The Quiet American



101 min. / UK-F-VN

In deze tijden van soms openlijk propagandistische,
patriottische oorlogsfilms (nog ‘Pearl
Harbor’
, anyone?), waarin zelfkritiek verder is te zoeken dan
een hetero op een Backstreet Boys-concert, is het een verademing
nog eens een film te zien waarin de Amerikanen de hand diep in
eigen boezem steken. ‘The Quiet American’, gebaseerd op de roman
van Graham Greene uit 1955, gaat de oorsprong van de Amerikaanse
betrokkenheid in Viëtnam na, en hoewel de conclusies die de film
trekt nu niet bepaald wereldschokkend zullen zijn voor een publiek
van 2003, is het goed dat ze nog eens in de belangstelling worden
gezet.

Eigenlijk mag het al een wonder heten dat na 9/11, een
dergelijke film, waarin de Amerikaanse overheid beschuldigd wordt
van terroristische acties in het buitenland, nog uitgebracht kan en
mag worden. ‘The Quiet American’ werd opgenomen in 2001, en zou op
het einde van dat jaar worden uitgebracht. Nu, meer dan anderhalf
jaar later, krijgen we het resultaat eindelijk te zien. Ik begrijp
wel waarom de release werd uitgesteld tot de gemoederen enigszins
bedaarden – het doet trouwens niets af van de actualiteit van de
film, eerder het tegenovergestelde. Zoals Abba, poëten als ze
waren, het al zeiden: the history book on the shelve, is always
repeating itself.

Michael Caine, weer helemaal terug van weggeweest, speelt een
schitterende rol als Thomas Fowler, een Britse journalist in
Saigon, die tijdens de vroege jaren vijftig de laatste dagen van de
Franse regering over “Indochine” meemaakt. Ondanks de granaten en
bommen die regelmatig afgaan, weigert Fowler een standpunt in te
nemen. “Ik breng verslag uit,” zegt hij zelf. “Ik zie en ik vertel,
ik heb geen mening.”

Wat hij wél heeft, is een maîtresse genaamd Phuong (Do Thi Hai
Yen), die ongeveer 45 jaar jonger is dan hij, en die hij heeft
leren kennen als betaalde danspartner. Hij maakt zichzelf wijs dat
zij evenveel van hem houdt als hij van haar, maar we zien dat hun
hele relatie gebaseerd is op een leugen. Niet dat Phuong een
onbeschaamde golddigger is – uit de manier waarop ze met elkaar
omgaan, zien we dat ze echt wel op hem gesteld is. Maar de
voorwaarden van hun affaire zijn duidelijk – zij wil naar Europa,
en liefst zo snel mogelijk.

Dan komt Alden Pyle (Brendan Fraser, van ‘The Mummy’) opdagen, de stille Amerikaan
uit de titel. Hij stelt zichzelf voor als een arts die deel
uitmaakt van een humanitaire missie, maar Fowler ruikt onraad. Pyle
is iemand die geen enkel probleem heeft om een kant te kiezen of om
betrokken te raken bij de strijd van het land waarin hij zich
bevindt. Er ontwikkelt zich een driehoeksrelatie tussen Fowler,
Pyle en Phuong, terwijl de Britse journalist er langzaam maar zeker
achterkomt waarom Pyle écht naar Vietnam is gekomen – het plegen
van terroristische aanslagen, die vervolgens in de schoenen van de
communisten worden geschoven.

Graham Greene was goed in het construeren van dergelijke plots –
ingewikkelde liefdesverhalen tegen de achtergrond van een
grootschalig conflict, of dat nu Vietnam was, de koude oorlog of
iets anders. Ook de oudere man met de jongere vrouw was een
verhaallijn die hij meerdere keren gebruikte. ‘The Quiet American’
wordt algemeen aanschouwd als één van zijn beste werken, en sowieso
zijn beste boek in het genre. Er werd ooit al een film van gemaakt,
maar vreemd genoeg werd de plot daarin volledig omgedraaid, zodat
Pyle de held werd. Een mens zou zich gaan afvragen wie die film
eigenlijk financierde.

