Wat als de muren konden spreken? Welk verhaal zouden ze dan vertellen? De subjectieve camera van Mascha Schilinski, die ofwel de blik van een personage inneemt of als een schim toekijkt op levens, volgt vier meisjes uit verschillende generaties in dezelfde vierkantshoeve in de Altmark, een streek in Noord-Duitsland. Sound Of Falling construeert tegelijkertijd een gevoel van nostalgie en onheil, terwijl de vier meisjes opgroeien binnen de muren van het alziende huis.
De film start bij het oudste verhaal. De zevenjarige Alma in de jaren 1910 wordt omringd door de dood en pijn van haar familieleden, en lijkt onzichtbaar tussen haar broers en zussen. Stapsgewijs ontdekt ze meer en meer over de intriges en geheimen van de volwassenen in het huis. Haar verhaal wordt al snel vermengd met dat van de tiener Erika in de jaren 1940, gefascineerd door het geamputeerde been van haar nonkel, het verhaal van Angelika in 1980 met haar getroebleerde moeder, ontluikende seksualiteit en buitensporig gedrag, de twaalfjarige Lenka uit het heden die bevriend geraakt met het buurmeisje wiens moeder pas overleed, en haar kleine zusje Nelly, die de geesten van het huis sterk aanvoelt.
Met een gevoeligheid voor licht, sfeer en familiale verwikkelingen vervlecht Sound Of Falling (in het Duits ‘In Die Sonne Schauen’, in de zon kijken) de levens van de vier meisjes tot een chronologische puzzel die een eeuw overbrugt. Samen met de inwoners verandert het huis en de sfeer, maar de rode draad blijft een gevoel van isolatie en de alomtegenwoordigheid van de dood. De meisjes lijken een gevoel van dissociatie en aantrekking tot het lugubere te erven over de generaties heen. Elk raken ze geprikkeld door de duistere kant van de geschiedenis van het huis en hun overleden familieleden.
Samen met hen raakt de kijker even gefascineerd door de onvertelde verhalen die de meisjes op gevoel proberen te achterhalen. De nostalgie van de film zit hem minder in de herbeleving van een tijdgeest, dan in de kinderlijke ervaring niet alles te mogen weten, horen of zien maar het toch te willen achterhalen, hoe afschrikwekkend ook de waarheid is. Stiekeme blikken door sleutelgaten, tussen spleten en in verborgen dozen, verraden een schaamteloze curiositeit die met het ouder worden verdwijnt.
Met gedetailleerde geluiden en een beweeglijke camera gaat regisseur Mascha Schilinski op zoek naar de zintuiglijkheid van de dood, van het steeds luider wordende gezoem van vliegen tot de treffende voorbereidingen van een overleden lichaam voor een post-mortem familieportret. Het resultaat is een hedendaags spookverhaal in een vorm van visuele poëzie die tegelijk wondermooi en angstaanjagend is, een tegenstelling die slechts een handvol regisseurs succesvol kunnen verenigen.



