DIT WAS 2021: Float Fall :: ”Op den duur durfden onze vrienden niet meer naar de plaat informeren”

De hele maand december blikt enola terug op het afgelopen jaar met de interviewreeks DIT WAS 2021. Daarin laten we artiesten aan het woord die het jaar maakten of wier plaat onterecht onopgemerkt de vergetelheid indook.

Als een raket schoot de reputatie van Float Fall omhoog na die Rock Rally van 2012. En toen ging het mis. Negen jaar later likken Rozanne Descheemaeker en Ruben Lefever hun wonden nog, een beetje, maar dat debuutalbum is er dan toch gekomen. En dat zindert van het leven, ondanks die voorbije jaren vol nukkige labels, advocaten en wat dies meer zij. Toch heeft de band geen spijt: “We zouden het zo opnieuw doen.”

Belpopgeschiedenis wordt meestal geschreven door de overwinnaars, maar het zag er lang naar uit dat Float Fall onder het lemma “net niet” zou eindigen. Hun lievige hitje “Someday” was dan wel opgepikt door celebrity blogger Perez Hilton, een Amerikaans label mocht dan wapperen met flappen, van hier gezien overheerste de stilte. En de gefluisterde roddels over hoe alles was misgelopen. “2014 moet het jaar van de bevestiging worden”, toeterde een artikel nog, maar niets bewoog. Op het terras van een Brusselse pannenkoekenbar is een openingsvraag dan snel gevonden: “Hoe is het in godsnaam zo fout kunnen lopen?”

Ruben Lefever: “Kort samengevat is het begonnen toen we in Los Angeles zaten en plots een showcase mochten spelen voor wat mensen die zouden beginnen met The Cherry Party, een nieuw sublabel van Sony. Ze waren onder de indruk en wilden ons tekenen. Dat waren heel sympathieke mensen; we hadden daar goeie gesprekken mee en zijn de samenwerking aangegaan. En de eerste twee jaar liep dat ook heel erg goed. We waren prille twintigers en mochten alles samengeteld een klein half jaar in LA doorbrengen om met straffe mensen samen te werken als Joey Waronker.”

“Het was fijn tot het niet meer fijn was. Plots werd het moeilijker om antwoord te krijgen op mails aan de platenfirma, kregen we geen nieuws meer of we nog eens mochten gaan opnemen – laat staan of we effectief eens iets zouden uitbrengen. Dat was eind 2015, begin 2016. Via andere artiesten op het label kwamen we erachter dat een en ander toch niet zo goed liep bij The Cherry Party en dat andere artiesten hun biezen al aan het pakken waren. Uiteindelijk zijn we de nieuwe mensen bij het label het vuur aan de schenen gaan leggen, eisten we duidelijkheid. Toen bleek dat het niet meer ging gebeuren, maar ze wilden ons ook niet meteen laten gaan. Gegijzeld, inderdaad: we zaten contractueel vast bij hen, maar er bewoog niets meer. Het heeft een juridische strijd gekost die tot in 2017 heeft geduurd om vrij te raken, waarna we hebben besloten alles opnieuw in eigen handen te nemen en “Hard Time Loving You” als single uit te brengen. Het was de bedoeling daarna snel werk te maken van de plaat en effectief: eind 2019 was ze klaar. We zouden ze begin 2020 uitbrengen, maar toen kwam natuurlijk corona. Na zoveel jaar hadden we echt geen zin om een album te releasen dat we niet live zouden mogen brengen, dus hebben we vervolgens nog maar eens anderhalf jaar gewacht.”

Rozanne Descheemaeker: (droog) “Dat kon er nog wel bij.”

enola: Is er een moment geweest waarop Float Fall voorbij was? Dat jullie de hoop hadden opgegeven?

Lefever: “Ik denk dat we dat allebei wel hebben gevreesd, elk op onze beurt en soms tegelijk. Als we de muziek die we hadden opgenomen niet zouden loskrijgen van het label, dan werd het moeilijk. Tegelijk zijn we altijd blijven geloven in ons verhaal, in de artistieke kwaliteiten die we hadden. En we wilden de mensen die er op aan het wachten waren ook eindelijk iets kunnen bieden, voor hun steun en hun volharding. Altijd maar de vraag krijgen wanneer er nog eens muziek zou zijn, dat viel ons soms ook zwaar.”