De intenties en de plot van Greene blijven echter volkomen
intact in deze editie. Regisseur Phillip Noyce draaide eerder
voornamelijk oppervlakkige actie/avonturenfilms als ‘The Saint’ en
‘Clear And Present Danger’, maar mikt hier (net als in zijn later
gemaakte, maar eerder uitgebrachte ‘Rabbit-Proof Fence’), op iets dat dieper
graaft. ‘The Quiet American’ wil immers niet alleen de CIA een
ferme veeg uit de pan geven (wie twijfelt er tegenwoordig nog over
hun betrokkenheid bij verscheidene smerige zaakjes in de jaren
vijftig, zestig?), maar ook een aantal fundamentele dingen zeggen
over de aard van liefde en vriendschap. Een vraag die Fowler
zichzelf keer op keer stelt over de loop van het verhaal, is
immers: hoeveel kan ik mijn minnares en mijn vriend vergeven? En
bovenal: hoeveel kan ik mezelf vergeven?

Noyce is bepaald niet de beste regisseur die de wereld ooit
heeft gezien, maar hij is wel een vakman. Hij slaagt erin om ons
een goed sfeerbeeld te geven van het Vietnam van die tijd (het feit
dat de ploeg echt in Vietnam is gaan filmen, zal daarbij uiteraard
wel geholpen hebben). Shots van bootjes (geen idee of je ze nu
sampans noemt of jonken of wat dan ook), die bij nacht over de
rivier glijden, lange scènes in de restaurants, danszalen,
opiumketen en hoerenkoten van Saigon, worden aan elkaar geregen tot
je een film krijgt die volkomen waarachtig aanvoelt – je voelt de
vochtigheid en de hitte haast in je gezicht slaan.

Wat de sfeerzetting betreft, zit deze film dus helemaal goed.
Het is alleen jammer dat Noyce niet in staat was om het allemaal
net een beetje meer gratie mee te geven. Wat we te zien krijgen, is
prima, maar had hij nu niet één keer kunnen proberen om eens iets
onverwachts te doen met zijn camera? Om een shot in elkaar te
steken waarvan je als publiek achterover valt? Begrijp me niet
verkeerd, het ziet er goed uit hoor, Noyce’s visuele techniek kan
dienen, het is professioneel werk. Maar het is ook voorspelbaar.
Het is professioneel werk zonder passie.

Wie wél passie bezit, is Michael Caine, die de laatste jaren
zijn enthousiasme voor het acteerwerk weer lijkt te hebben
teruggevonden. Sinds ‘The Cider House Rules’ hebben we hem weer in
betere films gezien, hij amuseert zich weer voor de camera, en dat
valt eraan af te zien. Hij draagt de film moeiteloos – altijd leuk
om te zien hoe een acteur het heilige vuur terugvindt. Ook Brendan
Fraser doet zijn job prima – wanneer hij niet wegrent voor digitaal
gegeneerde mummies of aan een liaan tegen een boom knotst, is hij
best in staat tot goed dramatisch werk, getuige daarvan ‘Gods and
Monsters’. Aan het einde van de film heeft hij een monoloog die
bewijst dat hij met het juiste materiaal best mooie dingen kan
doen.

‘The Quiet American’ is een intelligent, perfect onderhoudend
thriller/drama, met uitstekende acteurs en een aantal belangrijke
thema’s. En toch… En toch miste ik hier iets. Dat beetje extra,
dat van een degelijke film een uitstekende film maakt. Zit het
verschil in het ietwat zielloos professionalisme van de regie? In
het nogal snel afgeratelde einde? Of gewoon in het uur te weinig
slaap dat ik de nacht tevoren had gekregen? Wie zal het zeggen – in
ieder geval kunt u gerust gaan kijken, dit is zeer volwaardig
entertainment, mét gratis intellect erbovenop.

http://www.miramax.com/quietamerican/index.html

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

20 − een =