Pukkelpop 2025 :: Lawaai als knutselwerk

Zondag 17 augustus: Het goeroeschap dreigt

Dag vier, teamlid vier. Terwijl (hdv) okselfris de wei betreedt, wordt (mvs) na twee dagen loopgraaf wakker met kleine oogjes. Wat heeft een mens dan nodig? Juist: ophef, stampei, reuring.

Heisa, dus. Omdat je soms een oplawaai nodig hebt om wakker te worden. De omstandigheden zijn alvast ideaal: Het Limburgse trio speelt balorig genoeg om de zon achter de grijze wolken te doen schuiven, de wind uit het toiletblok te doen waaien. Het is nog geen Mordor, maar niettemin “Nandor”, waar we ons bevinden, en die opener schiet met loeiende motor uit de startblokken. Tien is bij deze groep de basisinstelling, en dan zien ze wel waar ze van daar raken. En this one goes to minstens vijftien.

Dit is wat Tool zou maken als ze de boel niet overdachten, maar opgegroeid waren op een dieet van Belgische noiserock. Zonder nadruk past Heisa naadloos in de traditie van Raketkanon en geestesverwanten die het tien jaar geleden zelfs tot in The Guardian schopten. Het is lawaai als knutselwerk, wankel uit intentie, steeds bereid om elk moment opnieuw van richting te veranderen. “Let Go” is zo tegelijk dreunend en log als swingend, “The Harmonist” begint daarna bijna als iets gemoedelijks waarin onverlaten een meeklapmoment horen, tot ook dat zwaar gaat dreunen als een pletwals en de wei nadien zo plat als een Rizlavloeitje achterblijft. Reactie van bassist Jacques Nomdefamille? “Feestje bouwen”.

Dat moet wel “Eighties Song” zijn, waarin de band een half “Paranoid” draait. Deze band eert zijn seventies-iconen, kent zijn klassieken. Dat horen we wanneer naar het einde toe “Sad Dancer” het stevigste van Led Zeppelin pakt – denk “Kashmir” – en dat vervolgens binnenstebuiten draait. Het is de aanval om alle laatste weerstand te breken, de geur van de overwinning hangt al in de neusgaten. En stiekem hopen we dat die van Queens Of The Stone Age in de coulissen staan te kijken. Misschien kunnen die een pittig voorprogramma gebruiken.

Een ander geluid uit diezelfde heimat van ons laat Ão horen – die er overigens wel alles aan doen om net niet als landgenoten te klinken. De betoverende elektronica overgoten met Portugese invloeden voelt aan alsof we aldaar ergens blootsvoets in het verfrissende oceaanwater staan. Zangeres Brenda Corijn kronkelt en slingert vederlicht over het podium op de soms dromerige en dan weer krachtige fadobeats van percussionist Bert Peyffers en de flamencogitaar van Siebe Chau – ze verdwijnt geen seconde uit ons blikveld. Uiteraard is er ook die prachtige stem van haar, die ze niet enkel gebruikt voor de fadozanglijnen tijdens de nummers, maar waarmee ze tussendoor ook een prima presentator blijkt te zijn. Geef die vrouw een radioprogramma, nu! 

Als opkomende Belgische Grote Band in een toch al goedgevulde Club wordt er voornamelijk uit het vaatje der bekende radiohits getapt: uiteraard “Meninas”, het nieuwe kizombaritme van “Talvez”, “Crowd” en “More”. Helaas trok dit ook redelijk veel mensen aan die er al eens iets van opgepikt hadden en het “ne keer wouden zien”. De performance verdiende meer dan de makke kudde. Gelukkig krijgen we de belofte van een nieuwe plaat en dito release show – we scheuren alvast een hoekje af in de agenda.

