De Slag om de Schelde

De vijfenzeventigste herdenking van het einde van de Tweede Wereldoorlog viel vorig jaar door de coronacrisis quasi volledig in het water. In Nederland moest de film De Slag om de Schelde het slotstuk vormen van dat herdenkingsjaar. Vandaag wordt de rolprent met veel minder fanfare gedropt op Netflix. In het promotiemateriaal spreekt men van de ‘duurste Nederlandse film sinds Zwartboek’. Een boude uitspraak die we eerder met gefronste wenkbrauwen dan met juichkreten onthalen. Grote budgetten staan immers niet gelijk aan goede films.

De Slag om de Schelde (2 oktober tem 8 november 1944) is altijd een beetje        stiefmoederlijk behandeld geweest in de internationale, militaire geschiedschrijving. De voorkeur ging en gaat eerder uit naar meer epische confrontaties zoals de landing in Normandië of het Ardennenoffensief. Nochtans mag het historische belang van deze slag niet onderschat worden. De stad Antwerpen mocht dan wel op vier september 1944 bevrijd zijn tijdens ‘Operatie Market Garden’, het gebied van de Scheldemonding – de ‘toegangspoort’ tot de stad – was nog volledig in Duitse handen. Slechts na vijf weken van harde gevechten werd, dankzij verschillende amfibische landingen en de massale ontplooiing van grondtroepen, deze strijd beslecht. Opperbevelhebber Eisenhouwer erkende het belang van de slag door te stellen dat ‘het einde van het nazidom in zicht kwam toen het eerste schip ongehinderd de Schelde opvoer’. Wie hier verhaalstof in ziet voor een regelrechte oorlogsklassieker met een even grote cinematografische zeggingskracht als A Bridge Too Far, zal het jammer genoeg niet vinden in De Slag om de Schelde.

Om te beginnen is de titel verkeerd gekozen. We krijgen immers niet de drie verschillende operaties te zien die geleid hebben tot de bevrijding van de Scheldemonding. Er wordt enkel ingezoomd op de ‘Slag om de Sloedam’ die op zijn beurt deel uitmaakt van Operatie ‘Infatuate’, de derde en laatste operatie die het schiereiland Walcheren moest bevrijden. De film begint enigszins hoopvol met een geanimeerde kaart waarop de gevechtshandelingen van de landing in Normandië tot de strijd bij Walcheren kort worden geduid. Een beter voorbeeld van uitgekiende visuele storytelling zal je niet snel vinden. Deze intrigerende openingsminuten verhullen echter dat de film voor de rest een aantrekkelijk verpakte lege huls is. De ambities van de makers komen duidelijk niet overeen met wat er uiteindelijk op het scherm te zien is. In plaats van te focussen op een perspectief, wil de prent alle stemmen aan bod laten komen. We krijgen het verhaal te zien van een jonge vrouw die tegen wil en dank bij het verzet verzeild raakt, er wordt gefocust op een groepje Britse soldaten ‘behind enemy lines’ en tenslotte is er het gezichtspunt van een jonge Nederlander die zich bij de Wehrmacht heeft aangesloten. Regisseur Matthijs van Heijningen jr. is echter geen Paul Thomas Anderson, laat staan Robert Altman. Heijningen heeft duidelijk moeite om zijn vele personages boeiend te houden en denkt dat het regelmatig wisselen van vertelperspectief het probleem zal oplossen. Op doker Visser, gespeeld door onze Jan Bijvoet, en Oberst Berghof ,na zijn de personages vrij eendimensioneel en zwak uitgewerkt.

Is De Slag om de Schelde vrij zwak op verhalend vlak, dan staat de film een pak sterker in zijn schoenen wat de cinematografie betreft. De shots van het groepje Britse soldaten die zich een weg banen in de schier eindeloze Nederlandse polders ademen zowaar een beetje visuele poëzie uit. Ook de gevechten die de makers voorzien hebben in het laatste halfuur zijn uitstekend gechoreografeerd. Hier valt echter op dat we te maken hebben met een Nederlandse film die probeert series als Band of Brothers bij te benen, maar door gebrek aan budget en acteertalent uiteindelijk vast komt te zitten in de spreekwoordelijke modder van de bekoorlijke Nederlandse polders. De Slag om de Schelde bezwijkt onder het gewicht van zijn torenhoge ambities en maakt duidelijk dat de man achter de camera niet kan tippen aan Paul Verhoeven, zijn illustere voorganger, die wel wist te boeien met zijn oorlogsfilms Soldaat van Oranje en Zwartboek.

 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × 1 =