Joost Vandecasteele :: Verlos ons van het kwaad

Joost Vandecasteele heeft veel gegoogled over de aanslagen van 2016 in Brussel. Hij heeft met die feiten een roman geschreven, maar erg tot leven komt die nooit. Een goeie stand-uproutine is Verlos ons van het kwaad bij momenten echter wel.

Nochtans, als Vandecasteele iets zou moeten kunnen, dan wel een grote Brusselroman schrijven. De uitgeweken West-Vlaming leeft en ademt al jaren de hoofdstad. Helaas, hier vertaalt het zich vooral in kennis van de topografie: afslag links, de Bergensesteenweg op, afslag rechts, de Lemonnierlaan in. En ga zo maar door.

Het helpt ook niet dat de auteur zich verplaatst in een Brusselhatende inwoner, die zich in een permanente angstkramp opwindt over alles wat er fout loopt en wordt uitgestoken – vooral dan door het wat recenter autochtone bevolkingsgedeelte. Laten we het maar zeggen zoals het is: Koen B. is báng, en verrechtst in sneltempo. Het lijkt wel alsof Vandecasteele iets wil zeggen over de huidige polarisatie, maar verder dan “ik begrijp dat u schrik heeft”, komt hij niet.

Maar dat is wel waar het om draait: het Brussel van kort voor en na de golf Islamistische aanslagen van 2015-16, en hoe toen de wereld, de mensheid, even daverde op zijn grondvesten. Vandecasteele herkauwt het tot in de details. De opkomst en verval van IS-tijdschrift Dabiq, hoe het vervangen werd door het al even professioneel gemaakt magazine Rumiyah. Hij vertelt het gretig, hoe het periodiek wel van naam moest veranderen, “aangezien de titel Dabiq wat gênant werd nadat ze de controle over die stad verloren hadden”.

En zo gaat het voortdurend. Weetje na weetje herkauwt Verlos ons van het kwaad de recente geschiedenis, met een flinke nadruk op het Brusselse luik. Salah Abdeslams onderduikpartijtje in zijn eigen buurt wordt flink onder de loep genomen, en Vandecasteele heeft duidelijk elk detail er van opgezocht. Meer dan die heropwarmen doet hij echter niet, behalve er een dik sarcastisch sausje over gieten. Hele golven aanslagen worden op een paar pagina’s samengevat, met de droogheid en het sarcasme van de stand-upcomedian die de auteur ooit was. Drie Britse terroristen die de moordende dollemansrit in Nice willen overdoen, geen vrachtwagen meer kunnen huren, en dan maar een toch iets minder schadelijk bestelbusje inschakelen? “Misschien doorverwezen door de website met ‘liefhebbers van chaos en menselijk leed bekeken ook dit product.'”

Het is een smakelijk overlopen van een decennium terreur, maar wie de kranten van destijds niet al te vluchtig las, kent die feiten. Hoe Vandecasteele het vertelt kan af en toe een grijns opwekken, het leest als een trein, maar waar gaat dit over? Over hoe een mens in dat klimaat niet zo erg onvatbaar blijft voor de zoetgevooisde stem van extreemrechts, dus. Vandecasteele doet het onbehouwen, door rücksichtslos het hoofd van Koen B. te vertalen. Wie daar iets te graag vertoeft, zal zich ettelijke pagina’s verder misschien zorgen maken.

In een parallelle verhaallijn duikt Vandecasteele net als in zijn sterkste roman Massa opnieuw het internet in, en hoe daar de wereld wordt vormgegeven middels subtiele en minder subtiele manipulatie. We ontmoeten er computernerd Elise, maar ook opnieuw Margot V., het hoofdpersonage uit Massa; een beetje voorbij haar hoogtepunt, maar vastbesloten vanuit een nieuwe startpositie opnieuw stennis te schoppen. Motivatie? Onbepaald.

Waar Vandecasteele in Massa al die tech talk verwerkte in een spannende plot die zichzelf bijna voorbij liep, roepen de Elise-stukken nauwelijks spanning op. Ook hier voelt het alsof de auteur zichzelf lazarus heeft geresearcht op alle mogelijke spionagetools en hacking-methodes, en dat nu in omgekeerde volgorde weer uitbraakt. Het levert statische passages op die lezen als een “how to”-guide (“Het nummer werd dan overgezet op een simkaart die men reeds bezat en aangezien apps als Instagram een wachtwoord via sms verstuurden, was het kwaad snel geschied”) of als een lesje internetgeschiedenis (er wordt grof geld geboden voor usernames zonder getallen erin, zoals @Rainbow, wisten jullie dat?). Vandecasteele weet zelf niet waar hij daarmee naar toe wil, is onze gok. Wanneer beide verhaallijnen samenkomen, wordt alles overhaast afgehaspeld in een soort apocalyptische finale, die je achterlaat met het gevoel dat je vijf hoofdstukken in vijf bladzijden hebt gelezen.

Verlos ons van het kwaad roept interessante vragen op, maar vertrappelt ze in al zijn schokschouderend sarcasme. In zijn angst om op – fluister het woord en huiver – “engagement” betrapt te worden, heeft Vandecasteele zijn verhaal zo richtingloos gemaakt dat het alles kan betekenen. Gaat het om het afgezaagde riedeltje dat links het gewone volk heeft verraden door latte’s te drinken en avocado’s te eten? Wil hij waarschuwen dat een fascistisch veiligheidsregime vol camera’s en controlesoftware onafwendbaar is? Is hij voor? Is hij tegen? Moeten we gewoon oppassen voor algoritmes (goed punt, Joost)? “Ik kijk gewoon goed rond”, stelt hij. Dat valt op, hij heeft veel gezien.

De conclusie wat het allemaal wil zeggen mag of moet u zelf maar trekken. Dat doet literatuur wel vaker, natuurlijk, maar hier voelt het vooral besluiteloos aan. Er zat een beter boek in Verlos ons van het kwaad dan er is uitgekomen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × vier =