Het is vrijdag, en deze parking ruikt naar festival; dat moéten wel de Lokerse Feesten zijn, die vandaag zoveel op hun bord hebben geladen dat het bijna overdreven is. Zullen wij de nachttrein hebben gezien voor wij thuis zijn? Is Billy Corgan kaal? We ontdekken het allebei straks.
“Wij zijn, euh … (draait zich om naar de backdrop) Metal Molly? En we zijn even terug uit winterslaap. Is er iemand die ons nog in de jaren negentig heeft gezien? Ik denk dat we nog niet oud zijn.” Je moet Pascal Deweze niet leren wat onnozelheid is. Of zoals hij het zelf eloquent samenvat: “we hebben voor vandaag allemaal fenomenale bindteksten voorbereid. Dit is er geen van.” Waarna hij veronderstelde dat dit de eerste Lokerse passage van de band was. Partner-in-crime Alan Muller, droog: “We hebben hier in 2006 gespeeld”. “Fok, ge zijt een kenner.” Deweze weer.
En dan is er nog de muziek. Er was een prettig openend “Monday Is Queer”, de krakkemikkige maar zo mooie samenzang van “Suncomfort International”, dat zo krachtig werd gespeeld dat je besefte hoe lang deze jongens al de power in powerpop belichamen. “Orange”, het nummer dat in het online woordenboek bij die genrenaam wordt afgespeeld, staat op de setlist dan nog als toekomstig. Het zal nog altijd hetzelfde bommetje blijken als in dat heerlijke decennium van veel te lang geleden. Waarna, nineties oblige, nog maar eens die geweldige They Might Be Giantscover, “Birdhouse In Your Soul”, volgt. Wij werden hier nog geen beetje blij van, en dan moest de rest nog komen.
Een Thaise rode curry van matige snit, om te beginnen, en met die smaak nog op de tong is het moeilijk dromen. Hoe mooi DIIV dus van shoegaze doet, het daglicht ligt hen niet. Dat valt dit viertal verder niet aan te rekenen, dat uitblonk in mooie Curegitaartjes, luide stofzuigers van melodieuze noise. Dat de drum en de bas hen daarbij het zweven beletten, is goed afgekeken van Slowdive, waar het vederlichte van Rachel Goswell en Neil Halstead ook altijd een anker krijgt.
Geen slécht optreden, dus, wel een miscast op dit grote podium. Net als de zelfhulpvideoachtige interludes die tussen de nummers steevast breken. Dat hélpt niet; doorspelen jongens. En datzelfde gaat ook op – maar dan met een streng “meisjes” – voor Hinds dat vervolgens hoogst charmant de club komt inpalmen, maar tussen werkelijk elk nummer de boel stillegt met een veel te lange, doorgaans warrige uitleg.
En laat dat de laatste kritische noot over dit optreden zijn. Want ja, het was vanzelfsprekend rommelig – daar rekenden we zelfs op – en het was chaotisch, maar het was ook perfect in zijn poptastischheid. Van bij die onweerstaanbare strut van “Boom Boom Back”, vroeg in de set, tot het gegilde pandemonium van “En Forma” op het einde was dit fun, fun en nog eens fun, en dat op heel erg meezingbare wijze. Dat refrein van “Coffee” blijft om in te kaderen, de overstuurde waanzin van “Just Like Kids” en “Riding Solo”, waarbij Carlotta Cosials en Ana Perrote zo heerlijk met en door elkaar krijsen, zijn om in te kaderen. En neen, ze hebben nog altijd geen benul van strakheid, ze gaan hier niet snel buiten headlinen, en ze hadden Beck noch Grian Chatten (voor dat mooie “Stranger”) mee, maar dat gaf niet. Bassiste Paula Ruiz nam twee keer mooi hun plek in, en dat was genoeg.
Gisteren stond hier dEUS te headlinen, bij The Haunted Youth heb je het gevoel dat we over twintig jaar op dezelfde manier naar deze groep zullen kijken. Nauwelijks vier jaar staat Joachim Liebens in het helle licht van de spots, maar in die korte periode heeft hij zich al opgehesen tot het pantheon der Belpopgoden.
Natuurlijk was er dus “Teen Rebel”, maar die doorbraakhit, zo voel je, is al bijna op weg naar de uitgang. Dat is het verleden, en de blonde frontman kijkt strak vooruit. Met vijf tegen vier is die komende nieuwe plaat in het voordeel op de setlist, en dat lijkt niet meer dan terecht als je nog maar eens dat onweerstaanbare “Into You” hoort. “It’s like butter”, moet een Engelsman over dat nummer hebben gezegd, en daar is geen woord van gelogen. De synth in dat nummer zíngt, de zanglijn danst door alles heen, de melodie smijt zijn armen zo wijd dat je je wel omarmd moet voelen.
