Het lot van FUDGE smaakt bitterzoet. Het droeve nieuws omtrent Michael Kiwanuka’s gezondheid overschaduwt jammer genoeg het muzikale feest dat dit album is.

FUDGE was immers oorspronkelijk gepland voor release kort na Small Changes, maar verdween noodgedwongen van de radar toen Kiwanuka in juli 2025 een hersenbloeding kreeg. Pas vorige maand kwam de muzikant met een update over zijn gezondheid: het was een verhaal over maandenlange revalidatie en onzekerheid over de toekomst. Of er ooit nog een nieuwe plaat kan komen van Kiwanuka is van ondergeschikt belang, maar het is wel héél belangrijk dat FUDGE er is, want alles aan dit album schreeuwt ‘instant klassieker’.
Vanaf de eerste noten voelt alles vertrouwd aan en dat heeft waarschijnlijk niet weinig te maken met de ontstaansgeschiedenis van het album. De songs werden simultaan geschreven met die van “Small Change” waardoor ze onmiskenbaar hetzelfde dna delen, maar ze kenden een andere evolutie. De credits van Small Changes bulkten van grote namen, op FUDGE nam Kiwanuka alles zelf op – zelfs vaste producers Inflo en Danger Mouse ontbreken.
Producers zouden immers die rafelige randen rondom deze songs wegborstelen die hier vooral een extra laag tijdloze patina over uitsmeren. Alles klinkt vol en warm en Kiwanuka toont zijn complete meesterschap over zijn métier. Het resultaat is even laidback als Neil Young op een zondagochtend. Speelplezier staat centraal en de sample van Chick Corea die het album opent, is een intentieverklaring: kunstenaars moeten maken wat ze zelf mooi vinden. Punt uit. Tegen wie het daar niet mee eens is, zegt Kiwanuka: fudge off. Deze plaat is een labour of love, huisvlijt die gemaakt werd in gestolen uurtjes wanneer de plicht van een contractueel verplicht album niet riep.
Na zijn dagjob in de chique studio kroop Kiwanuka samen met zijn vrienden van zijn liveband in wat hij zelf omschrijft als “een soort middeleeuwse hut” dicht bij zijn huis. Daarin had hij een console laten installeren die hij had gekocht met het geld van zijn Mercury Prize van 2020 en het was een veilige haven voor hartenlust jammen – FUDGE als Kiwanuka’s eigen Southampton-versie van de Basement Tapes. Die ongedwongenheid laat zich duidelijk horen: veel van wat je hoort zijn eerste takes, die breed mogen uitwaaieren – de helft van de nummers overschrijdt de vijf minuten looptijd.
Die jams waren op hun beurt het startpunt van nummers, met het zeven minuten durende “Love In My Heart” als eerste. Wat begint als een stemmige herfstwandeling, bloeit halverwege open tot een liefdesbrief van Kiwanuka aan zijn grote liefde, de gitaar, over wiens hals en rondingen hij zo liefdevol zijn vingers laat gaan om langzaam naar een hoogtepunt op te bouwen. Diezelfde gitaar smeult ook gaten in je harnas in “Stars”, maar evengoed mag ze puur zijn, kaal haast, zoals in “Drowning In Your Heart”. Alle afstand valt weg en op “You Sent Me Flying” fluistert Kiwanuka doorheen de microfoon zo dicht in je oor dat je zijn adem haast voelt. Strijkers vliegen mooi op bij het woord ‘flying’ in het refrein en ook aan “Across The Sky” of het parmantige “Just Another Moment” verlenen ze een gracieuze elegantie.
FUDGE is minder glad dan zijn voorganger en tegenhanger Small Changes, en is daarom misschien zelfs nóg beter. De klasse die het uitstraalt is haast achteloze en vanzelfsprekend. Vele songs presenteren zich al vanaf de eerste luisterbeurt met een minimalistische vanzelfsprekendheid, zonder zich ooit op te dringen. “Steve’s Paradise” of “Swings and Roundabouts” lijken allemaal maar voorbij te kabbelen – maar dat doen de mooiste bergriviertjes ook.
Dat alles maakt het besef dat dit mogelijk Kiwanuka’s zwanenzang is, des te bitterder. De Brit voorziet hier gelukkige zelf de beste troost bij een rotsituatie. Iedereen is het erover eens dat gezondheid de hoofdzaak is in het leven, maar over wat de belangrijkste bijzaak is verschillen de meningen. Het gezegd wil dat dat voetbal is, maar Kiwanuka ontkracht dat met FUDGE: na gezondheid komt de muziek.