We blijven onder de Belgische driekleur opereren in de Marquee met Sylvie Kreusch. Chokri programmeerde Royel Otis, Royel Otis meldde ziek, Chokri belde het festivalorganisator-noodnummer, en kreeg madame Kreusch aan de lijn. Warmdraaien zal niet nodig geweest zijn; het is zowat de elfendertigste keer dat we de hardwerkende dame deze zomer mogen aanschouwen. Begrijpelijke keuze wel van de organisatie; Sylvie levert een betrouwbare, maar doeltreffende formule af: witte vederen pakjes, gekronkel over de grond, kinderlijke oeh-aah’tjes en popmuziek die een groot podium aankan. 

Maar ja, hoe vaak kan je je voluit geven op “Comic Trip” of “Sweet Love (Coconut)”, en hoe vaak kunnen wij vallen voor haar kleurboekchansons? Een last minute vervanger gaan we uiteraard niet te streng beoordelen, maar we denken dat zowel bij band als luisteraar de term “festivalmoeheid” op z’n plaats is. We wensen de Antwerpse een welverdiende vakantie toe. 

Een festival is niet compleet zonder een klodder voetbalkantinegebral: enter Viagra Boys. Compromisloos entertainment dat het publiek goed smaakt – zo mak en afwachtend ze totnogtoe waren, zo schor worden de kelen nu geschreeuwd. Akkoord, veel hebben we niet nodig na dat ongetwijfeld zeer gebalanceerd ontbijt met detoxdrankje, maar de Viagra Boys brengen hetgeen ze beloven dan ook met verve. Al vroeg in de set schallen de sloganeske teksten door de volle Marquee: “Man Made Of Meat”, “Punk Rock Loser”, “Uno II” en uiteraard “Sports” zullen het waarschijnlijk nooit schoppen tot de Zweedse literaire canon, maar voor gebalde vuisten en bierdouches staan ze garant. 

Al is het meer dan enkel wat puberaal gelul waarmee de heren scoren. We horen hier een soort The Hives zoals ze zouden klinken als Steve Albini ze geproducet zou hebben. Dit wordt afgewisseld met sonische experimenten richting Soulwax-achtige electro en freejazz-saxofoonriffs van Oskar Karls, alles gespeeld op het scherp van de snee. Een hoofdrol voor Karls komt er pas echt in slotnummer “Research Chemicals”, met een haast perfecte spanningsboog in de minutenlange break. Die wordt bekroond op de manier die het een Viagra Boy betaamt: door in nietsverhullende cutoff shorts het publiek in te springen. Neem daarbij ook de fijne visuals: het yin-yang teken is het hoofdpersonage dat doorheen de set ommetjes maakt langs een tennisbal, twee garnalen en een soort harige follikelcel. Nog even buigen op “Up Where We Belong” van Joe Cocker en we beleven het perfecte ‘what the…’-uurtje.

Volgende hoofdstuk in de reeks “volgekleurde blote basten”: Zwangere Guy. “Dit stond al lang in de agenda geschreven”, zal de man met een plan halverwege toegeven. Vorig jaar was nog even aan Stikstof, nu is Gorik opnieuw de main man. Het past de werklustige, bekeerde alcoholicus die zijn dertig kilo lichter – “maak lawaai voor mijn verdwenen pens” – nog steeds uitbundig viert. Na Wie is Guy? en Brutaal/BrutXXL is hij nu klaar voor Gorik Pt. II; de herboren man, maar ook het nummer, dat prijkt op de tracklist van het eind september te verschijnen Dit is Guy.

Wat die plaat wordt, daarvan licht hij de sluier nauwelijks. Toch voelt dit al als een volledig verbouwde setlist. De lekkere beats van “Loin d’ici” van op de Putain-soundtrack geven de aftrap, een “I Love Gaza”-t-shirt en een korte speech vinken ook alvast die vakjes aan. Waarna we zoals gewoonlijk Guy’s persoonlijke sores induiken, met als nieuwste dieptepunt: de hersenkanker van zijn vader. “Dat is niet die stiefpa”, over wie hij zo vaak rapte, moet hij verduidelijken.

