Er is een soort minicyclus aan het ontstaan van recente Europese films waarin de wereld bekeken wordt door de ogen van een dier: er was het Poolse Eo uit 2022 van Jerzy Skolimowski waarin een ezel centraal stond, in hetzelfde jaar was er Cow van de Britse cineaste Andrea Arnold rond – uiteraard – een koe, en twee jaar eerder was er de Noors-Britse coproductie Gunda opgebouwd rond het wel en wee van een varken. Op het rauwere en meer geslaagde Cow na, probeerden die films om op uiterst zwakke wijze in de voetsporen te treden van Robert Bressons kolossale meesterwerk Au Hasard Balthazar uit 1966 waarin het leven van een ezel gebruikt werd als puur cinematografische reflectie op emotie, religie en de menselijke conditie. Ook het Grieks-Duits-Hongaarse Kota (Hen volgens de internationale titel, maar eigenlijk gewoon Kip) probeert tevergeefs om ons iets te vertellen over de mens doorheen het tragische verhaal van een dier.
Hen brengt het er met voortdurend nadrukkelijk signaleren van hoe we beelden moeten lezen ongeveer hetzelfde vanaf als de reeds aangehaalde recente voorgangers waarvan het overdreven symbolisch maniërisme evenzeer vermoeiend werkte. De film doet hard zijn best allerlei gewichtige zaken te suggereren, maar uiteindelijk kijken we naar het wel een wee van een sterk geantropomorfiseerd stuk pluimvee dat doordat er een verregaande intelligentie aan toegedicht wordt, hengelt naar onze sympathie. Nu is dat uiteraard een beproefde aanpak: is dat immers niet wat Bambi of Ratatouille ook doen en bij uitbreiding bijvoorbeeld Wall-E dat ons zelfs deed meeleven met een stuk mechaniek? Het verschil is natuurlijk dat daar de nadruk ligt op het artificiële karakter van het opzet – een film over een fotorealistische rat zou ons wellicht minder empathie ontlokken dan de Parijse avonturen van Remy – en dat dus de vormtaal geënt is op het concept. Dat is ook wat Au Hasard Balthasar zo’n uniek kunstwerk maakte: de hele filmtaal van Bresson was gericht op een abstracte, transcendente kijkervaring en dat is eerlijk gezegd niet bepaald wat we hier voorgeschoteld krijgen. Hen is een aaneenrijging van avontuurtjes en vignetten, het een al onnozeler dan het andere: een smartlap bij het verschijnen van een potige haan of de kip die naar dinosaurussen kijkt op televisie … u weet wel, kippen zijn evolutionair-genetisch gezien immers dinosauriërs. Dieptepunt is een stomvervelende montage op de tonen van Ravels Bolero die allerlei groeiende inzichten moet laten vermoeden bij de gevederde protagoniste.
Dat alles wil ons op een goedbedoelde manier aan het denken zetten over het feit dat een mensenleven er ook zo aan toe gaat: je weg vinden in de wereld, je min of meer vastgelegde plaats vinden in de orde der dingen en die al dan niet aanvaarden. Daar wordt dan ook nog eens een vergelijking bovenop gelegd tussen het leed van de kip en vluchtelingen die even weinig controle hebben over hun lot … toe maar. Allemaal heel netjes en stichtend, maar met creatief of boeiend gebruik van het medium film, heeft het echt niks te maken. Bewegende prentjes bij een goedkope huis-tuin-en-keuken symboliek die niet eens het niveau haalt van een gemiddeld bericht op sociale media.



