The Earlies :: The Enemy Chorus

“A unique selling proposition.” Meer heb je volgens gladde marketingjongens en -meisjes niet nodig om het te maken. Wie er op de een of andere manier uitspringt of opvalt, is sowieso verzekerd van de nodige aandacht. Kwaliteit komt dan pas op de tweede plaats.

The Earlies hebben die “unique selling proposition”. De groep, twee Texanen en twee Britten, ontstond toen JM Lapham terugkeerde naar Texas en daar in een platenwinkel zanger Brandon Carr leerde kennen. Hij contacteerde zijn twee Britse vrienden Giles Hatton en Christian Madden en de rest is geschiedenis. Letterlijk zelfs, want het debuut van de groep, These Were The Earlies, was niet minder dan een compilatie van e.p.’s die ze voorheen uitgebracht hadden.

Het “debuut” sloeg in tegenstelling tot de e.p.’s wel aan bij critici en publiek, zodat een tweede volwaardig album niet uit kon blijven. En dus ligt het eerste nieuwe materiaal iets meer dan een jaar na These Were The Earlies in de platenbakken. Op het eerste gehoor lijkt The Enemy Chorus echter te bezwijken onder zijn eigen bombast en overladenheid.

De vooruitgeschoven single “No Love In Your Heart” laat een cello clashen op Kraftwerk-electro. Carrs stem klinkt even psychedelisch als anders en zweeft nog steeds boven de song. Maar toch voelt het aan alsof er iets schort aan de song, alsof er te veel een doorslagje van de vroegere nummers werd gemaakt. En dat is tekenend voor dit album, dat zich moeilijk laat kennen en maar al te snel als onbezield of hol afgedaan dreigt te worden.

Ook “Burn The Liars” wordt volgepropt met snufjes en laat zich zo mogelijk nog moeilijker kennen dan het eerste nummer. Toch is de pracht van dit opgejaagde nummer zichtbaar voor wie er moeite voor wil doen. Met “Enemy Chorus” wordt een eerste adempauze ingelast, maar het is het pastorale “The Ground We Walk On” dat als breekijzer dient. Hier lopen de psychedelische invloeden hand in hand met een popmelodie, en bewijzen The Earlies dat ze het nog steeds hebben.

“Bad Is As Bad Does” blijft balanceren op het randje van overdaad maar het evenwicht blijft netjes behouden dankzij “Gone For The Most Part” dat zich rustig ontplooit. En dan mag het weer wat voller met goedgemutste blazers op “Found A Lion And Earth”. Wel behoedt de groep zich er voor om de song te vol te proppen. Na een initiële dreun mag het dus toch allemaal wat behoedzamer.

“Little Trooper” was tijdens de live-set in Brugge (in 2006) al te horen maar toont nu pas echt zijn breekbaarheid en sobere invulling. Het contrast tussen bombast en soberheid dat het debuut zo intrigerend maakte, is duidelijk niet van de hand gedaan. Die tweespalt komt in het vreemde “Broken Chain” nog meer tot uiting door een overdaad aan bombast zo minimaal in te kleden dat alleen het gevoel van volheid overblijft, terwijl er nauwelijks iets te horen valt.

“When The Wind Blows” zet de luisteraar daarna op het verkeerde been door nukkig te beginnen maar het in zijn refreinen opnieuw rustig aan te doen. De marsmelodie steunt zwaar op piano en cello, maar durft die melodie ook verder uit te spinnen zonder het verwante ritme uit het oog te verliezen. In “Breaking Point” ten slotte, komt de electro van Kraftwerk een tweede en onmiddellijk ook laatste keer om de hoek piepen. Net zo druk als het album begon, mag het ook eindigen.

The Enemy Chorus laat zich niet zo eenvoudig kennen als These Were The Earlies; de eerste nummers geven een valse schijn van bombast en volheid die initieel leeg en hol aanvoelt. Het is pas wanneer de rustigere nummers — die het merendeel van de plaat vullen — zich aandienen, dat duidelijk wordt dat The Earlies een nieuw psychedelisch poppareltje gecreëerd hebben. Het vraagt gewoon wat meer tijd om dat door te hebben.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in