Fair Game




Niet alleen onze lieve heer “moves in mysterious ways,”
ook Vrouwe Cinema bevestigt van tijd tot tijd haar reputatie als
wispelturig wicht. Een goeie vijf jaar geleden kreeg Paul
Greengrass bergen lof naar zijn hoofd geslingerd toen hij naast
zijn uitstekende vérité-prent ‘United 93’ het spionagegenre nieuw
leven inblies met zijn twee Bourne-films. De rauwe, in
documentairestijl geschoten actiesequenties met shaky cam
zorgde volgens de gespecialiseerde pers voor een niet eerder
geziene intensiteit. Zelf vonden wij het overdreven gebruik van
close ups (een long shot om even te laten zien
waar iedereen staat, duwt het tempo niet opeens naar beneden hoor,
Paul), overbelichting en al dat soort artificiële middelen om de
betrokkenheid van de kijker te verhogen, vaker storen dan werken.
Dan liever de stabielere registratie van Doug Liman, die de
trilogie met ‘The Bourne Identity’ in het leven riep. Het lijkt
echter wel of de twee regisseurs door het lot aan elkaar verbonden
zijn, want ook in 2010 hebben ze het – toeval of niet – moeilijk om
elkaar los te laten.

Na het slot van de Bourne-trilogie in 2007 duurde het tot nu
voor Greengrass zijn volgende film op het publiek losliet: het
eerder dit jaar verschenen ‘Green Zone’ was een intense koortsdroom
van een politieke thriller en slaagde waar zijn Bourne-films een
klein beetje tekort kwamen – de schokkerige camera en de
hyperkinetische montage werden ditmaal veel sporadischer en
effectiever aangewend dan voorheen. Spijtig – en vreemd – genoeg
flopte die prent echter genadeloos (ze zijn nog steeds niet uit de
kosten geraakt). Ondertussen greep Liman resoluut naar de
Greengrass-stijl (shaky cam, overbelichting, the whole
shabang
) in een film met krèk hetzelfde thema! Na het
amusante ‘Mr. & Mrs. Smith’ en het de bal volledig misslaande
‘Jumper’ keerde de man immers terug naar het serieuzere werk met de
dossierthriller ‘Fair Game’, net als ‘Green Zone’ een film over de
valse aanloop naar de oorlog in Irak, en de zoektocht naar
massavernietigingswapens. Het valt nog af te wachten hoe die het
gaat doen aan de kassa, maar aan het niveau van Greengrass’ laatste
kan hij alleszins niet tippen. Cinema, het blijft een
onvoorspelbaar medium.

Afijn, in dit waargebeurde drama speelt Naomi Watts Valerie
Plame, een capabele CIA-agente die in de problemen komt wanneer
haar man, VS-ambassadeur Joseph Wilson (Sean Penn) van zich laat
horen in de media om de valse voorwendselen voor de invasie in Irak
aan te kaarten. Het eerste deel van de prent is fragmentarisch
opgebouwd, en het is pas na het knap in beeld gebrachte
bombardement van Bagdad dat de bal echt aan het rollen gaat, met
meer politiek getouwtrek dan in een gemiddeld seizoen van ‘The West
Wing’ tot gevolg. ‘Fair Game’ is in de eerste plaats een
intimiderend kat-en-muisspel van venijnige columns, giftige
paperassen en twijfelachtige persberichten – een
achtervolgingsscène hoeft u hier niet te zoeken – dat oppervlakkig
wat doet denken aan Michael Mann’s ‘The Insider’. Terwijl Mann in
die film echter liet zien dat hij een meesterstilist is, profileert
Liman zich eerder als een brave vakman, met een efficiënte maar
geenszins tot de verbeelding sprekende beeldvoering.

