is die hen zou kunnen herkennen, wordt
hij ingelijfd om het losgeld te brengen.

Dat is het begin van een plot die zowat alle richtingen tegelijk
uitdobbert, en die vrijwel onmogelijk na te vertellen is in minder
dan de twee uur die de film duurt. Er komen Duitse nihilisten aan
te pas, een vaginale kunstenares genaamd Maude (een heerlijke
Julianne Moore), en de niet te onderschatten bijdrages van de beste
bowlingvriend van The Dude, Walter (John Goodman).

Wie wil klagen dat de film stuurloos lijkt, alsof de Coens niet
weten welke richting ze precies uitwillen, kan maar beter beseffen
dat dat ook precies de bedoeling was. Net zoals The Dude passief
achterover leunt en toekijkt naar wat er allemaal met zijn leven
gebeurt, doen de makers van deze film schijnbaar geen enkele moeite
om een duidelijke structuur aan te brengen, een vorm waarbinnen de
personages bestaan en handelen.

Aan het begin van de film wordt The Dude voorgesteld als “dé man
voor onze tijden,” waarbij er gerefereerd wordt aan het begin van
de jaren negentig, ten tijde van de eerste Golfoorlog. Die
achtergrond is duidelijk aanwezig in de film – wanneer The Dude of
Walter zich belangrijk willen voordoen, citeren ze stukjes uit
presidentiële toespraken die ze hebben gehoord (“This aggression
will not stand!”). Die achtergrond werkt als een ironische
tegenpool voor de volkomen onbetrokkenheid van The Dude, die zich
nergens een bal van aantrekt. Een land dat in oorlog is, belangrijk
nieuws, en waar maakt The Dude zich druk over? Over zijn
tapijt.

The Dude is een overblijfsel uit de sixties, die een perfect
team vormt met Walter – de één een hippie, de ander een behoorlijk
verknipte Vietnamveteraan die zich nog steeds in de jungle waant en
voor een ja of een nee een pistool trekt. Walter krijgt het éne
psychopatische plan na het ander, The Dude maant hem enkel aan het
kalm aan te doen.

‘The Big Lebowski’ heeft geen duidelijk thema waar alles rond
draait, en als dat er dan toch al is, dan is het wel de volslagen
zinloosheid van alle actie, van alle pogingen om invloed uit te
oefenen op de wereld. Conversaties in deze film zijn gedoemde
ondernemingen, waarbij de betrokken partijen langs elkaar heen
praten, niet weten waar een ander het over heeft, niet luisteren
naar elkaar of anders simpelweg zitten te liegen omdat de
werkelijkheid nare gevolgen kan hebben. Geen enkel gesprek in deze
film lost iets op – ofwel blijft de situatie van de personages
status quo, ofwel verergert ze alleen maar, door de toegevoegde
verwarring. Je krijgt dikwijls het gevoel dat ‘Wachten op Godot’
niet veraf is. Hetzelfde kan gezegd worden wanneer de personages
dan toch eens iets doén. Walter die zich gaat bemoeien met de
geldoverdracht, of die een dure wagen in puin slaat, zijn de meest
voor de hand liggende voorbeelden van een karakter dat dan toch uit
z’n pijp komt, en dat beter niet had gedaan. Het geestigste
voorbeeld hiervan komt echter wanneer The Dude, zeer tegen zijn
karakter in, slim wil zijn en met een potlood de indrukken op een
notablokje wil tevoorschijn toveren. Goed bedacht, maar het levert
weinig op.

Voor het overige is dit een film die zeer improvisatorisch,
associatief te werk gaat. Je kunt je voorstellen hoe de Coens dit
geschreven hebben – een idee leidt tot een volgend idee, dan
bedenken ze weer iets anders en zo gaan we voort, en vervolgens
ondernemen ze geen enkele poging om die ideeën een samenhangender
vorm te geven. In de wereld van The Dude is dat niet nodig.

Wat de film gaande houdt, zijn in de eerste plaats de
acteerprestaties, die opmerkelijk zijn. Julianne Moore doet een
fantastische imitatie van Katharine Hepburn als Maude, een snel
sprekende artieste met een New Englands accent, en John Turturro is
de absolute showstopper als Jesus, die wellicht de beste regel
tekst in de hele film krijgt. Het heeft iets te maken met een
pistool dat… “klik” doet.

En verder zijn er natuurlijk de opmerkelijke visuele talenten
van de Coens, die hier niet vies zijn om zich weg te laten zakken
in een surreële wereld waarin alles kan gebeuren, en die die
gevoeligheden ook in hun camerwerk leggen. Twee briljant in elkaar
gestoken droomsequensen en terloopse verwijzingen naar Duitse
expressionistische cinema zijn daar getuige van. Let vooral op een
shot dat gefilmd is vanuit het standpunt van een rolle bowlingbal.
Dàt moet een primeur zijn.

‘The Big Lebowski’ is zonder meer de meest relaxte film die ik
ooit heb gezien, waarin passiviteit een levensstijl wordt. The Dude
chills, so the Dude abides. Reken maar van yes.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

15 + vijftien =