Terwijl aan de kassa zogenaamde zoomer-horror het mooie weer maakt (de op YouTube geboren filmmakers achter Obsession en Backrooms), komt Eli Roth op de proppen met een film die duidelijk thuishoort in de traditie van de boomer-horror. Dat hoeft niet echt te verbazen: Roth mag dan met Hostel wel mee aan de wieg gestaan hebben van de ātorture pornā-cyclus die rond de eeuwwisseling furore maakte, een groot deel van zijn carriĆØre is wel degelijk gevuld met horror die refereert aan tradities uit de jaren negentienzeventig en -tachtig: Grindhouse, The Green Inferno of Thanksgiving.
Ice Cream Man (niet te verwarren met de gelijknamige low-budget slasher uit 1995), een zomergriezel over een ijsjesverkoper die met zijn duivelse smaken kinderen van een klein stadje verandert in moordende zombies, ligt dus helemaal in de lijn van Roths vroegere werk. Helaas ligt de film niet meteen in de lijn van zijn beste werk. De prent zit tjokvol knipogen naar klassiekers en obscure prenten uit het genre (van moorden tot beelden en situaties) maar daarmee verberg je nog niet dat dit eigenlijk maar een flauwe variant is op Children of the Damned (of meer recent, Weapons, waar duidelijk naar geknipoogd wordt). Het idee om kinderen te veranderen in moordmachines via ijsjes is misschien leuk voor tien minuten, maar eenmaal de met ijs besmeurde koters alles en iedereen aan stukken beginnen te hakken, wordt het allemaal wel snel eentonig.
Het gaat er nochtans heel bloedig aan toe en de snoepkleurtjes uit de jaren vijftig zijn fris en aangenaam, maar als je dan toch zo graag een prent wil maken die een nostalgisch terugkijken is op extreme exploitatie-horror uit vervlogen tijden, waarom dan de klassieke effecten combineren met zoveel slechte, duidelijk met de hulp van artificiƫle intelligentie gecreƫerde beelden? Goed, je hoeft niet alles met ouderwetse maquillage aan te pakken en de even uitzinnige horrorfilms van Yoshihiro Nishimura (Hell Driver, Frankenstein Girl Vs Vampire Girl) bewijzen dat je met een combinatie van traditioneel en computer best creatief uit de hoek kan komen, maar hier wordt het digitale gegoochel ingezet voor zaken die echt wel heel tam zijn (niet dat het er veel toe doet, de voortdurend zwalpende camera zorgt ervoor dat we meestal toch niet zien wat er aan de hand is).
Uiteindelijk is dat de grootste fout van deze Ice Cream Man: dat het allemaal behoorlijk conventioneel en braaf is. Een film die ƩƩn en al gestoorde anarchie en bloedige gein zou moeten brengen, zou zichzelf ook niet zo nodeloos serieus moeten nemen dat er
halverwege een praatscène van tien minuten gespendeerd wordt aan ons uitleggen hoe onheuse behandeling ervoor gezorgd heeft dat de ijsverkoper geworden is wie hij is ⦠dat is wel het laatste wat ons interesseert in een film als deze.
Grootste mysterie: waarom in godsnaam zit er in de dialogen tot tweemaal toe een verwijzing naar James Foleys (overigens uitstekende) verfilming van het theaterstuk Glengary Glenn Ross?