Descheemaeker: “Ik denk niet dat er concreet een moment is geweest dat het gedaan was met Float Fall, maar we hebben samen en apart heel laag gezeten. Laat ons zeggen dat we van heel diep gekomen zijn, maar heel blij zijn dat het er nu eindelijk is.” (lachje)

enola: Zo’n ervaring had jullie als groep ook uit elkaar kunnen trekken. Ook in een koppel rouwt elk op zijn eigen wijze.

Lefever: “We zijn samen door alles gegaan, en ik denk dat dat heeft geholpen. Het had gemakkelijk zo kunnen lopen dat we onze frustraties op elkaar uitwerkten, maar ik denk dat er genoeg mensen aan de andere kant van de oceaan waren om kwaad op te zijn.” (schatert)

Descheemaeker: “We hebben het elk op onze manier wel een plek proberen te geven, maar voor mezelf kan ik echt wel zeggen dat ik Ruben nooit iets heb verweten. Ik denk dat het eerder hielp dat we de ander hadden, dat we er nooit alleen in stonden.”

Lefever: “Voor elkaar was het altijd duidelijk dat we er voor wilden gaan, dat we geloofden in de kwaliteiten van wat we brachten. Als het fout liep, was dat supersneu, maar tussen ons heeft het nooit erg gewreven. We moesten er samen door, dat wisten we.”

enola: En je kon ook altijd terecht bij je lief, vermoed ik.

Descheemaeker: “Onze lieven vingen inderdaad pas echt de frustraties op. (lacht) En vrienden, natuurlijk. Op den duur begonnen ze het af te leren om nog naar de plaat te informeren: ze hadden al genoeg ons gezicht als een donderwolk gezien. Ik denk dat zij nog het meest blij zijn dat het album er is.”

enola: “Forever” is geschreven op het diepst van die moeilijke periode. Dat hoor je aan de desperate uithaal van Ruben.

Lefever: “Daar zit in elk geval dat diepe gevoel in van ‘laat het gedaan zijn’, een oerschreeuw. Daarom moest het ook een single zijn, net voor de plaat uitkwam: dit is hoe we ons voelden met die plaat, en nu verder.”

enola: Eigenlijk waren jullie ook voor alles fout liep al rustig jullie tijd aan het nemen. De hype jaagde jullie niet op?

Descheemaeker: “Het idee was altijd om die eerste langspeler meteen goéd te doen. We wilden ons inderdaad niet laten opjagen door de hype, maar dat Amerikaverhaal grondig aanpakken. We waren ook nog zoekend hé, met onze handvol nummers van op de Rock Rally, dus het mocht. We wilden eerst onze sound zoeken, de beste nummers schrijven, de juiste mensen vinden, … maar zó lang moest het nu ook weer niet duren.”

enola: “Someday” heeft het album niet gehaald.

Lefever: “Een bewuste keuze. “Someday” heeft zijn leven gehad. Het heeft alles in gang gezet, we hebben er veel aan te danken, dus het zou jammer zijn om dat nu een tweede functie te geven op plaat.”

Descheemaeker: “In 2014 had het nog op ons debuut kunnen staan, maar nu voelde het eerder als een afgesloten hoofdstuk.”

enola: Zeg je nu: ‘Allemaal goed en wel, maar we zijn niet meer de mensen van toen, het betekent niet zoveel meer’?

Lefever: “Dat is een te boud statement. “Someday” is me nog altijd heel genegen, en ik speel het nog altijd heel graag.”

Descheemaeker: “Ik denk niet dat we andere mensen zijn. Als we “Someday” nu live brengen, voelt dat niet alsof het er niet in thuishoort. Maar het is een verhaal dat losstaat van het album. Laat het maar schitteren als het nummer dat de big bang was.”

Lefever: “Hetzelfde voor de plaat. Het is heel fijn dat we die nu mogen delen, zodat ze niet langer een doel is, maar het vertrekpunt voor de rest.”

Descheemaeker: “We hebben het eindelijk kunnen afronden.”

enola: Los daarvan klinken jullie tegenwoordig toch een tikje steviger dan destijds.

Descheemaeker: “Dat is een bewuste evolutie geweest. We zijn daar hard mee bezig geweest. “Someday” was eigenlijk een heel simpel nummer en dat is ook de charme ervan. Daarna zijn we voor de volgende nummers met opzet meer in de details gedoken, meer bezig geweest met het klankpalet en ga zo maar door.”