Dit is het punt: de Guy van toen bestaat niet meer. “Papucho”, de nieuwe single waarmee alles vandaag eindigt, is de disstrack die die ket van toen de mantel uitveegt. Vandaag is Gorik Van Oudheusden vader, eind de dertig, en opgeschoond. Het kan dus niet anders of “Beter Leven” wordt aangekondigd met een “dit nummer is niet langer van mij, maar van ons”. Het voelt als een afscheid van een levensbepalende song, maar het snijdt daarom niet minder intens, net als dat “Gorik Pt. 1”, waarvan de spookachtige synths nog altijd unheimisch voelen.

Maar gedaan met al dat familiedrama, enter het familiebedrijf. Terwijl Van Oudheusden hier staat te rappen, babysit Mémé Zet Gee op de kleine, en runt zijn zus de boîte. In eenzelfde beweging vertelt hij hoe zijn psycholoog hem heeft geholpen, dat die onder de 25 minstens een beetje wordt terugbetaald dankzij minister Frank Vandenbroucke, en weeft hij er enkele tracks later nog een pleidooi voor mannelijke kwetsbaarheid achteraan. Zit ZG zonder verhaal nu hij gelukkig is? Voorlopig niet, maar het goeroeschap dreigt.

Dat mag niet de bedoeling zijn, en dus knalt het laatste half uur. Een ruig “Probleem” lokt een woedende uithaal richting Brusselse politiek uit, “ZG All Day”, “Rotjoch”, “Fally Ipupa” zijn kersen op een overladen taart die blijft geven, want daar is alweer Faberyayo van De Jeugd van Tegenwoordig voor “Overtreders”. “Het kan zijn dat we nog shit gaan uitbrengen”, wordt vaagweg beloofd, en dan gaat het alweer van “fuck fascisten en racisten” en hoe die zes voet onder de grond horen. Anger blijft deze man zijn energy, en dus raast ook “Guttergang” als vanouds.

Wordt Guy Goeroe de eerste yogarapper? Hebben happy people stories? We ontdekken het allemaal over een dikke maand. Dit schot voor de boeg laat vermoeden dat het wel zal meevallen. Hier droop nog steeds goesting en honger van af.

Honger? Ja, het wordt stilaan etenstijd, maar wat zijn we blij dat we onze eetpauze onderbroken hebben met Aurora in de Marquee. Pukkelpop programmeert met de Noorse een onvervalst popfenomeen, maar ze bewijst vandaag dat het Hoge Noorden naast Vikings en zelfbouwkasten ook nog steeds de slimste popmuziek weet te herbergen. Akkoord, je moet je wat kunnen vinden in dat elfenrijk uit Lord of the Rings-sfeertje, maar Aurora brengt hier een solide set die zowel visueel als muzikaal staat als een huis. 

Ze roept in haar nummers natuurkrachten op die wij Lage Landers amper kennen. De stiltes zijn dieper dan hier, de uitbarstingen geisers vol energie waarvan wij terug deinzen. We hebben er haast een beetje schrik van, die eerst nog zo schattige bosnimf die een traantje wegpinkte bij het overrompelende applaus. Zo laveert ze tussen het aandoenlijke van Björk tot het etaleren van een oerkracht zoals … euh ja, eigenlijk ook Björk, de muzikale weirdness van Karin Dreijer Andersson en de girl power van MØ. In het slot laat ze uiteraard “Runaway”  en “The Seed” niet links liggen, waarmee ze bewijst ook vloeiend dance te spreken. Zoals Robyn, ja. Goed, genoeg Scandinaven genamedropt.

De avond is nog lang, maar met Doechii kunnen we toch al spreken van een vooruitgeschoven headliner. Een product van deze generatie: bekend geworden via TikTok, queer symbool en en weldoordachte stijl, maar haar shows en muziek bewijzen duidelijk: dit is niet het hapje van het moment. Nicky Minaj maar minder ordinair, Anderson.Paak met girl power of soms zelfs breekbaar als Little Simz: wij slaan de drankpauze over en reppen ons met droge mond richting Main Stage. En wachten, vijf minuten. Tien minuten. Divastreken? Ze zou toch niet durven …

