Met Wasteman levert de Britse regisseur Cal McMau een opvallend zelfverzekerd langspeeldebuut af waarmee hij meteen de Douglas Hickox Award voor Beste Debutant Regisseur won op de British Independent Film Awards en een BAFTA-nominatie kreeg voor Outstanding Debut. Na jaren in reclamewerk, muziekvideo’s en kortfilms vertaalt McMau die visuele achtergrond naar een rauwe gevangenisthriller die echo’s oproept van Starred Up uit 2013, maar tegelijk een eigen, meer gestileerde identiteit behoudt. Hoewel de film terugvalt op vertrouwde genre-elementen rond macht, intimidatie, drugs en geweld, geeft McMau daar via zijn claustrofobische beeldtaal een opvallend fysieke intensiteit aan.
Achter de tralies van een Britse gevangenis krijgt de drugsverslaafde Taylor (David Jonsson) na dertien jaar cel een kans op vervroegde vrijlating. Hij probeert zich zo onzichtbaar mogelijk te houden en hoopt daarna opnieuw contact te maken met zijn inmiddels 14-jarige zoon Adam. Zijn poging om zich gedeisd te houden komt onder druk te staan wanneer hij een cel moet delen met Dee, een brutale dealer vertolkt door Tom Blyth, wiens aanwezigheid de machtsverhouding met de huidige dealers Gaz en Paul meteen verstoort.
McMau houdt zijn verhaal volledig binnen de gevangenismuren en maakt van die beperkte ruimte meteen zijn grootste kracht. Extreme close-ups, zoals Dee geplet tegen een doorzichtig oproerschild, beelden gefilmd door tralies of Taylors zweterige lichaam in afkickmodus creëren een constant verstikkend gevoel. De slimme afwisseling met beelden in gsm-formaat verbindt de gevangenis met de buitenwereld, maar benadrukt tegelijk hoe afgesloten en veraf die wereld blijft. Ook kleine details, zoals Dee die bij aankomst demonstratief in de wc van de cel plast, geven de film iets dierlijks en onvoorspelbaars. Lorenzo Levrini’s camerawerk houdt alle chaos verrassend beheerst, zelfs tijdens de brutale gevechten die dicht op het vlees worden gefilmd. Alles draait hier rond territorium afbakenen, een bijna vleselijke strijd om ruimte en dominantie, waarbij McMau met zijn beeldtaal een volledig gesloten systeem creëert dat voortdurend resoneert met de logica van de gevangenis zelf.
Je ziet in verstilde omgevingsbeelden de gevangenis van buitenaf, als sterk contrast met wat er binnen woelt, te vergelijken met Taylor die een ingetogen kalmte uitstraalt, verlegen, stuntelig en angstig, maar van binnenuit kampt met verslaving en een verleden dat blijft nazinderen. De focus blijft gedurende de film volledig bij hem hangen, zelfs wanneer hij zijn celgenoot expliciet vraagt naar diens verleden. Ook de dynamiek tussen Taylor en Dee, een fel contrast, draagt de film doordat we kijken naar gelaagde personages. Telkens wanneer ze iets naderen dat lijkt op vriendschap, wordt meteen duidelijk dat niets zonder bijbedoelingen bestaat, waardoor de relatie voelt als balanceren op een landmijn, waarbij één verkeerde beweging alles kan doen ontploffen.
Hoewel de film thematisch geen nieuw terrein betreedt, houdt McMau de spanningsboog strak genoeg om de clichés van het genre te overstijgen. Hij verspilt geen seconde aan overbodige zijsporen en maakt van Wasteman een beklijvende debuutfilm die in negentig minuten een rauw portret schetst van een systeem waarin geweld en overleving haast dezelfde taal spreken. Hoewel je met dit soort opzet steevast op een climax rekent waarin alles escaleert, schudt McMau onderweg genoeg onverwachte wendingen uit zijn mouw om de spanning constant te houden. Met een wrange ironie verlaat Taylor dan ook de gevangenis als een man die moreel niet zuiverder is dan toen hij binnenkwam.



