Winter Sleep

De achteraf bekeken behoorlijk povere score van 8.5/10 die we aan het moderne meesterwerk Once Upon a Time in Anatolia meegaven, proberen wij vandaag de dag te vergoelijken met het statement dat de schoonheid van zo’n filmpareltje zich niet in cijfers laat vatten. En we wijzen er doorgaans ook op dat ze in Cannes ook moeite hadden om de pracht van Nuri Bilge Ceylans film meteen naar waarde te schatten: ze hebben hem er immers pas nu, drie jaar later, ten volle voor beloond door hem de Gouden Palm mee naar huis te laten nemen.

Zo klonk het toch in de stemmen die opgingen na de uitreiking van de Palme d’Or: Ceylan krijgt een prijs voor z’n indrukwekkende oeuvre (check ook het geweldige Three Monkeys), meer dan voor een film die misschien wel minder goed zou zijn dan concurrenten als Xavier Dolans Mommy of Alice Rohrwachers Le Meraviglie.Willen we daarmee gezegd hebben dat Ceylan die Gouden Palm niet gewoon verdient voor z’n nieuwe film, Winter Sleep? Nee, helemaal niet: want ook al is Ceylans nieuwste niet van het quasi onbereikbare niveau van Once Upon A Time in Anatolia, het is wederom een mateloos intrigerende, zij het weinig opbeurende brok cinema.

En ‘brok’ mag u behoorlijk letterlijk nemen: Winter Sleep klokt af op 196 (!) minuten, een speelduur van Apocalypse Now-achtige omvang. Velen zeggen dat Ceylans film lang duurt, en ze hebben ontegensprekelijk een punt. Velen zeggen ook dat Ceylans film té lang duurt, maar zij missen de kwaliteit van ’s mans cinema. Winter Sleep is, ondanks maar vooral dankzij alle kenmerken die van de prent ‘moeilijke cinema’ maken, een film zoals u ze maar zelden zal zien tijdens uw leven: een scherpe dissectie van de moderne condition humaine, gebaseerd op verhalen van Anton Tsjechov, gesitueerd in de desolate steppe van Anatolië.

In een voormalig grottencomplex in de Anatolische heuvels, dat lang geleden werd omgebouwd tot een pittoresk hotel, woont de voormalige acteur Aydın (Haluk Bilginer), die het pand erfde van zijn vader. Aydın is een nogal arrogante en narcistische figuur, die zichzelf zonder enige ironie ‘één van de notabelen van de samenleving’ noemt, hoogdravende columns over zwaarwichtige onderwerpen schrijft in de plaatselijke krant, en verder zich niet al te druk tracht te maken in de andere mensen. Hij leeft samen met zijn jongere vrouw, de idealistische Nihal (Melisa Sözen), en zijn nogal pessimistisch ingestelde zus Necla (Demet Akbag). Wanneer een plaatselijke jongen een steen tegen Aydıns autoruit werpt, geeft dat aanleiding tot een opborreling van onderhuidse spanningen, die Ceylan met veel scherpte en nog veel meer geduld in een erg krachtige film giet.

Dat valt in de eerste plaats toe te schrijven aan Ceylans gave om die hele premisse in beelden te vatten waarvoor iemand ooit het adjectief ‘prachtig’ heeft uitgevonden, en dat drie uur en kwartier lang. Ceylan bezit over het zeldzame talent om uit erg lelijke taferelen erg mooie shots te puren, zonder dat de film navelstaarderig wordt met betrekking tot zijn esthetische kwaliteiten. Shots duren veel langer dan de hedendaagse standaard, composities en camerabewegingen zijn haarfijn uitgemeten, maar de Turkse regisseur voelt, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de 21ste-eeuwse Terrence Malick, nooit de behoefte om je neus te drukken op hoe magnifiek zijn prent wel niet is, en verliest nooit voeling met wat hij probeert te vertellen.

Winter Sleep mag immers wel buitenaards schoon zijn, de thematiek van de film is pijnlijk werelds. De personages in en om Hotel Othello (de referentie naar het afgunstige Shakespeare-personage is méér dan een knipoog naar Aydıns acteerverleden) zijn allemaal mensen met grote gebreken. Aydın is hoogmoedig en onverschillig, iemand die zich graag presenteert als een gecultiveerd persoon, intellectueel en moreel superieur aan zijn medemensen, maar tegelijk beseft dat hij dat misschien niet altijd is: zo schrijft hij maar wat graag voor de weinig belezen mensen van het platteland, maar is hij bang om te werken voor een stadskrant met een breed en gecultiveerd lezerspubliek. Zijn zus Necla is al niet veel sympathieker: ze verwart het realisme dat ze voortdurend propageert met nihilisme, en lijkt er enkel op uit om de mensen uit haar omgeving te deprimeren. Nihal tenslotte, is iemand die graag de wereld wil verbeteren, al kan je je als kijker zelden van de indruk ontdoen dat dit enkel is om zichzelf beter te doen voelen.

Elk personage heeft zo z’n eigen Shakespeariaanse fatal flaw, en Winter Sleep wordt getekend door een onvermogen tot empathie en zinvolle communicatie. Er wordt veel doorgedramd in deze film, misschien wel té veel: scènes van een kwartier of twintig minuten waarin de personages discussiëren over de juiste houding tegenover het kwade, in religieuze én filosofische zin, zijn geen zeldzaamheid, en de ene dialoog, die eindeloos fascineert, is al beter geschreven dan de andere, die zich eindeloos lijkt voort te slepen. Wie Ceylan beschuldigt van zelfgenoegzaamheid, mist echter het punt dat de regisseur wil maken: sympathiseren met personages die zich op een misplaatste manier wentelen in hoogdravende filosofieën is er niet bij, en de regisseur bewaart doorgaans een zekere ironische afstand die de thematiek van Winter Sleep des te prangender maakt. In wezen hebben de personages elkaar immers niets nuttigs te zeggen, leven ze eigenlijk in hun eigen wereld, en bekommeren ze zich enkel om zichzelf.

De uitgestrekte steppen en heuvels van Anatolië en Cappadocië benadrukken de intrinsieke eenzaamheid van al die mensen: ze leven allemaal in hun eigen kamertje, hun eigen grot (ook Plato komt om de hoek loeren), en moeten in barre weersomstandigheden immense afstanden overbruggen om met elkaar contact te leggen. En dus kiezen ze ervoor dat gewoon niet te doen. De tijd heeft schijnbaar stilgestaan in het landschap van Winter Sleep, maar de film is tegelijk een erg rake persiflage op het hedendaagse onvermogen tot zinvolle communicatie.

Dat maakt van Winter Sleep een erg lange en vooral erg zwaarmoedige zit. Ceylan is een auteur – en dat woord is hier zonder twijfel op z’n plaats – die zijn films niet maakt voor het grote publiek, en niet ambieert om zijn publiek te entertainen. Maar de man slaagt er wel in om magistrale, eindeloos fascinerende cinema te maken, die onder je huid kruipt als je er de tijd voor de wil nemen – en dat is een zeldzaamheid in de filmwereld van tegenwoordig. Fans van Ingmar Bergman, Andrei Tarkovsky en Michelangelo Antonioni hebben meer dan ooit een hedendaags idool gevonden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in