Pollock



118 min. / USA

Het is niet altijd een pretje om een ietwat cinefiele film te
maken. Acteur Ed harris kreeg in 1991 van zijn vader een biografie
van berucht schilder Jackson Pollock in handen, en begon vervolgens
na te denken over een verfilming – het zou tien jaar duren voor hij
zijn visie uiteindelijk op een scherm kon brengen, na een reis
langs verschillende scenaristen, studio’s en producers. Toen de
film dan toch gemaakt werd, op een zeer klein budget, werd hij
beloond met een oscarnominatie voor beste acteur (Harris speelt ook
zelf de hoofdrol), en zijn tegenspeelster Marcia Gay Harden met een
oscar voor haar rol als Pollocks echtgenote. Toch duurde het nog
eens twee jaar voor wij eindelijk de film in de zalen krijgen – en
de kans is klein dat hij er lang zal blijven, dus opschieten is de
boodschap.

Jackson Pollock was een schilder die vanaf de late jaren dertig
pogingen ondernam zich te laten opmerken als kubist – u weet wel,
zo iemand die schilderijen maakt die je maar al te makkelijk
ondersteboven kunt hangen zonder het verschil te merken. We
ontmoeten hem in de film in 1941, als een niet zo vrolijke
drinkebroer die moeilijkheden heeft te communiceren met de mensen
om hem heen en inwoont bij zijn broer – zeer tegen de wensen van
zijn schoonzuster.

Pollock ontmoet collega Lee Krasner (Marcia Gay Harden), zelf
een begenadigd abstracte schilderes, die echter besluit haar eigen
carrière opzij te zetten voor die van de man waarop ze verliefd is.
Via haar krijgt Pollock een introductie tot mensen als Peggy
Guggenheim, van het bekende Guggenheim museum in New York, die min
of meer zijn mecenas wordt. Om de druk van het stadse leven en de
bijbehorende verleiding tot drinken te ontvluchten, verhuizen
Pollock en Krasner naar het platteland, waar ze enkele relatief
gelukkige jaren beleven. Pollock ontwikkelt de stijl die hem
beroemd zou maken – hij laat de verf van zijn borstel op het doek
druppen, zonder dat de twee elkaar ooit aanraken, en weet zo een
pointilistische wereld van kleuren en emoties op te roepen. Voor
het eerst wordt hij populair in het kunstwereldje, geniet hij
respect én heeft hij een redelijk inkomen. Maar zijn pas gevonden
succes leidt hem ook weer tot de drank, en al zijn zelfdestructieve
neigingen komen weer boven.

Ed Harris voelde ongetwijfeld een ware passie voor zijn
onderwerp, en dat voel je aan zijn acteerprestatie, indien niet aan
zijn regie. In een veeleisende rol als een complex man zet hij geen
stap verkeerd – je krijgt het gevoel dat hij deze raadselachtige
figuur helemaal doorgrond heeft, en gaandeweg krijgen we
veelzeggende hints naar zijn persoonlijkheid. Er wordt immers
absoluut geen heiligenbeeldje van de temperamentvolle kunstenaar
opgehangen. We leren Pollock kennen als een dronkelap die zich
gewillig overgaf aan uitzinnig zelfmedelijden. Een man die onder de
neus van zijn echtgenote met andere vrouwen aanpapte. Iemand die
mokt na tegenslagen en verwacht dat heel de wereld aan z’n kont
hangt na een overwinning. Een sleutelscène in de film toont hoe hij
na een ruzie zijn vrouw omhelst, en dan over haar schouder een teug
bier naar binnen kapt. Dit is geen mens om mee samen te leven.

Dat – ik veronderstel waarheidsgetrouwe – beeld van de schilder,
leidt ook tot een fundamentele zwakte in de film: waarom zou Lee
Krasner ooit haar hele leven bij Pollock hebben willen blijven?
Gezien de emotionele hel waarin hij haar regelmatig liet leven, is
het vrijwel onbegrijpelijk dat ze niet alleen aan zijn zij bleef
staan, maar dat ze zelfs haar eigen artistieke ambities voor hem
opzij zette. Een soort van verklaring wordt geboden door haar
rotsvaste geloof in zijn vermogens als een kunstenaar, maar als dat
het enige is, had ze net zo goed naar een museum kunnen gaan en de
werken bekijken. Er moet iets méér zijn geweest, dat deze film niet
laat zien. Er moet iets in die Jackson Pollock hebben gezeten waar
een mens van kan houden. Het enige dat we aangereikt krijgen, zijn
echter momenten waarop hij alleen is. Wanneer hij schildert. Harris
put een zichtbaar genoegen uit het tonen van de fysieke daad die
schilderen is. De camera volgt zijn borstels, we horen het geluid
van borstels op het canvas of zelfs van de neerkledderende druppels
verf, en de indruk die we krijgen, is die van een diep getroubleerd
man die even de gelegenheid krijgt zichzelf te vergeten en méér te
worden dan de ergerlijke dronkaard die hij is. Allemaal goed en
wel, maar Krasner is er niet bij, op die momenten (in de film toch
niet). Zij fungeert hoogstens als boksbal voor zijn emotionele
problemen voor en na het schilderen.

Dat neemt niet weg dat ook Marcia Gay Harden een uitstekende rol
speelt. Wie ooit een interview heeft gezien met de dame, zal
begrijpen dat de harde stem met het enorme Brooklyn-accent dat ze
in de film gebruikt, niets te maken heeft met haar gewone
spreekpatroon, maar ze gaat nergens in de fout, en nergens komt het
geaffecteerd over, alsof ze zichtbaar naar een oscar staat te
hengelen (nog Halle Berry in ‘Monster’s
Ball’
, iemand?). Harris is erin geslaagd om zelfs voor de
kleinste rolletjes uitstekende acteurs te vinden. Jennifer Connely
(van ‘Requiem For A Dream’) duikt
twintig minuten voor het einde plots op in een ridicuul kleine,
maar cruciale rol. Val Kilmer heeft nog minder te doen. Als acteur
weet Harris duidelijk hoe hij met zijn collega’s moet werken – het
is het acteerwerk dat deze film boven de middenmoot uitsleurt.

Afzonderlijke scènes hebben vaak een onontkenbare dramatische
kracht, maar ten slotte moet je toch tot de conclusie komen dat
Harris geen visuele regisseur is. Hij kan de tragiek van een man
als Jackson Pollock wel uitbeelden als acteur, maar als filmmaker
kan hij het niet doeltreffend genoeg in beeld zetten. Het siert hem
dat hij niet probeert om zijn film vol arty-farty kunstgrepen te
stoppen; hij wéét dat hij zijn beperkingen heeft als regisseur, en
kiest dan ook voor een eenvoudige, rechttoe-rechtaan visuele stijl.
Allemaal goed en wel, maar na een tijdje zorgt dat er wel voor dat
de film behoorlijk statisch wordt en begint te slepen.

Pollock is een project met een hart en een ziel – dit had een
fantastische film kunnen worden, indien er een meer ervaren
regisseur aan het roer had gestaan. Denk maar aan Julie Taymor, die
de kunst van Frida Kahlo zo mooi tot leven wist te wekken in het
recente ‘Frida’. Zoals het is,
blijft dit absoluut de moeite voor de acteerprestaties, én voor de
inleidende cursus op het leven en werk van Jackson Pollock die we
krijgen. Al wie in z’n vrije tijd wel eens de Nachtwacht wil
herscheppen via Paint-by-numbers, mag dit niet missen.

http://www.spe.sony.com/classics/pollock/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

17 − zeven =