Lefever: “”Someday” is ontstaan uit onze toenmalige beperkte kennis van productie. Vanaf dat we in de VS zaten, was het een aandachtspunt dat we voller en ronder wilden klinken.”

enola: En als mensen dan naar The xx blijven verwijzen, dan is dat maar zo?

Lefever: (schatert) “Ja. We zullen nu eenmaal altijd met twee blijven zingen, en ook The xx zal daar niet mee stoppen, dus we gaan er niet aan ontsnappen.”

Descheemaeker: “Er zijn slechtere namen om mee vergeleken te worden, dus dat is ok.”

enola: Ook bij The xx zijn de beats album na album potiger geworden. Is dat ook geen logische evolutie als je niet langer een twintigjarig muurbloempje bent, maar een volwassene die met meer zekerheid in de wereld staat?

Descheemaeker: “De basis van ons karakter is nu niet echt veranderd. Maar misschien is er wel een verband met opgroeien, ja, met weten wat je als band wil. Je wordt inderdaad wel zekerder naarmate je ouder wordt.”

Lefever: “Als je ziet hoe we nu op het podium staan in vergelijking met onze allereerste optredens … (proest) Dan klonken we toch inderdaad veel liever en kleiner.”

Descheemaeker: “Excuseer, mogen we nog een nummertje spelen?” (lachje)

enola: Voel je nog een band met nummers die je negen jaar geleden hebt geschreven? Op jullie leeftijd is dat ruw geschat twee eeuwen.

Descheemaeker: (lacht) “Ja. En zoals Ruben zei: het is een verhaal dat afgerond is, het zal fijn zijn als we nu ook aan nieuwe nummers gaan kunnen beginnen. Maar er zijn genoeg songs op het album die voor mij nog altijd iets betekenen. Zelfs al luister ik er misschien anders naar dan vroeger, ik ben blij dat ze er op staan.”

Lefever: “Onze nummers zijn ook nooit zo één op één geschreven over een concrete situatie van toen dat ik me er nu vervreemd van voel. We hebben altijd geprobeerd onze verhalen iets breder te trekken. De gevoelens waarover we zingen ervaar ik vandaag nog altijd en kunnen me nog altijd raken. De songs die we hebben overgehouden, zijn ook gewoon degene die we live altijd graag hebben gespeeld of waar goeie respons op kwam. Misschien is het raar, maar zelfs al is dit ons debuut, rond sommige nummers hangt voor ons al nostalgie.”

Descheemaeker: “De nummers die we te jeugdig vonden, hebben het gewoon niet gehaald.”

enola: Ruben noemt de plaat “Een viering van de liefde”. Gek als de eerste boodschap ongeveer is: “You took the best of me and ruined it all”

Lefever: (lacht) “Ja! Ik vind de liefde prachtig. Het is de viering van zijn liefde in ál zijn facetten. Ik ben over het algemeen een gelukkige mens, maar eigenlijk vind ik verdriet een intenser gevoel. Dat zal wel in onze teksten gekropen zijn.

enola: “You took the best of me” had ook een boodschap aan The Cherry Party kunnen zijn.

Descheemaeker: (lacht) “Dat moeten we hen eens mailen.”

Lefever: “Ach, we hebben als midden-twintigers toch maar mooi maanden in Los Angeles mogen zitten met heel grote dromen, mogen samenwerken met fijne mensen, op gekke plaatsen gekomen … dat verlies je niet. Dat heeft ons mee gevormd.”

Descheemaeker: “Soms vragen mensen me of ik die periode opnieuw zou willen beleven. Wel, zelfs al is het achteraf bekeken verschrikkelijk geweest en heb ik me vaak slecht gevoeld: ja. Het was op dat moment dé kans van ons leven. We hebben dingen meegemaakt waar we nog altijd over praten.”

“We hadden elkaar verwijten kunnen maken, maar er waren genoeg mensen aan de overkant van de oceaan om kwaad op te zijn”

enola: Je had het over die zoektocht naar het juiste geluid, de juiste songs. Wat maakt een nummer helemaal Float Fall?

Descheemaeker: “Het vraagt erg precies balanceren qua klankpalet. Het elektronische en het akoestische moeten goed in evenwicht zijn, maar ook onze stemmen maken integraal deel uit van het geheel. Dat dialogeren, die dualiteit, moét er in.”