Erg is dat niet echt, want ‘Fair Game’ gaat resoluut voor
substance over style, met een verhaal en boodschap die de
aandacht van de publiek moeten trekken in plaats van actie en mooie
plaatjes. Dat kan knappe resultaten opleveren, getuige daarvan
‘Frost/Nixon’, alleen is de boodschap in dit geval niet genoeg om
een film lang te blijven boeien. “We zijn onder valse voorwendselen
naar de oorlog gestuurd!” is de verontwaardigde clou die u
al van mijlenver zag aankomen. Om zo’n bekend publiek schandaal in
beeld te brengen, moet je toch iets extra aanbieden waardoor het
voor het publiek een beetje spannend blijft. ‘Green Zone’ slaagde
daar erg goed in met een vermenging van razend spannend
entertainment en een intelligente plot, maar op het gebied van plot
verslikt ‘Fair Game’ zich net, in het persoonlijke verhaal van
Valerie Plame en haar echtelijke problemen. De beslissing om naast
politiek ook op familie te focussen, was ongetwijfeld een gewiekste
poging om op de gevoelens van de kijker in te spelen, maar de
ietwat stereotiepe karakterisering van de twee staat enige inleving
in de weg. Aangezien het verhaal gebaseerd is op de persoonlijke
memoires van de echte Valerie Plame krijgt de film tijdens scènes
ten huize Plame zelfs iets van een duffe biopic.

In zowat elke scène is zij de gelaten realist die het nut van al
het gekibbel niet inziet – gedane zaken nemen geen keer, lijkt haar
leuze – terwijl haar idealistische man van geen ophouden weet en de
waarheid stukje bij beetje voor zijn gezin plaatst. Diepgaand zijn
de personages echter niet, omdat scenaristenbroeders Jez en John
Butterworth te veel vertrouwen op lepe trucs. Het is een dankbare
setting voor de Plames, hé: Wilson is een idealist die wil dat het
volk de waarheid weet omdat liegen on-Amerikaans is, punt. Zijn
vrouw heeft al jaren dapper haar land gediend. En opeens begint de
politieke machine, tot aan de nok gevuld met onbekwame dan wel
ultrarechtse idioten, met haar onbeperkte middelen jacht te maken
op het eervolle koppel. Moeilijk is het niet om op die manier
sympathie op te wekken voor een personage. De snelle, vol
afkortingen gestopte dialogen doen evenmin iets om het verhaal wat
meer schwung te geven. De politieke scènes zijn al beter,
maar blijven eveneens erg aan de oppervlakte. En de intermezzo’s
met de burgervrienden van de Plames zijn een al te doorzichtige
truc om de modale, onwetende Amerikaan ook even aan het woord te
laten – en een spiegel voor te houden.

Naomi Watts brengt haar personage nog overtuigend tot leven,
maar Sean Penn brengt het er minder vanaf. Hij speelt een
links-liberale rakker die tegen het einde van de film nog maar eens
een heroïsche speech mag afsteken over de Amerikaanse waarden, en
waarheid, en vertrouwen en God Bless America etcetera. Dat
doet hij ook degelijk, maar voor hem hadden ze beter een
publiekelijk minder gekleurd personage gekozen; nu zie je vooral
Penn zijn persoonlijke ideologie (nog maar eens) verkondigen. Voor
bepaalde Amerikanen misschien nuttig om eens te beginnen nadenken
over wat voor een vuil spelletje politiek wel niet is (al vermoed
ik dat Liman hier voornamelijk voor het koor preacht) maar
voor de gemiddelde Europeaan wellicht te eenzijdig, te
simplistisch. Zo is het overigens voor het grootste deel van de
film: de premisse is vandaag de dag sowieso nogal dun en Liman weet
er niet – of te weinig – het nodige cachet aan te geven. Een echt
diepgravende uitleg die je aan het nadenken zet, wordt uit de weg
gegaan in het voordeel van een makkelijker te verteren boodschap
over eerlijkheid.

Zo is ‘Fair Game’ een degelijke, maar al te grijze politieke
film geworden die het allemaal erg goed meent en erg graag iets te
zeggen zou hebben, maar te hard aan de politiek correcte
oppervlakte blijft dobberen om echt indruk te maken.
Verdienstelijk, maar we raden u toch aan om ‘Green Zone’ nog eens
een kans te geven, vooraleer u hiernaar gaat kijken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in