BEECH :: Artifact

Goede slackerrock vind je niet enkel in studentikoos Amerika, alwaar de ambities van grootstedelijke kids verdampen en inkoken tot lethargie. Artifact van het Aalsterse BEECH toont aan dat ook de oevers van de Dender vruchtbare grond blijken te zijn voor no nonsense janglepop.

Al sinds Mr. Strickland Marty McFly in Back to the Future als ‘slacker‘ terechtwees, leek het ons een geschikte houding om het leven richting te geven én de ultieme eremedaille voor goed gedrag om op je jeansjasje te spelden. Om maar te zeggen dat we het genre hoog hebben zitten.

‘Nietsnut’, wat betekent dat überhaupt als je zoals Kristof Souvagie je hele album haast zelf geschreven en ingespeeld hebt? Dat mag eerder getuigen van een werkethos waarvoor Prince zijn gevederde hoed zou afnemen. Enkel voor de drums op “Big Surprise” werd beroep gedaan op Laurens De Schutter. Op het podium laat Souvagie zich omringen door goed volk en mag het er ruiger aan toe gaan, maar Artifact zelf surft helemaal mee op de relaxte vibe die de nineties indierock zo herkenbaar en onweerstaanbaar maakt.

Daardoor voelt het album instant vertrouwd aan. Het uptempo “Wrap Your Head Around It” jaagt de gitaren door dezelfde distortionpedalen als bij Dinosaur Jr. en “Scare a Soul” is bij momenten spaced out als Grandaddy. Zingend klinkt Souvagie vaak als Stephen Malkmus met een snotvalling: zowel melodieus als lichtjes zagerig – en dat op de best mogelijke manier. God weet dat wij onze zangers liever zo hebben klinken als dan de aan gruwelijke perfectie aanschurkende toonladdergymnastiek van gepolijste popsterren.

Uitbúndig zijn de melodieën niet te noemen; ze komen niet aan als stomp in de maag waarvan het eerste overrompelende gevoel na een tijd wegebt, maar eerder borrelen ze zoals in “A Big Surprise” onder het fuzzy oppervlak en gaan ze eerder subtiel aan de haartjes in het binnenoor klitten om daar dagenlang te blijven plakken.

Hetzelfde geldt voor de teksten, die als in een stream of consciousness elkaar haast moeiteloos opvolgen en zodoende onopvallend blijven hangen. “Yeah all my friends don’t bother / even if it’s for a dollar” klinkt het in die smakelijke cocktail van een song “Great Holidays”, waarin een Pavement-intro aangevuld wordt met handclaps en een prima gitaarsolo in de brug. In “Into My Room” – dat wordt voortgedreven door een loom pompende drum – klinkt het als volgt: “Struck by lightning / It was frightening”. Dit is geen waar van de hoogste poëtische plank (een Nobelprijs zit hier niet meteen in), maar het is tenminste pretentieloos en ontwapenend charmant. Enkel “Summer’s Gone”, met zijn relaas van een ziektebeeld, graaft dieper, maar wordt op geen moment zwaarmoedig.

Artifact klinkt als een zomerplaatje, dat arriveert wanneer die zomer erop zit. Net te laat en dus perfect wat we van een slacker mogen verwachten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

18 + zestien =