Float Fall :: Float Fall

Acht jaar later is het er eindelijk van gekomen. Bevrijd van alle Amerikaanse contracten brengen Rozanne Descheemaeker en Ruben Lefever dan toch hun debuut uit. Het werd een sfeervol visitekaartje waarmee Float Fall alle ellende uitwist en trappelend aan de start komt.

Zo hard als het ging in het begin, zo genadeloos was ook de knal waarmee raket Float Fall weer ter aarde neerstortte. “Someday”, dat sympathieke radiohitje waarmee het duo in 2012 het Rock Rallypubliek een tedere hartverzakking fluisterde, had hen tot in Amerika populariteit opgeleverd, en dus mocht daar worden opgenomen. Voor een label van daar. Dat plotseling niet meer thuis gaf. “Het was fijn tot het niet meer fijn was”. Zo droog vat Lefever dat vandaag samen, en zo ging het ook. Na wat juridisch touwtrekken stond Float Fall terug bij af: in Leuven, zonder platenfirma, en met nog altijd geen plaat. En toen die dan toch eindelijk was opgenomen: corona, weer uitstel, een gezucht “dat kon er nog wel bij”.

Maar hier staan we dan. Staan zij dan. Met eindelijk dat debuut in handen, en de overtuiging nu niet meer los te laten. En dat hoor je, want Float Fall is in die acht jaar niet gestopt met leven. Lefever en Descheemaeker zijn ondertussen geen jonge studenten meer, en hebben hun muzikaal palet stilletjes verbreed: de elektronica durft meer elektronica te zijn, het verlegen gefluister klinkt nu beslister – bedoélder – en de beats vragen niet eerst beleefd of ze binnen mogen. Dit is niet langer wat een venijnige Nederlandse recensent ooit “comapop” noemde.

En dat is maar goed ook. Want Float Fall, het debuut, is beter, veel beter, dan wat Float Fall, de band, ten tijde van “Someday” had te bieden. Dat hoor je al aan opener “Mend” waarin een spaarzaam begin wordt opengereten door een refrein dat zich daar scheef over parkeert; een beetje knarsen is geen bezwaar.

“You never cared for me to go astray”, zingt Lefever. “I wonder carelessly, still I long for yesterday”. Wat hier speelt is de liefde, met hoofdletter L, in al zijn vormen, de meest desastreuze eerst. “I’m Running off so slow”, gaat het een nummer later in een warm opgloeiend “Little Words”. Een vroeg hoogtepunt. In “Time” kunnen we er dan toch even niet omheen: met die typische interactie tussen Lefever en Descheemaeker, die Spartaanse beat eronder, blijven die The xx-referenties niet gelogen. Zoals een groot filosoof uit Merchtem ooit sprak: “het is wat het is”.

Gaandeweg sluipt er dan toch gruis in het klankpalet, kweekt Float Fall tanden. En meestal komt dat van Lefever. Het is zijn gitaarsolo die “Werewolf” een randje geeft, in de finale van “Hearts” klinkt zijn stem smakelijk nijdig; net wat dat nummer nodig had. En dan is er “Forever”, waarin de uithaal “I’d wait for years, now I’m in tears / Why don’t you tell me what I want” zo wanhopig klinkt dat het alleen maar uit die jaren vol frustratie kon zijn geboren. Is ook zo. En plots klinkt Float Fall nog een pak interessanter, ben je méé.

Dat soort momenten zijn er te weinig, maar vervelen doet Float Fall op dat drie kwartier debuteren ook niet. De ketenen zijn in elk geval afgeschud, acht lastige jaren liggen in de achteruitkijkspiegel. Float Fall staat eindelijk aan de start, en moet nu de sprint maar zien te trekken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

elf + dertien =