Nick Cave & The Bad Seeds :: Ghosteen

Aan het einde van Ghosteen vertelt Nick Cave de Boeddhistische parabel over Kisa Gotami, die haar baby verloor. Gebroken en gek van verdriet smeekt ze Boeddha haar kind terug te brengen. Die vraagt haar een mosterdzaadje mee te nemen uit een huis waar nog niemand is gestorven. Dan krijgt ze haar kind terug. Ze vindt het niet: in elk huis is wel iemand gestorven. Ze komt tot inkeer en verzoent zich met haar lot. Zoals Cave het verwoordt: “Everybody’s losing someone”. Een pikzwarte gedachte die hem troost biedt als een touwladder uit een emotioneel zwart gat.

Vandaag is Cave zelf Kisa Gotami in z’n gitzwarte parabel van verlies. Alleen verzamelt hij geen mosterdzaadjes, maar verhalen van zijn luisteraars door met hen in conversatie te gaan, online en in zalen. Het zijn niet alleen verhalen van verlies, maar van alle soorten verdriet en vertwijfeling die hij met een onwaarschijnlijke waarachtigheid en waardigheid aanhoort, leest en soms beantwoordt. Het zijn wegwijzers voor hem, want zoals hij in de slotminuut van Ghosteen met falsettostem zingt: “It’s a long way to find peace of mind”. Ghosteen is een reisverslag van de weg die hij en zijn gezin hebben afgelegd. En die gaat door diepe dalen.

Openingsnummer “Spinning Song” is van een ontluisterende droefenis, waarin die parabel echoot. “Peace will come in time for us”, zingt hij met diezelfde falsettostem zijn vrouw toe. Je gelooft hem niet, door de donkere bezwerende muziek van Warren Ellis waarin zijn belofte, en de hele plaat, baadt. Het nummer begint nochtans met een verhaal, alsof Cave een echte song wil opstarten. Het begint met referenties aan Elvis, maar mondt uit in een sprookje voor het slapengaan. Tot Cave het plots onderbreekt, zijn vrouw aan de keukentafel ziet zitten en “I Love You” begint te prevelen, “A time will come for us”, op de tonen van een synth die als witte rook opkringelt uit een zwart kogelgat in het hart. Nee, aan verhalen vertellen die losstaan van zijn onpeilbaar verlies is Cave nog niet toe. De vraag wanneer wel krijgt in de verste verte geen antwoord.

Tenzij in een van de sleutelnummers op de plaat, en misschien wel Caves oeuvre, “Sun Forest”: “As the past pulls away and the future begins, I say goodbye to all that as the future rolls in”. The Bad Seeds fungeren als achtergrondkoor terwijl er steeds meer kluiten aarde op dat verleden worden geschept. Ondertussen ziet Cave kinderen opstijgen naar de zon. Het is een van de vele beeldspraken die als rode draden verweven zijn in Ghosteen: zwarte vlinders, vuurvliegjes, brandende paarden, talloze verwijzingen naar sterren. Wat die toekomst behelst, is onduidelijk. Behalve in die beeldspraak die nu eens hoopvol klinkt (“The bright horses have broken free from the fields, they are horses of love, their manes full of fire”), dan even later weer hoop onderuithaalt (“Horses are just horses and their manes aren’t full of fire”) in een strofe waarin woede opborrelt om wat is gebeurd. Ook dat heeft z’n plaats. Dat is wat verlies doet: je aan een jojotouwtje hangen en de hele tijd op en neer halen tussen hoop en wanhoop, troost en mistroostigheid.

De grootste kracht van Ghosteen zit ‘m in het tweede deel. Het behoort veruit tot het, tja, allermooiste dat Cave al op plaat heeft gezet. Het laat zich beluisteren als de beklemmende soundtrack bij de afgelopen vier jaar. Is Ghosteen het beeld dat Cave gebruikt voor Arthur? Het zou kunnen. In het eerste deel, “Ghosteens speaks” gaat het van “I am beside you, look for me”. En tijdens het titelnummer in dat tweede deel maakt de schaduw aanvankelijk plaats voor schemering en zelfs een zonnestraal die recht van op de hoes van Ghosteen lijkt te komen: “Ghosteen dances in my hand / Slowly twirling, twirling all around / Glowing circle in my hand”, zingt Cave krachtig op een bloementapijt van rijke orkestratie na drie kwartier donkerte. Het is van korte duur. “Here we go”, mompelt hij halverwege, het licht gaat weer uit, de duisternis slokt weer alles op. “There’s nothing wrong with loving something you can’t hold in your hand” klinkt het wanneer het visioen is uitgedoofd. IJskoude berusting. “Things tend to fall apart, starting with his heart”, lijkt Cave over zichzelf te zeggen.

Op “Hollywood” ten slotte slaat de toon even om, wordt Ghosteen toch een kleine tien minuten een Bad Seeds-plaat, met Thomas Wydler en Martyn Casey die een voortjakkerend ritme en vuile bas door de song doen pulseren. Het is de enige link met Caves vorige werk — inclusief Skeleton Tree, dat door Ghosteen bevestigd wordt als sleutelplaat. Op Ghosteen overheersen diepweemoedige soundscapes en donkerblauw etherische sferen die zorgvuldig door Warren Ellis geweven worden. De dreiging van “Jesus Alone” of “Anthrocene” is niet te horen. Hier overheerst de sfeer van “I Need You” en “Distant Sky”. Voor dreiging en rijkere muzikale inkleuring, zoals op de voorganger, is geen plaats in zowat de donkerste der emoties, de rouw om een kind.

De tijd zal de plaats van Ghosteen in Caves oeuvre wel toewijzen. Hij zal er het minst van iedereen een hol om geven: dit is het enige wat hij nu kan en wil maken. Als een Loverman over Henry’s Dreams schuimbekken, laat staan Murder Ballads reciteren, was ook niet geloofwaardig overgekomen. Cave luistert meer naar verhalen dan dat hij er nu zelf vertelt. Het staat concerten waar hij nog steeds vol in z’n krachten staat niet in de weg, bewees hij in Antwerpen en Werchter alleen al de afgelopen jaren. Ghosteen heet het einde van een trilogie te zijn die startte met Push The Sky Away. Dat betekent dat Cave drie van z’n mooiste, meest spraakmakende, verbindende platen heeft gemaakt dit decennium. Is Ghosteen een schep aarde op het verleden, of begint de toekomst te schemeren? Time will tell, time will come.

Voor nu kan Ghosteen een mosterdzaadje zijn voor al wie een houvast, of zelfs hoop, zoekt in verlies.

1 REACTIE

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in