Maar neen hoor: daar is ze dan, lopend op Pradastiletto’s en gehuld in een soort badpak met kaaimanprint – niet haar bekende school girl look. Ze doet het vandaag zonder dansers, enkel geruggesteund door vaste beatmaker Miss Milan. Nu, te harer verdediging: ik zou ook wat te laat zijn als eerst de halve groendienst van Kiewit opgetrommeld werd om het podium vol te zetten met moerasplanten en bijschuifpodia. Het koninkrijk van The Swamp Princess

Die minuten wachten zijn vanaf de eerste noot trouwens snel vergeten – het gaat een rotvaart zoals je dat nog maar zelden gezien hebt. Doechii spurt, springt, roept en rapt aan honderd kilometer per uur, het ziet er haast uit als een recordpoging. Jezus, wanneer ademt deze vrouw eigenlijk?! In de vijftig minuten die ze nog over heeft, zal ze zonder een seconde te pauzeren de meest bekende nummers op ons afvuren met orkaankracht: “Nissan Altima”, “Boiled Peanuts”, “Alter Ego” en een slot met “Denial Is a River” en “Boom Bap” doen de wei daveren, dit alles overgoten met de wilde scratches en botsautogetoeter van DJ Milan. Ook een vaste waarde in haar setlist: de Beyoncecover “America Has a Problem” in een mix met onder andere “Gypsy Woman” en “One More Time”. Nieuw maar wel verrassend goed: haar grootste hit “Anxiety”, maar dan grotendeels zonder de Gotye-sample van “Somebody That I used To Know” die het juist zo herkenbaar maakt. Deze wordt vervangen door een soort “Master of Puppets”-riff, en doet een wei vol hip hop kids voluit headbangen. 

Voor een Amerikaanse superster die aan haar kant van de oceaan Grammy’s op zak steekt en voor volle weides en stadions staat, siert het haar enorm dat ze hier, geprogrammeerd in de vooravond voor een driekwart gevulde wei, werkelijk tot het gaatje gaat. Hoedje af voor deze Beyoncé op speed; al het platgetrapte gras op de weide na drieënhalve festivaldag staat opnieuw recht. Maar nu toch maar snel dat watertje gaan halen om af te koelen.

“Deze wereld moest een gemeenschap zijn, dacht ik”, zucht James McGovern nadat hij “Love Of Country” heeft opgedragen aan het Palestijnse volk. En je voelt de gelatenheid, de pijn van een tour lang vechten of discussies hebben met Duitse concertzalen die Die Vlag niet tolereren. Het was vechten tegen de bierkaai, en de bierkaai heeft gewonnen. The Murder Capital, kortom, is leeggevochten.

We zijn op dat moment diep in de set, en die verloopt niet goed. Het geluid is in eerste nummers “The Fall” en “Moonshot” dun. Bas en drum zijn een dof gerommel aan de horizon, de gitaren zorgen voor een ver en schril gekrijs terwijl de frontman ergens hopeloos verloren in mix en toonladder zit. Met de moed der wanhoop gooit de postpunkband er de gierende gitaren van “Don’t Cling To Life” achteraan; die sterkhouder zal het toch wel redden?

Helaas. Deze band worstelt. “How was your Chappell Roan?”, polst McGovern, voor hij zelf concludeert: “good luck, babe.” Onduidelijk. “Slow Dance” draagt hij op aan Viagra Boys, en zie, in dat intense, slepende nummer trekt de boel zich stilletjes recht. McGovern voert in het instrumentale tweede deel een houterige dans op, gaat er bij liggen tussen de monitors en laat zich een tamboerijn aanreiken. Zo brengt hij “Swallow”, nog een trage.

Net wanneer je denkt dat hij niet ongeïnteresseerder kan zijn, kantelt het schip gelukkig. “For Everything” is nog amechtig proberen, de dreun van die beginjaren proberen te recreëren maar er zelf niets meer bij voelen. Dat lukt gek genoeg wel bij “Words Lost Meaning”, dat met zijn meezingbaar refrein dan toch doel treft. Het voelt als een ontlading na dat pijnlijk pogen, dit luctor maar nooit echt emergo. En zo worden de meubelen dan toch – vaagweg – gered.

