Run

De laatste maanden duiken er in de media steeds vaker artikels op waarin de filmindustrie (terecht) haar ongenoegen uit over de steeds korter wordende periode tussen de première in de bioscoopzalen en een release op één of ander streaming-platform.  Ook Aneesh Chaganty’s tweede langspeelfilm Run, werd vlak voor de Amerikaanse bioscooprelease gekaapt door Hulu en is in verschillende landen ook al te bekijken via Netflix, terwijl de psychologische thriller in grote delen van Europa – waaronder dus België – alsnog in de zalen komt.

Wie uiteindelijk het meeste profiteert van deze strategie is maar de vraag, want Run is een typisch voorbeeld van een matig tussendoortje dat, net zoals hamburgers in een fastfoodketen, gemaakt lijkt te zijn volgens een formule die geen afwijkende hoeveelheid van de standaard ingrediënten toelaat.  De originaliteit die Chaganty nog aan de dag legde in zijn thrillerdebuut Searching, dat volledig getoond werd via computer- en smartphone-schermen, is hier dan ook ver te zoeken.  Diane Sherman (Sarah Paulson) is een alleenstaande moeder die haar deels verlamde tienerdochter dagelijks voorziet van een hele lijst medicatie ter bestrijding van haar aandoeningen waaronder hemochromatose, diabetes, astma en hartritmestoornissen.  Chloe merkt al vroeg in de film dat er iets niet in de haak is wanneer ze erachter komt dat haar overdreven beschermende moeder toelatingsbrieven van universiteiten achterhoudt en bovendien ook nog eens haar eigen hand heeft in de voorgeschreven pillen.  Het feit dat Chloe aan een rolstoel gekluisterd zit, gecombineerd met een moeder die schijnbaar lijdt aan het Syndroom van ‘Münchhausen by proxy’ zou een boeiend vertrekpunt moeten zijn voor een spannende thriller maar het eindresultaat is uiteindelijk weinig memorabel.

Aan de vertolkingen ligt het alleszins niet.  De manier waarop Paulson (Oceans 8, American Horror Story, Ratchet) herhaaldelijk mensen rondom haar blijft ‘gaslighten’ om haar eigen leugens te blijven rechtvaardigen is stiekem enorm vermakelijk, maar vooral Kiera Allen (ook in het echte leven een rolstoelpatiënt) zet een knappe prestatie neer met haar acteerdebuut, wat het des te jammer maakt dat het nu net in deze film moet zijn.  De manier waarop ze, in ware MacGyver-stijl, met een soldeerbout en een mond vol water weet te ontsnappen uit haar kamer en een scène waarin ze haar moeder achterlaat in de bioscoop (waarvan het uithangbord treffend “Breakout” spelt) om een dubieuze pil te laten controleren bij een apotheek, zijn leuke vondsten die een veel betere film verraden.

Het grote probleem is dat Chaganty de plot en personages veel te serieus neemt, terwijl hij duidelijk enkele verhaaltechnische elementen laat flirten met iets luchtiger ‘tongue-in-cheek’ momentjes die veel beter werken.   Die wisseling in toon kan succesvol uitpakken, maar dan moet je het natuurlijk wel juist weten te doseren, wat hier niet het geval is.  Daarbovenop worden de spaarzame momenten van spanning vaak ook nog eens teniet gedaan door een flauw en te generiek scenario dat het verdere verloop van de plot nauwelijks kan verhullen. Had Run uiteindelijk iets meer gemikt op een campy B-thriller (wat bovendien ook beter zou passen bij Paulsons’ acteerprestatie), en minder op sérieux, had dit negentig minuten lang nagelbijtende ‘fun’ kunnen opleveren.  In deze hapklare vorm kijk je na een dik half uur al op je horloge, en dat kan nooit de bedoeling geweest zijn.   

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 × 1 =