Hostel :: Part II




Het gebeurt niet snel dat ze zich in Amerika zorgen maken over
geweld in films. Telkens wanneer de één of andere tiener een
slachtpartij aanricht in zijn school wordt er, omdat dat nu eenmaal
zo schijnt te horen, met het obligate vingertje gewezen naar
Hollywood, maar zodra het bloed is opgedroogd gaan ze weer rustig
door met actie- en horrorfilms waarin de ledematen in het rond
vliegen. Niemand schijnt daar verder veel last van te hebben.
Vandaar ook dat het tekenend is hoe er de laatste jaren toch steeds
meer stemmen van protest (of toch minstens van twijfel) opklinken
tegen de zogenaamde torture porn movies, een subgenre van
de horrorfilm waarin vindingrijke en expliciet in beeld gebrachte
folterpraktijken en moorden centraal staan. De ‘Saw’-reeks, ‘The Devil’s Rejects’,
‘Wolf Creek’ en natuurlijk het zopas met een sequel gezegende
‘Hostel’ zijn de
bekendste voorbeelden. Films die inspelen op onze innerlijke
sick fuck, door absoluut niets aan de verbeelding over te
laten en van de trage, pijnlijke dood van de hoofdpersonages hun
enige bestaansreden te maken. Elk nieuw voorbeeld van het genre wil
natuurlijk net iets verder gaan dan z’n voorgangers, tot we op een
punt zijn beland waarop zelfs de Amerikanen zich zorgen beginnen te
maken. Onlangs liet een tijdschrift enkele psychiaters kijken naar
‘Hostel: Part II’ om daarna hun gevolgtrekkingen te formuleren. Hun
conclusies waren vooral dat er geen conclusies te trekken waren.
Lang leve de psychiatrie.

‘Hostel: Part II’ werd, net als zijn voorganger, geregisseerd
door één van de boegbeelden van het genre, Eli Roth, een man die
schijnbaar geen lichaamsdeel kan zien zonder zich af te vragen hoe
het van zijn eigenaar gescheiden kan worden. De plot is nagenoeg
onveranderd gebleven, buiten dan dat het ditmaal over meisjes gaat
in plaats van jongens: drie Amerikaanse kunststudentes trekken door
Europa en komen in Slovakije in de jeugdherberg terecht die we nog
kennen uit het eerste deel. Voor wie het nog niet mocht weten: een
goed georganiseerde bende heeft er een gewoonte van gemaakt om
jongeren uit die herberg te ontvoeren en hen naar een verlaten
fabriek te brengen, waar ze tegen betaling doodgemarteld worden
door steenrijke sadisten.

En dat is het wel zo’n beetje, meer heeft Roth niet nodig om
anderhalf uur aan de slag te gaan met cirkelzagen, zeisen, loden
pijpen en (nog het meest effectief van allemaal) een simpele
schaar. Het gore-gehalte van ‘Hostel: Part II’ ligt vrij
hoog – vooral de finale heeft een hoge “ik kan niet geloven dat
ze dit hebben laten zien”-
factor. Maar storender dan de
eigenlijke beelden, is de mentaliteit die de film uitdraagt. In de
oude slasherfilms uit de jaren zeventig en tachtig kreeg je óók de
éne moord na de andere, maar daar bediende Hollywood zich nog van
een ouderwetse moraliteit: er was altijd één personage dat
overleefde (om dan doorgaans in de eerstvolgende sequel tijdens de
beginscène afgeslacht te worden, maar tot daar aan toe), en die
survivor verdiende haar geluk aan het feit dat ze een
braaf, maagdelijk meisje was. De inzet van die films was altijd
“wie zal overleven”, en dat was altijd het personage met het beste
gedrag. Netjes leven werd beloond. Nu is dat niet meer zo: in
recente torture porn movies gaan we er van uit dat àlle
slachtoffer zullen sterven en dat de monsters die hen vermoorden
doodgemoedereerd verder zullen blijven hakken tot de films niet
meer rendabel zijn en de serie wordt stopgezet. We krijgen geen
morele rechtvaardiging aan het einde, enkel het bloedvergieten, dat
volledig op zichzelf staat. Voor zover Eli Roth met ‘Hostel: Part
II’ iéts wenst te zeggen, is het wel dat letterlijk iedereen een
sadistische moordenaar in zich heeft zitten. (SPOILER: ga door naar
de volgende alinea als u het einde niet wilt weten.) De finale van
‘Hostel: Part II’ biedt zelfs een nihilistische parodie op de
conclusies van al die oude slasherfilms. Net zoals toen is er één
meisje dat overleeft – maar enkel door zelf een moordenares te
worden, even sadistisch als haar belagers. Alleen de bloeddorstigen
hebben een kans om te overleven in het zieke universum van Roth en
co.

