Krakow :: Far-Away Look

"Benieuwd welk fraais ons nog te wachten staat" was de verzuchting waarmee we twee jaar geleden een recensie over Krakows eersteling afrondden. Dat fraais ligt intussen al even in de winkel en komt inderdaad tegemoet aan de hooggespannen verwachtingen. Net als zijn voorganger bedient Far-Away Look de luisteraar van melancholie via het druppelinfuus.

Het heeft ongetwijfeld niet met ons te maken, maar de kleine pijnpunten die we nog konden vinden op het debuut (een aantal wat monotone en te gerekte songs, die bovendien allemaal samengezet werden op de tweede albumhelft) zijn nu grotendeels verdwenen. Wie zweert bij eclectische geluiden, kleurrijke arrangementen en een emotionele rollercoaster, heeft op Far-Away Look niets te zoeken. Het is nog steeds een en al monochrome weemoed dat de klok slaat en op een verloren gelopen piano of lap steel na, blijft het allemaal bij de oude bekenden: bas, gitaren, drums en zang. De vijf houden het dus bij dat ene trucje, al hebben ze dat trucje (goeie songs schrijven) wel onder controle.

En ze overtuigen. Laat binnenkomer "Spell On Me" uitvoeren door een kindsterretje of een Mieke dat zich wil aansluiten bij het legioen vrouwelijke singer-songwriters en pop queens dat dezer dagen wordt binnengerijfd als redsters van volk, vaderland en muziek, en je zit met een beschamend staaltje van al te zelfbewuste, saaie ernst. Of een parodie. Krakow beschikt echter over Niné Cipolletti en dat is een vrouw; eentje die geleefd heeft en geen capriolen of acteerwerk nodig heeft om geloofwaardigheid uit te stralen. De contemplaties over aan- en afwezigheid, dromen over een ander bestaan, het verlaten van plaatsen en in vraag stellen van relaties, het verwerken van gebroken harten en het opnieuw openstellen ervan, dat vergt waardigheid en eerlijkheid. Bij Far-Away Look zit die echtheid vervat in alle poriën.

Zat de band oorspronkelijk in het straatje van de slowcore en singer-songwriters uit de indiehoek, het steegje waar Linkous, Kozelek en Low grote sier maakten, dan is de nadruk nu ietwat verschoven. Let wel, sommige mensen maakten gewag van een countrykoers, van een aansluiten bij het legertje alt-country-bands. Dat zou de waarheid echter geweld aandoen. Het klopt dat het vijftal meer Americana incorporeert, iets dat in hoge mate te danken is aan die lap steel, maar er is meer dan dat. Het verhalende van Damien Jurado en Richmond Fontaine’s Willy Vlautin zit in "I Travel ALone" en "What A Woman", bescheiden miniatuurtjes over beweging en schoonheid, verpakt zoals de cd zelf: via foto’s met wazige uitlopers, niet helemaal scherpgesteld, niet helemaal tastbaar.

De samenzang in "What A Woman" is trouwens bloedmooi, iets wat onverbiddelijk vergelijkingen met Parsons/Harris oproept, maar het duo kwijt zich prima van z’n taak en haalt de alchemie die zich soms ook voordeed tussen Van Dyck en Deweze bij Chitlin’ Fooks. "Dragging me Down" en "All Towers" vallen na dat hoogtepunt even tussen de plooien, al bereiden ze wel de weg voor het ongemeen sterke tweede deel, geopend door "Dinosaur", dat gedragen wordt door het primitieve, aan Neil Young verwante gitaarspel van Wim Smets. En het is niet de enige song die de geest van de roemruchte Canadees in zich draagt.

Het zou ons verbazen als de titelsong ook niet ontsproten was aan ettelijke nachten die doorgebracht werden met Neil Young-platen als On The Beach. "Far-Away Look" is van de breekbare soort. Het mag dan, met banjo, piano en harmonica, nog de meest gearrangeerde song van het album zijn; vier en een halve minuut lang bewandelt het vijftal, aangevuld met pianiste Sara Gilis, een slap koord dat het elk ogenblik kan begeven, maar dat halsstarrig weigert. Het is een ingetogen, intrieste parel met cinematische rijkheid die de herkenbare gevoelswereld op hol doet slaan in een morfineroes. Wat "Roses" voor elkaar bracht op As The Heart Is, wordt hier gedaan door "Far-Away Look": de luisteraar inpakken, een strik errond doen en versturen naar Mijmerland.

Bassist Gert Cools mag ook op dit album een nummer voor z’n rekening nemen ("Song On Request") en ondanks zijn vocale beperkingen leidt het opnieuw tot een mooie toevoeging, waarna "It’s True What They Say" de plaat afsluit zoals de "Spell On me" die voor geopend verklaarde: met waardige soberheid. Far-Away Look ligt mooi in het verlengde van As The Heart Is en bevat het geluid van een band die zijn sound en stijl gestaag verder ontwikkelt. De plaat wordt niet gedomineerd door een uitschieter zoals zijn voorganger, al zal het consistente niveau daar ongetwijfeld voor iets tussen zitten. Far-Away Look is de beste Vlaamse herfstplaat die in de platenwinkel ligt. Het goede is dat we het gevoel hebben dat de groep niet eens zijn plafond bereikt heeft. Benieuwd welk fraais ons nog te wachten staat.

Krakow speelt op het Absolutely Free Festival (8/8) en op Pukkelpop (20/8).

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in