Johnny Dowd :: Homemade Pie

Na het grotendeels solo ingespeelde drieluik That’s Your Wife On The Back Of My Horse (2015), Execute American Folklore (2016) en Twinkle Twinkle (2018) voelde Family Picnic (2019) aan als een terugkeer naar iets minder ontregeld terrein voor Johnny Dowd. Die beweging wordt nu doorgezet met album #15, waarvoor hij zich voor het eerst in tijden weer omringt met een band oudgedienden.

Je zou kunnen zeggen dat de verwijzingen naar familie en huiselijkheid op de laatste twee albums geen toeval zijn. Maar het is eigenlijk nooit anders geweest. Dowd neemt z’n albums nog altijd op bij z’n Neon Baptist-maatje Dave Hinkle, laat zich voor vanalles bijstaan door familieleden en keert hier terug naar een band waarmee hij rond de eeuwwisseling speelde. Mike Edmondson, niet lang geleden nog sidekick voor de Family Picnictournee, is gebleven. Maar intussen zijn ook zangeres Kim Sherwood-Caso en drummer Willie B teruggekeerd (voor het eerst sinds Do The Gargon uit 2013). Zijn ook gebleven: de compacte, vaak rudimentaire songs die er door vliegen aan een rotvaart. Ook hier passeren er weer dertien in minder dan veertig minuten.

En ze zijn herkenbaar. Dowd’s onvaste stem kraakte ten tijde van zijn solodebuut Wrong Side Of Memphis (intussen een kwarteeuw oud) al, dus van de 73-jarige versie hoef je al helemaal geen gaafheid te verwachten, al zal hij dat zelf ongetwijfeld betwisten. Natuurlijk wordt dat ruimschoots gecompenseerd door een jennerig voodoo-sfeertje, met jolige walsjes en polka’s met een ziekelijk randje en verhalen en oneliners die zo weggeplukt lijken bij profeten van de zelfkant als Harry Crews. De titeltrack die het album opent is vintage Dowd – inclusief retestrak ritme, de vibratoloze stem van Sherwood-Caso, een zeurend orgeltje en opvallende gitaarsolo – met een verhaal van zonde en verlossing, maar vooral veel van dat eerste. “I sell bibles to the sinners, I sell shoes to the lame,” luidt het bij de deur-aan-deur verkoper voor wie het fataal afloopt.

Het is een van de weinige keren dat de band het spelletje redelijk straightforward speelt, want elders durven de naden al eens loskomen, worden de songs gesaboteerd of vroegtijdig de kop ingedrukt. “Rise Up” heeft heel even iets van stompende ZZ Top en bevat een zeldzaam moment van maatschappijkritiek (“I love my country, but my country is gone”), maar vindt z’n rode draad niet meer terug na een heerlijk gierende gitaarsolo. “Shack” maakt zich klaar om stevig aan het rocken te gaan, maar wordt eigenlijk een droney shuffle. Bij kortje “Ladies”, 100 seconden rotaanstekelijkheid, geraakt de band niet verder dan een “where have all the ladies gone?” Dowd speelt nog altijd maffe deconstructie-blues.

De Zottenfeest-vibe zit er trouwens wel vaker in, zoals bij de walsende terugblik “Out For Blood” (“We met in a cafe / or was it a bar? / Or was it the mall /  I cannot recall”) of “Gone”, een ode aan het leven on the road: “I love the spotlight / I love the crowd / I love a band / when it plays too loud.” En als Dowd zich opnieuw op gesuikerd ballade-terrein begeeft, dan is dat doorgaans met een brede grijns bij zoveel ontregelde schmalz: “Life goes on, there is no doubt / nothing left to talk about” luidt het in “Silk Scarf.” In “Call Me The Wind”, een duet met Sherwood-Caso op maat van een ongemakkelijke verfilming, is het al even simpel: “Marriage, it’s a curse.” Toch is er altijd die zelfrelativering en humor. Skip gewoon eens naar afsluiter “Do Me Do”: “I’m drinking Coca-Cola / And I’m smoking a joint / You’re not home yet / I guess that was the point.” Iets verderop passeert Otis Redding zelfs even.

Wat bij eerste beluistering klinkt als een meer conventioneel Dowd-album is bij nader inzicht nog altijd een rasechte outsider-plaat. Of luister nog eens naar “Uncle Jimmy”, dat een toetsenlijntje leent bij The B-52’s, terwijl “Dolomite Redux” teruggrijpt naar de maffe bricolage-hiphop van “White Dolemite” (That’s Your Wife On The Back Of My Horse). Het voorbije decennium heeft Dowd, altijd al een buitenbeentje, ongetwijfeld wat volk van zich vervreemd met albums die steeds freakier werden. Zij voelen zich misschien weer wat gerustgesteld door Homemade Pie, dat de deur op een kier zet zonder in te boeten aan karakter. Johnny for President! 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf × 3 =