De voorgangers van dit genre moeten dan ook niet zozeer in
Amerika gezocht worden, als wel in Italië en Azië. In de eerste
‘Hostel’ kreeg
Takashi Miike een cameo, de Japanse regisseur van gore
movies
als ‘Ichi the Killer’. Deze
keer is het de beurt aan Ruggero Deodato, de maker van beruchte
sickies als ‘Cannibal Holocaust’. Mannen die twintig,
dertig jaar geleden al de charme van aan het daglicht blootgestelde
ingewanden kenden. Net zoals toen heb je ook nu weer mensen die
beweren dat dit soort films schadelijke invloeden hebben op de
kijkers. Daar geloof ik niet in. Dat ‘Hostel: Part II’ en z’n
soortgenoten als doel hebben om je te doen genieten van martelingen
en moorden, valt daarentegen dan weer niet te betwisten – dat is de
hele opzet van de film. Ik had achteraf zin om een douche te nemen
en de weerzin die ik voelde van me af te spoelen.

Los daarvan kun je moeilijk ontkennen dat ‘Hostel: Part II’
degelijk in elkaar gestoken is – beter dan de eerste film. De
stupide ‘Porky’s’ verwikkelingen die de eerste helft van ‘Hostel’ domineerden,
worden ditmaal achterwege gelaten, om ruimte te creëren voor een
ander perspectief. We krijgen namelijk ook het verhaal van twee van
de folteraars die vanuit Amerika naar Slovakije komen afzakken om
de meisjes te vermoorden. Dat levert een tamelijk interessante
tegenstelling op tussen de slachtoffers en hun belagers vooraleer
ze elkaar ontmoeten. (Hoewel de personages natuurlijk nog steeds
blijven steken op het niveau van de betere karikatuur: de slet, de
seut en de latente lesbiënne die zich ergens tussen de twee
bevindt.)

Roth heeft ook zijn irritante cameragezwier achterwege gelaten
deze keer, om op de proppen te komen met een visuele stijl die
eenvoudiger maar ook effectiever is. Hij weet hoe hij met de voeten
van het publiek moet spelen: wanneer één van de meisjes in haar
blootje ondersteboven met kettingen aan het plafond wordt gehangen,
wéten we als publiek dat het gruwelijk met haar zal aflopen. De
suspense van zo’n scène zit ‘m in de manier waarop. Roth laat ons
bewust ellendig lang wachten voordat we het antwoord krijgen en
brengt de resulterende slachtpartij op een eenvoudige, maar net
daarom eens zo choquerende manier in beeld. Het is een talent op
zich, veronderstel ik.

‘Hostel: Part II’ is een voorbeeld van een film die onmiskenbaar
goed is in z’n genre – alleen is het een genre waarover eindeloos
te discussiëren valt. Hoe ver kan en mag je gaan? Is het
verantwoord? Wat zeggen zo’n films over de makers en over ons? Of
is het gewoon allemaal wat sick fun en moeten we het niet
te serieus nemen? In ieder geval: wie zich tout court
aangesproken voelt door dit soort cinema, zal niet teleurgesteld
zijn. Tactischer en eerlijker valt het niet uit te drukken, denk
ik.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

veertien + 2 =