Lefever: “Vaak lees ik dat wij ‘spaarzame’ of ‘onderkoelde’ muziek maken, maar dat gevoel heb ik helemaal niet. Misschien ben ik veel koeler dan ik zelf denk (lachje), maar wat mij betreft, hoor ik toch veel warmte, grote emoties in dat akoestische. Dat we dan wel tegenover die killere elektronica zetten. Contrasten: we hebben onze naam niet voor niets zo gekozen hoor.”

enola: Hoe gaat dat eigenlijk met dat zingen? Weten jullie altijd wie wat gaat zingen, of hoe je moet antwoorden op de ander?

Descheemaeker: “Dat is niet eenvoudig, maar we hebben met ons twee ondertussen wel een routine opgebouwd op dat vlak. Als we al freestylend schrijven, dan is het vaak wat het meest vanzelf komt dat het meest als Float Fall klinkt. En vaak is het ook heel erg duidelijk welke melodieën voor Ruben zijn en welke voor mij. En voor de teksten smijten we gewoon al onze ideeën samen.”

enola: Zingt Ruben nog vaak jouw stuk in met een falset?

Lefever: “Zoals met de demo van “Someday”? Soms gebeurt dat nog, ja. Als ik eens een al min of meer afgewerkt idee heb voor een nummer. En dan is het afwachten of ik het goed had ingeschat dat het iets voor Rozanne zou zijn of niet.”

Descheemaeker: “Het gekke is dat als je een effect op onze stem zet – de mijne wat lager, de zijne wat hoger – we bijna als elkaar klinken. Misschien passen onze stemmen daarom zo goed bij elkaar.”

enola: Gaat dat tekstueel? Bepalen jullie samen wie wat zingt?

Lefever: “Teksten zijn moeilijk.”

Descheemaeker: “Dat is het stuk van het proces dat we vaak lang uitstellen en vaak eerst zelf proberen uit te werken voor we naar de ander te stappen. Muziek komt vanzelf, daar overleggen we vlot over welk lijntje waar en hoe. Maar teksten zijn toch persoonlijker. Daar wil ik mijn idee eerst zelf goed over vormen voor ik er mee naar Ruben stap.”

Lefever: “Een stuk tekst voor de ander schrijven is het allermoeilijkste, want het moet kloppen. De ander moet het eens zijn. Je legt niet zo vlot woorden in iemand anders mond.”
Ik denk dat Alex Callier het daar niet mee eens is.
Beiden: (Schateren)

Descheemaeker: “Wij doen dat toch zo gemakkelijk niet.”

enola: Rozanne, was het voor jou altijd duidelijk dat je hoorn een onderdeel zou worden van het groepsgeluid?

Descheemaeker: “Het was voor mij inderdaad al vrij snel duidelijk dat die bij ons klankpalet hoorde. In het begin hebben we nog zitten hannesen met akoestische gitaren, zelfs een bas, maar het was vrij snel duidelijk dat dat niet werkte. We zijn daarna met beats beginnen werken, maar toen zat ik ook al aan het conservatorium. Hoorn was er mijn basisinstrument, dus het was logisch om dat ook eens te proberen. Het maakt me altijd blij als we een lijntje voor de hoorn hebben. Het maakt me gelukkig als ik er eens iets mee mag doen dat niet klassiek is. Als afwisseling, maar ook om aan te tonen dat het kan.”

enola: Wat is het minst Float Fallig dat jullie ooit geprobeerd hebben?

Descheemaeker: “Al dat geklooi met een akoestische gitaar in het begin.”

Lefever: “Die keer dat we overwogen of we niet met een cajon, zo’n trommelkist, moesten werken.”

Descheemaeker: (lacht) “Ach, als je mij en Ruben samenzet, dan krijg je automatisch iets dat als Float Fall begint te klinken.”

enola: En dus is de plaat er eindelijk. Is het de bedoeling ze nu vlug achter jullie te laten en door te stomen?

Descheemaeker: “Voor een stuk wel. Het is natuurlijk eerst en vooral de bedoeling om nu veel op te treden met deze nummers. Maar voor ons is dat album al meer dan anderhalf jaar af, dus natuurlijk zijn we al bezig met een tweede plaat. Laat die maar zo snel mogelijk komen. Ik ben in elk geval niet meer van plan om in een interview nog eens te zeggen dat we onze tijd gaan nemen.” (lacht)

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

veertien + 3 =