En dan is er nog het eindeloos, almaar feller opbouwende “It’s In My Head”, waarin je voelt hoe het Liebens al lang niet meer om teksten is te doen; zijn muziek mag het hoge woord voeren, en dus is “Falling Into Pieces” daarna helemaal woordeloos; dat “Love” op het scherm spreekt alle boekdelen die nodig zijn, terwijl de muziek in cinematoscopisch breedbeeld waaiert. Laat die nieuwe plaat in februari maar komen; dat wordt iets.
Een perfecte sound, en een setlist die zo goed als space-operaloos is; zo hebben wij het graag. En ja, Billy Corgan is tot nader orde nog steeds kaal, maar daar gaat het niet om. Die mens kan daar ook niet aan doen, wij hadden daarnet gewoon een retorische vraag nodig. Smashing Pumpkins was op deze Lokerse Feesten voorts ronduit machtig.
Die drums! Die gitaren! Smashing Pumpkins was altijd al een band die voor zestig procent teerde op zijn geluid: shoegaze, hardcore en metal in een melodieuze blender, en loeien maar. Zo gaat het ook in een vroeg “Pentagrams”, of later in “Porcelina Of The Vast Oceans” dat half song was, half episch gerekte jam.
Want dat is natuurlijk die andere veertig procent van het oeuvre van Billy Corgan: de songs. Wereldnummers in een stofzuigerzak zijn het, en na een “hoeienavond” van gitarist James Iha zaten we daar. Dat tinkelende “Today”, ook alweer meer dan dertig jaar oud, staat nog steeds als een huis. Wanneer “Bullet With Butterfly Wings” overneemt, bedenken we dat grunge nu ook niet meer is dan een subgenre van pop. Billy hoort me denken: hij knalt er “1979” achter aan; nog steeds heel erg New Order, maar op dat bruggetje valt qua melodisch genie nog altijd niet af te dingen.
U vraagt zich voorts af waarom ik niet schrijf over wat er op het podium gebeurt. Dat is omdat daar werkelijk niets te zien is. Smashing Pumpkins bestaat al sinds zijn conceptie uit een even aantal zoutpilaren, en ook vanavond is dat niet anders. Ja, gitariste Kiki Wong beweegt overdreven hard, alsof ze in een metalband speelt, maar ze zit dan ook nog niet lang in deze groep; ze heeft haar briefing voor vanavond alweer niet gelezen. En daarbij, het doet er allemaal niet toe, want Billy heeft net “Mayonaise” ingezet, en vanavond valt voor het eerst op hoe dat nummer openknalt als een powerballad. Corgan heeft alweer mijn gedachten gelezen – af, Billy, àf – want hij smijt er dwaasweg Berlins “Take My Breath Away” achter aan. Had niet gemoeten.
Meer openbarstend drama: “Disarm” als meezingmoment, “Tonight, Tonight” als aanvuller. Iha mag nog wat dollend de setlist bepalen – alsof Billy dat niet vooraf heeft gedaan – wanneer toch maar voor het eigen “Cherub Rock” wordt gekozen, houden we het niet meer. Hebben wij headbangend over een reling gehangen? Daar zijn geen bewijzen van, en de Paus zijn doopcertificaat heeft u ook niet bij de hand. “Dit komt van op Siamese Dream, misschien ken je die plaat”, aldus Iha, een man die nooit uit zijn ironische jarennegentigpose is geraakt. En ook dat maakt niet uit, want zelfs al volgt even later ook “Jellybelly” vanop Mellon Collie And The Infinite Sadness, ook dat rolt en davert opnieuw met zo’n kracht dat je bijna vergeet dat Smashing Pumpkins die twintig jaar tussendoor een karikatuur van zichzelf zijn geweest.
Dit is het punt: Smashing Pumpkins heeft een songarchief waar geen band van de laatste twee decennia zijn voet naast kan zetten, en als de groep dat zelf beseft, en niet in zijn eigen grootheidswaanzin verdwijnt, dan kan niets het nog verknallen. Ook niet de potsierlijke opblaaspoppen die in de eindspurt plots verrijzen, want op dat moment brult Corgan “Emptiness is loneliness and loneliness is cleanliness …”, enfin u kent het riedeltje, ik zag u meebrullen.
U brulde mee, ik brulde mee, wij brulden mee. Smashing Pumpkins in Lokeren was er eentje waarover heemkundigen over vijftig jaar monografieën zullen schrijven. In cafés zullen op dat moment oude, tandeloze mannen nog altijd prevelen aan de toog dat dit een legendarisch moment was, en dat u erbij had moeten zijn.
Ze zullen gelijk hebben.



