In de nadagen van het sluiten van cinemazalen door covid had Zach Cregger een onverwachte horrorhit te pakken met het voor weinig geld geproduceerde Barbarian. Voor deze opvolger kreeg hij een hoger budget en wist hij een indrukwekkende cast te verzamelen (Josh Brolin, Julia Garner, Benedict Wong). Het resultaat deed het tijdens het eerste weekend in de Verenigde Staten opvallend goed aan de kassa en haalde het zelfs van het gegarandeerde succes Freakier Friday.
Dat heeft zeker te maken met de trailer die de intrigerende premisse van de film op sterke wijze centraal zette: midden in de nacht verdwijnen alle kinderen (behalve één) uit eenzelfde klas spoorloos in de nacht, een gebeurtenis die de kleine gemeenschap waarin alles zich afspeelt vanzelfsprekend danig dooreenschudt. Dat die gemeenschap symbool staat voor de hedendaagse Amerikaanse samenleving is al heel snel duidelijk en dus evolueren de gebeurtenissen fluks naar bittere verdachtmakingen en het opborrelen van sluimerende sociale spanningen die zich focussen op de lerares van de kinderen (Garner): waarom net haar leerlingen, waarom eentje niet, wat houdt ze achter …? Dat het gebeurde een soort metafoor is voor de helaas al te vaak voorkomende schietpartijen op scholen in de VS is ook al snel duidelijk: er zijn talloze subtiele en minder subtiele hints en zelfs een koortsachtig droommoment dat wel heel erg zwaar op de hand en nadrukkelijk is.
Ondanks wat inzinkingen zit gedurende het eerste half uur in Weapons alles echter wel goed. In hoofdstukken opgehangen aan diverse personages die dezelfde gebeurtenissen vanuit verschillende perspectieven tonen, wordt gebouwd aan een beklemmende spanning met de nodige schrikmomenten. Dat zijn weliswaar alweer de obligate jump scares, maar alles wordt met mate gedoseerd en de film drijft op een akelige sfeerschepping die best efficiënt is. Na drie kwartier wijzigt het geheel echter plots radicaal van toon. Op zich is daar niet zo veel mis mee – veel hedendaagse griezelprenten slagen er nauwelijks in een enkele kwaliteit te benutten, laat staan te diversifiëren. En het moet gezegd dat de luchtiger insteek van het tweede luik competent is opgezet: het script heeft ten minste goed door dat een schreeuw en een lach kunnen voortkomen uit dezelfde situatie.
Het probleem is echter dat Weapons vanaf de omschakeling naar echte horror niet zo goed meer lijkt te weten wat het overkoepelende concept is. Er is een heel erg campy deel dat leentjebuur speelt bij Stephen Kings Needful Things en dat gedragen wordt door een schier onherkenbare Amy Madigan (taaie huurling McCoy uit Walter Hills Streets Of Fire), maar tegelijkertijd wordt ook het allegorische concept doorgetrokken, zonder dat het echt allemaal ergens heen gaat. Naarmate de plot zich verder ontvouwt, stuikt het potentieel van het uitstekende eerste half uur dan ook steeds verder ineen. Dat geldt voor het narratief, maar ook voor de beeldvoering die oninteressanter en voorspelbaarder wordt (de snel voortrazende camera wordt na een tijdje wat eentonig), tot Cregger in de laatste vijf minuten dan eindelijk toch opnieuw een paar indrukwekkende visuele verrassingen uit zijn mouw schudt.
Het valt absoluut toe te juichen dat studio’s weer eens inzetten op horror die niet een zoveelste afkooksel is van eindeloos herkauwde recepten (The Conjuring en consorten) en er zitten wel degelijk goede ideeën achter Weapons. Het probleem is dat de vertaling naar een beeldtaal niet altijd even vlot lijkt te verlopen en de film daardoor net iets te veel blijft steken in onhandig worstelen met de botsing tussen ronduit schitterende en half mislukte momenten.



