The Majestic



145 min. / USA

In een tijd waarin snelheid en een soms panische energie
in films steeds couranter worden, en ook steeds vaker worden
aanzien als een automatische kwaliteit, lijken de films van Frank
Darabont soms haast een anachronisme. De regisseur van ‘The
Shawshank Redemption’ en ‘The Green Mile’ houdt van langzame,
kabbelende films, films die je helemaal in hun wereld opslokken,
die je kennis laten maken met de personages, die je een uitgebreide
babbel met hen laat doen, en dàn pas naar de clou toewerken.
Allemaal goed en wel, maar je kunt ook te ver gaan. Zijn laatste
film, ‘The Majestic’, laat ons niet alleen een rustige babbel met
de personages doen, hij laat ons ook een borrel met ze pakken en
zelfs met ze kleurenwiezen.

Jim Carrey, één van meest irritante acteurs ter wereld wanneer hij
een komische rol tracht te spelen, gaat hier op de dramatische
toer, en ‘The Truman Show’ zowel als ‘Man On The Moon’ hebben al
bewezen dat hij dat kàn. Carrey treft precies de juiste toon als
Peter Appleton, een scenarioschrijver in het Hollywood van de
vroege jaren vijftig die op de zwarte lijst terecht komt nadat een
oud lief hem als communist aanduidt tegenover het beruchte House of
Unamerican Activities Committee. Appleton reageert zoals elke
warmbloedige kerel dat zou doen: hij zuipt zich te pletter en rijdt
vervolgens met zijn wagen van een brug. De volgende dag spoelt hij
aan in het stadje Lawson, minus één geheugen.

Lawson heeft het zwaar gehad tijdens de Tweede Wereldoorlog,
ontdekt Appleton: 62 jongens hebben ze verloren, en de oude mannen
die overblijven dragen dat verlies haast zichtbaar met zich mee.
Appleton, die geen flauw benul meer heeft wie hij is, wordt door
één van die oude mannen (Martin Landau) aanzien voor zijn zoon,
Luke Trimble, lang verloren gewaand in de oorlog, maar nu
teruggekeerd. Als kijker kun je het niet helpen bij jezelf te
denken: Luke, I am your father!

Appleton/Luke wordt door het stadje binnengehaald als een held; het
stof wordt van de trommels en trompetten geblazen, de mensen kunnen
weer lachen. Landau opent zelfs zijn vervallen bioscoop, The
Majestic, opnieuw.

‘The Majestic’ wordt in zowat elke recensie vergeleken met het werk
van Frank Capra, en terecht. Het Amerika dat in deze film wordt
geëvoceerd en voorgesteld als het een goeie plek om in te leven en
voor te vechten, is het kleinsteedse Amerika waar ook Capra zo
graag toefde in de jaren veertig, een Amerika met eenvoudige
waarden voor eenvoudige mensen. In feite een Amerika dat dus niet
meer bestaat, maar dat geeft niet – in de film bestaat het nog, en
dan zeker in films die zich afspelen in de jaren vijftig.

We krijgen van die typische rustieke plattelanders te zien, die
godganse dagen in de snackbar rondhangen en tevreden zijn, voor wie
een horloge een kostbaar bezit is, voor wie de plaatselijke dokter
een gerespecteerde autoriteitsfiguur is. Frank Darabont houdt
duidelijk van dit soort van verhalen en personages, misschien juist
omdàt ze in de werkelijkheid niet of nauwelijks meer bestaan. Hij
laat de ouderwetse, vriendelijke mentaliteit van de dorpelingen
contrasteren met het dreigende gevaar dat vanuit Hollywood op hen
loert in de vorm van fascistoïde politici die op een heksenjacht
zijn om een land te beschermen dat ze zelf naar de verdoemenis aan
het helpen zijn.

Maar belangrijker dan de politieke agenda van ‘The Majestic’, is de
ongegeneerde liefde voor de film die ervan uitstraalt. Je moet
Martin Landau maar zijn speech over de magie van een bioscoop horen
afsteken om te weten dat die recht uit Darabonts hart komt. En als
filmfreak weet je wat hij bedoelt wanneer hij spreekt over die
magie – als ik dat niet wist, zou ik waarschijnlijk al niet zo lang
zélf een filmfreak zijn. Er gebeurt inderdaad iets magisch wanneer
een goeie film je in zich opneemt en de werkelijkheid buitensluit,
en Darabont lijkt dat begrepen te hebben. Alleen jammer dat het
jasje waarin hij die boodschap steekt, zo verdomd melig is. Ik
bedoel maar: luister nu eens naar die speech. Wàt Landau daar staat
te zeggen, alla, daar ben ik het helemaal mee eens, maar de manier
waarop… Om ziek van te worden.

Net zo met het politieke deel van de film. Op het einde is het
Carrey’s beurt om een speech af te steken voor de democratie, en
hoewel de man ontegensprekelijk gelijk heeft in wat hij zegt,
blijft het een cinematografische misdaad: een voorspelbaar,
onhoudbaar melig moment dat aanleiding geeft tot een waanzinnig
geforceerd slot, waar je geen seconde in gelooft.

Zo van die momenten zijn er nog: Darabont mikt te pas en te onpas
op van die pastorale scènes, waarin de rustieke dorpsbewoners Zeer
Wijze Dingen Over Het Leven zeggen, of waarin Appleton met zijn
vriendin romantische woorden uitwisselt, die wij als publiek dan
als pareltjes van romantiek dienen op te vatten. Maar ze werken
lang niet allemaal, en de regisseur probeert er ook veel te veel na
elkaar in zijn film te proppen. De wandeling naar de vuurtoren, het
bal, de heropening van de bioscoop, het bezoek aan het kerkhof… Al
die scènes hebben het woord “sleutelmoment” er in gigantische
letters opgeschreven, en als kijker verlies je je geduld. De film
duurt 145 minuten, en die voél je, één voor één. Wat Darabont te
vertellen heeft, deugt echt wel, maar hij doet dat ongeveer even
subtiel als een olifant in een porceleinwinkel. En dat nog eens
veel te lang ook.

Dat wil niet zeggen dat Darabont niet kan filmen – bepaalde scènes
zijn zeer goed in elkaar gestoken, zoals een lang travelling shot
doorheen een bioscoop aan het begin van de film, en een kusscène in
silhouet afgetekend tegen een bioscoopscherm. Dat zijn mooie
visuele constructies, die meer zeggen over Darabonts liefde voor de
film dan eender welke pathetische speech ooit zou kunnen. De beste
manier om een liefdesbrief te schrijven aan de cinema is door zelf
een mooie film te maken. Dat is Darabont niet gelukt, omdat het
scenario te lang en te nadrukkelijk was. Maar aan zijn
mise-en-scène, zijn sfeerzetting en vooral zijn acteurs zal het
zeker niet gelegen hebben.

Jim Carrey speelt een schitterende rol als Appleton; hij is wel
degelijk een begenadigd dramatisch acteur en ik hoop echt hem vaker
in dit soort rollen te zien. Maar toch is het Martin Landau,
veteraan van dozijnen films, goed en slecht, die de show steelt als
zijn surrogaatvader. Van tussendoor zijn vele rimpels weet de man
met één blik een wereld aan emotie op te roepen. Schitterend.

Had men twintig minuten uit de film geknipt, en een paar monologen
plus het einde herschreven, dan had men hier een goeie film kunnen
maken. Zoals het is, is het een gemiste kans. Maar wél één die ons
nog eens ten volle doet voelen waarom we van films houden – in
ieder geval van betere films dan deze.

http://www.themajesticmovie.co.uk/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twintig + twee =