The Man Who Wasn’t There



116 min. / USA

De gebroeders Coen hebben schijnbaar een probleem met
humor in een film: zolang de grappen niet de gelegenheid krijgen
aan de oppervlakte te komen, gaat alles prima. Onderhuidse humor
werd op een briljante wijze gebruikt in hun debuut ‘Blood Simple’,
en later opnieuw in die andere film noir, hun beste film tot nu
toe, ‘Fargo’. Wanneer ze volop op gelach mikken, zoals in ‘Raising
Arizona’ of ‘The Hudsucker Proxy’, loopt het nogal gemakkelijk
mis.

Ongeveer halverwege doorheen The Man Who Wasn’t There, een film die
op het eerste zicht mijlenver verwijderd lijkt van alle humor,
besefte ik plots dat dit, op zijn eigen vreemde manier, ook een
komedie was. Een zeer diep weggegraven, onderkoelde komedie. Een
farce over overspel, moord, bedrog en filosofie.

Billy Bob Thornton speelt de hoofdrol als Ed, een kapper die
zichzelf opgesloten voelt in zijn eigen leven. Hij had meer willen
bereiken, hij had iemand bijzonder willen zijn, maar liet zich
strikken in een huwelijk dat jaren geleden al strandde in een
dodende routine, een job die nergens naartoe leidt behalve
bejaardheid, tenmidde van mensen die gedachtenloos voor zich uit
tetteren.

Praten is iets dat we Ed niet al te vaak horen doen – hij levert
wel een voice-over narratie die op een dodelijk objectieve wijze
commentaar geeft op het gebeuren, maar als personage schijnt hij
neer te kijken op mensen die wel vaak spreken. Hij is gewoon een
aanwezigheid, sigaret steevast in een mondhoek, tuurt hij door
opkringelende rook naar zijn klanten en knipt zwijgend het
haar.
Hij vermoedt dat zijn vrouw een relatie heeft met haar baas, maar
schijnt zich er niet echt druk om te maken – hij rookt, en
zwijgt.

Wat dan volgt, is een min of meer klassieke film
noir-plotontwikkeling, die ons via afpersing naar moord, over een
verkeerde beschuldigde naar de juiste straf voor de verkeerde
misdaad leidt. Het zou verkeerd zijn er teveel over los te laten,
aangezien de vele verrassende wendingen altijd een groot deel van
de charme van een eerste visie uitmaken.

Eens je de film gezien hebt, en je denkt er even over na, moet je
echter tot de vaststelling komen dat de plot uiteindelijk niet eens
zo belangrijk is. Zoals wel vaker bij de gebroeders Coen, zijn
visuele kracht en pure stijl minstens even belangrijk. De film is
gefotografeerd in een prachtig, somptueus zwart-wit, zoals het een
film noir betaamt, met hier en daar een aantal shotcomposities die
je de adem benemen. Let op de scène waarin de advocaat zijn
monoloog houdt over filosofie, en voel uw mond openvallen.

Ed, zoals Thornton hem speelt, is ‘The Man Who Wasn’t Ther’e – zijn
aanwezigheid in zijn huwelijk, in het burgerlijke gat waar hij
woont en in de wereld schijnt nauwelijks van belang. Hij is een van
de talloze onbelangrijke mensen in de wereld, en dat weet hij. Zijn
reactie is zichzelf nog verder buiten de wereld te plaatsen door
bepaalde misdaden te plegen. Op een bepaald moment in de film pleit
diezelfde advocaat van eerder voor een jury om “niet naar de feiten
te kijken, maar naar de betekenis van de feiten. Er is namelijk
geen betekenis.” Natuurlijk niet. Ed is er niet eens.

Het is moeilijk om ‘The Man Who Wasn’t There’ neer te pinnen op een
genre: is het een film noir? Ja, natuurlijk, er is de plot, maar
die is uiteindelijk van ondergeschikt belang. Is het een drama?
Misschien, maar de totale onbewogenheid van Ed tijdens de hele
film, en vooral gedurende de narratie maken het moeilijk voor ons
om echt emoties te delen met de personages. Is het een komedie?
Nou, nee, de humor waar ik eerder over sprak zit te goed verborgen
in bepaalde scènes van de film. Indien je op dezelfde frequentie
zit als de broertjes Coen, indien u van hun vorige films kon
genieten, zult u het wel merken wanneer ze hun tongue in hun cheek
steken – bepaalde opmerkingen over ufo’s schijnen mij niet geheel
ernstig bedoeld te zijn.

In de eerste plaats is deze film een stijloefening, visueel
schitterend, en inhoudelijk veelgelaagd, met een interessante
filosofische dimensie. Om nog maar te zwijgen van de uitstekende
vertolkingen van Thornton, Frances McDormand als zijn vrouw en
James Gandolfini als haar minnaar.

Het jammere aan dit alles is dat stijl op zichzelf niet voldoende
is om een film te dragen. In oudere films kregen we dat er gewoon
bij, terwijl we het verhaal volgden. Af en toe kreeg ik het gevoel
dat ‘The Man Who Wasn’t There’ qua plot ontwikkeld was voor een
film van 90 minuten, en dat het laatste half uur gewoon verder
dreef op het eerdere momentum van de film, en op zuivere stijl.
Gematigdheid is een deugd, zelfs al ben je goed bezig.

Het blijft mij toch een raadsel hoe die twee broers met hun
excentrieke kapsels en hun waanzinnige filmconcepten er ooit in
geslaagd zijn het Hollywoodsysteem binnen te breken. Originaliteit,
lef en visie zijn doorgaans geen kwaliteiten die hoog gewaardeerd
worden in Tinseltown. Ik weet niet hoe ze het hebben gedaan, maar
laten we er in ieder geval blij om zijn dat het ze gelukt is. Wat
zijn gebreken ook mogen zijn, ‘The Man Who Wasn’t There’ is wel
degelijk een kleinood.

Noot: Onlangs zag ik de film opnieuw op video; een huurcassette uit
een videotheek. Tot mijn verbazing en ontzetting zag ik dat men
erin bestaan had ‘The Man Who Wasn’t There’ in kleur op te nemen.
In plaats het prachtige zwart-wit waarin de film oorspronkelijk
bedoeld was, krijgen we op de Belgisch/Nederlandse huurvideo- en
dvd een lelijk uitziende versie in overwegend afgebleekte gele
tinten, vergelijkbaar met het kleurenpalet voor de Mexicaanse
episodes uit Soderberghs ‘Traffic’,
maar dan zonder dat dit de originele bedoeling van de makers was of
artistiek verantwoord is als visuele keuze. De diepe schakeringen
van zwart, wit en grijs die de film zo wonderlijk mooi maakten,
gaan hier volledig verloren. De diepte van het beeld wordt minder,
het perspectief veranderd aangezien de fotograaf van de film, Roger
Deakins, zijn lenzen en belichting ingesteld had op zwart-wit. De
nauwkeurige beeldcomposities van de broertjes Coen, met
geraffineerd gebruik van schaduw en silhouet, gaan vaak verloren.
De visuele stijl van ‘The Man Who Wasn’t There’ is het beste aan de
film, maar wat distributiecentrum A-Film ermee heeft gedaan, is
weinig minder dan schandalig. Zorg er aub voor dat u de originele
zwart-wit versie te pakken krijgt.

http://www.themanwhowasntthere.com/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twintig − 17 =