Waarna (lt), die is blijven hangen, streng sprak: “geen verslag werd ooit beter van een Papa Roachstuk.” En dus mag (mvs) met de rest mee naar de Wave. En dat dat goed was. 

Niemand die deze immers nog had zien aankomen na hun zeven jaar durende pauze, maar kijk: in 2025 mogen we ons weer even in onze tienerjaren wanen met Justice. Een wegens drukte extra ingelegde nostalgietrein, en dat op een zondag! We wagen ons richting de hoek van het festivalterrein waarin het immer drie uur ‘s nachts is, temidden van de Boiler en de Wave. 

Het is al drummen van bij het begin, het Kiewitse publiek is het duo Gaspard Augé en Xavier de Rosnay duidelijk niet vergeten. Opgesteld aan hun synths die naar elkaar kijken, waardoor we het duo zijdelings te zien krijgen, heeft het wat weg van hoe onze eigenste Soulwax zich typisch positioneert. Al kijken we eigenlijk amper naar het duo; de lichtshow die zich boven hen ontplooit, is werkelijk a-dem-be-nemend. We voelen ons in een ver sterrenstelsel, rondtollend op een komeet tussen supernova’s en kosmisch stralende wolken. Het beantwoordt zo goed aan hun intergalactische sound dat we het haast als een extra instrument kunnen beschouwen. 

Speaking of die muziek: Justice werkt hier niet braafjes hun hits van vroeger en nu af in volgorde, maar we krijgen een soort langgerekte mix waarin dit alles hier en daar de kop op steekt, iets wat ons erg doet denken aan Daft Punks succesvolle Alive uit 2007. Een slimme zet, hier in de dancecontreien van Pukkelpopland. Zo mogen we al in het eerste half uur luidkeels meezingen op “We Are Your Friends”, “D.A.N.C.E.”, “DVNO” en de nieuwe “One Night/All Night”. Enkel hun comebacksingle “Neverender” krijgt een groter podium en krijgen we uitgebreid te horen. 

Hierdoor hebben we al relatief vroeg in de set redelijk wat hoogtepunten gehad, en dat resulteert helaas in een tweede deel waarin het verschil met de buurman van de Boiler Room erg klein wordt. Als er plots zelfs hardcore gabberbeats worden gedraaid, gooien wij de handdoek in de ring en gaan we plaatsnemen aan de Main Stage. We horen nog in de verte de afsluitende mix met opnieuw hun hits, maar tegen dan is bij ons de ban al gebroken. 

En zo komen we aan bij de Main Stage voor Queens Of The Stone Age, waar we verbazingwekkend weinig ellebogenwerk nodig hebben om een geschikt plekje te vinden: niet iedereen zat te wachten op de komst van Josh Homme en de zijnen, een jaar uitgesteld. Vorig jaar stak Hommes gezondheid er een stokje voor, maar kijk, de heer is netjes opgevoed en brengt het adagium van zijn Californische ex-gouverneur Arnold Schwarzenegger in de praktijk: I’ll be back

Homme maakt er weinig tot geen woorden aan vuil en begint aan de klus met “Turnin’ On The Screw”, de opener vanop Era Vulgaris. Niet meteen hun allerbekendste, is dit een voorbode voor de rest? Dat zouden we niet zeggen: meteen erna wordt ons een strak afgelijnd “My God Is the Sun” in de maag gesplitst, gevolgd door het iets gezapigere “Burn The Witch”. Bij deze derde horen we Josh al eens naar adem happen als de zang de hoogte in gaat – hij blijkt toch wat moeite te hebben om de straalraket van drummer John Theodore en bassist Michael Schuman bij te houden. Hij oogt nochtans gezonder en minder breekbaar dan bij de vorige passage in ons land, al kan dat misschien ook liggen aan de spots en duisternis. 

