“Cirque Royale, derde avond: uitver-fucking-kocht!” Joachim Liebens was er maar wat trots op waar vijf jaar The Haunted Youth hem had gebracht. Met een tweede album nog nét niet uitgebracht, bleek immers: ver. Schrijf nu al op: dit wordt dé festivalband van komende zomer.
“Boys Cry Too”? Jawel, mijnheer. We gaan daar niet om liegen, en omdat Joachim Liebens evengoed een Cure-fan is, wordt dat volgende week de titel van de tweede Haunted Youth-plaat. Want in tijden van Andrew Tate en evenzeer van gebroken harten wil de Limburger wel één en ander kwijt over het onderwerp mannelijkheid. Je leest het aan een uitgesponnen citaat (bron: onbekend) terwijl op tape de intro van “In My Head” begint. Die duurt vlot drie minuten, terwijl een gebroken hart neerdaalt hebben de muzikanten alle tijd om positie in te nemen en in te vallen.
Die openingstrack is meer dan dat. Wanneer de drums bij de laatste beweging van het lange nummer fysiek uit de boxen spatten wordt het een konijnenhol dat je niet alleen Boys Cry Too maar ook dit concert binnentrekt. Want hoeveel het ook vraagt van het publiek, The Haunted Youth zal ons eerst een uur lang vergasten op nieuw materiaal vooraleer de hits van stal worden gehaald. Straks, deze zomer, kunnen we er de lekkere brokken gewoon uitpikken, maar nu moet die even integraal. Het mag, omdat die tweede plaat ook een werkstuk is dat functioneert als een geheel.
Dit concert laat Boys Cry Too horen als een album dat piekerend rondjes rond eigen navel draait. Je hoort het aan het grungy “Castlevania” waarin de geest van Alice In Chains doorschemert, maar ook in het ingetogen “Hurt”; dit is een introverte, in eigen ziel wroetende set, die maar zelden contact zoekt met de buitenwereld. En net daarom werken die momenten zo goed. De virulente gitaar die “Deathwish” inzet scheurt de onbehaaglijkheid aan stukken, die zanglijn smeekt om meebrullen, en op dat moment weet je: anthem.
Dit is nog geen arenashow, de toeters en bellen die daarbij horen, komen pas maart volgend jaar boven, is gisteren aangekondigd, maar dat wil niet zeggen dat aan de vormgeving niet is gewerkt. Op het scherm achter de band passeren minimalistische beelden, voor het shoegazy “Emosong” schuift een gaas tussen band en publiek waarop extra projecties passen. En wat vorige zomer, en misschien die daarvoor ook al, nog een vaag nieuw nummer was, blijkt nu perfect te passen.
Je voelt dat Liebens al even aan dit verhaal aan het schrijven was, maar nu pas kloppen die nieuwe songs echt. “Falling Into Pieces” gaat immers ook al even mee, maar als heart of darkness van deze set valt de instrumental helemaal op zijn plaats. Zoals altijd flitst op het scherm “don’t kill yourself, I love you”, de gitaren houden het midden tussen Slowdive en Mogwai, de begrafenisdrums spellen tragiek. Hier heeft Liebens zelfs geen woorden meer nodig, alles ligt in die monumentale melodie besloten.
Zelfs ietwat slordig gespeeld is “Forget Me” – noem het Blink 182 in existentiële crisis – kort daarna het absolute hoogtepunt van deze set. Liebens zet een van zijn meest opruiendste riffs in, Hanne Smets haalt uit haar Cure-schuif een synthriedeltje dat links naast dat van “Into You” ligt, en samen met de rest van de band – hulde, Tom Stockx op gitaar, Stef Castro op bas en Nick Caers op drums! – knallen ze aan honderdvijftig per uur de eerste bocht in. Voor wie straks op de festivals is: het is ongeveer halverwege dat u lekker prettig “I’m better off without you” kunt meebrullen.
Het vergt, alweer, lef om daarna de set te besluiten met waar ook Boys Cry Too eindigt: het kleine, uitgeklede “Ghost Girl”. Het is niet het soort uitroepteken dat een optreden als dit vraagt, hoogstens een beletselteken in afwachting van de bisronde. En die smaakt – natuurlijk – als een greatest hits, waarvan de grootste eerst mocht.
Want wat anders is “Into You” dan een regelrechte triomf? Nog altijd danst die synth als een derwish, is dat refrein één en al popglorie; The Haunted Youth tot zijn pure essentie gedistilleerd. Misschien kan Liebens dus niet anders dan daarna de comedown introduceren met het op zich al even straffe “I Feel Shit And I Wanna Die”. Natuurlijk volgt daarna het trio “Teen Rebel”, “Broken” en “Coming Hown”, die trits singles die The Haunted Youth voor eeuwig in het Belpop-pantheon heeft gebeiteld. Het is de kers op de taart, de oester in het hors-d’oeuvre, het bijna-te-veel-van-het-goeie na alweer een succulente maaltijd.
The Haunted Youth is een wereldgroep.




Prachtige recensie, prachtige band. Ik wou dat ik er bij had kunnen zijn.