De duimschroeven worden verder aangedraaid met “Paper Machete”, “Sick, Sick, Sick” en “No One Knows”, maar toch mist het wat bevlogenheid. Als hierna het eerder onbekende “Made To Parade” op weinig bijval bij het publiek kan rekenen, komt de aap uit de mouw: Homme heeft een pesthumeur en wil niet gewoon als hofnar zijn bekende hitjes komen spelen. Maar goed, jullie betalen een rib uit het lijf voor zo’n ticketje, en jullie willen de hitjes, dus vooruit dan maar. Zo open en dankbaar hij was de vorige keer op Werchter, zo nors is hij nu. Misschien een teken dat hij stilaan terug de oude is?

Wat er ook van zij, gedwee worden de grote knallers gebracht. Al passeren ook “Suture Up Your Future”, dat een nieuw leven ingeblazen werd op hun recente liveplaat Alive In The Catacombs en “Hangin’ Tree”, helaas minder nijdig zonder de zang van de betreurde Mark Lanegan, de revue. Bij “Straight Jacket Fitting” zweept Josh het publiek zowaar toch wat op en mogen we meezingen. Als beloning volgen “Little Sister” en “Make It With Chu” met een knipoog naar “Miss You” van The Rolling Stones, maar het is in het slot dat we plots een heel andere Queens te zien krijgen: met een loepzuiver “Go With The Flow” en “A Song For The Dead” bewijzen de heren – en vooral Homme – wel dat extra tandje te kunnen bijsteken en de wei in vuur en vlam te zetten. Genieten, dat wel, maar daardoor blijven we ook achter met een wat dubbel gevoel. Was het vandaag misschien toch eerder een kwestie van niet willen?

Het is gedaan, en dus komt Luc Janssen nog een keer op. “Als er kinderen doodgaan, dan mogen we niet stil zijn”, zegt hij. “Dan moeten we lawaai maken. Jullie hebben veel lawaai gemaakt dit weekend. Een hartje voor jezelf en voor de wereld.” Vuurwerk, dancemuziek. Stilte. Is het gedaan? Neen. Nog een keer vuurwerk in die drie kleuren die niet meer neutraal kunnen zijn. Groen, rood en wit tegen het zwart van de nacht. Omdat wegkijken geen optie meer is. Pukkelpop is een bedrijf, Pukkelpop is een festival. Maar Pukkelpop bestaat ook uit mensen die beseffen dat geen standpunt innemen ook partij kiezen is. Het zou niet bewonderenswaardig mogen zijn, maar het is het wel.

Pukkelpop was luid, maar je kunt alleen maar hopen dat het luid genoeg was opdat dat geruis uit de buitenwereld eindelijk eens de keikoppen in deze maatschappij bereikt. Want hoe graag we het ook enkel over de muziek zouden willen hebben, deze tijden staan dat niet toe.

Nog een laatste keer dus: Viva Palestina. Omdat er geen enkel excuus is voor genocide.

verwant

Eindejaarslijstje 2025 van Maarten Langhendries

De grote namen uit de indiewereld (Bon Iver, Alex...

Eindejaarslijstje 2025 van Line Tuymans

Allesbehalve een slecht jaar, dat 2025. Muzikaal dan toch,...

Best Of: 2025

Fuck Trump, to hell met Poetin, en laat ons...

recent

Amélie Nothomb :: De Onmogelijke Terugkeer

De romans van Amélie Nothomb zijn grofweg in twee...

The Testament of Ann Lee

Dat The Testament of Ann Lee van de Noorse...

Suede

12 maart 2026Ancienne Belgique, Brussel

Suede: meer dan drie decennia jaar in 't vak,...

The Hickey Underworld :: Cold Sun

Zelfs Onze Lieve Heer deed er niet zo lang...

3 REACTIES

  1. Daar heb je natuurlijk helemaal gelijk in, Kris. We sturen Evert vanavond naar bed met de geschiedenis van Pukkelpop en hij mag er niet uitkomen tot hij die vanbuiten kan opzeggen!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in