Tout S’est Bien Passé

Tout S’est Bien Passé is een film die u moet gezien hebben, gewoon omdat het de nieuwe François Ozon is’ aldus Patrick Duynslaegher, voormalig Knack-recensent en voormalig artistiek directeur van het Film Fest Gent, ter gelegenheid van ‘Film Fest on Tour’ waar Tout S’est Bien Passé in première te zien was. Ozon is inderdaad een van de grote Franse talenten van zijn generatie en een cineast die misschien niet meer de grote werken uit zijn beginperiode evenaart, maar er niettemin in slaagt om nog steeds met elke nieuwe productie boeiende cinema te blijven afleveren. Dat is niet anders voor Tout S’est Bien Passé, een geslaagd drama rond een onderwerp dat makkelijk had kunnen afglijden naar ondraaglijk sentiment.

De potentieel controversiële thematiek draait rond André (André Dussolier) die zijn dochters (Sophie Marceau en Géraldine Pailhas) vraagt om hem te helpen zelf zijn leven te beëindigen nadat hij met een beroerte in het ziekenhuis belandde. Het drama dat daaruit groeit is vooral een portret van de beide zussen en hun manier van omgaan met twee ouders die hulpbehoevend zijn (hun moeder gespeeld door Charlotte Rampling is eveneens ziek en lijdt aan Parkinson) en de duidelijk destructieve vorm van de relaties uit het verleden. Reeds in zijn eerste langspelers – Gouttes d’eau sur Pierres Brûlantes, Sous le Sable – dragen de films van Ozon elementen in zich uit het werk van Rainer Werner Fassbinder (er is een bijrol voor Hanna Schygulla, een van de muzes van de Duitse grootmeester) en Ingmar Bergman. Die tweede invloed is hier bijzonder sterk aanwezig – zonder dat het doorzichtige hommage wordt – in een film die gedomineerd wordt door gezichten en het aflezen van emoties op al die verschillende gelaten.

Er wordt over de hele lijn uitstekend acteerspel geleverd, maar wanneer de plot steeds meer begint de focus te leggen op de relatie tussen Dussolier en Marceau, is het toch die laatste die het gewicht van Tout S’est Bien Passé in grote mate draagt. Marceau is uiteraard al lang niet meer het beperkte tienertalent uit La Boum (en het onvermijdelijke vervolg) en weet de emoties op overtuigende manier uit te diepen en te nuanceren. Die emoties zijn eerlijk en rauw, wat de stille kracht van deze vrij ingetogen film alleen maar ten goede komt. Ozons stijl mag dan minder flamboyant zijn dan in de begindagen van zijn loopbaan, dat wil absoluut niet zeggen dat de regisseur daarmee ook zijn talent inzake visuele vertelkunst opzij heeft geschoven: dit drama is subtiel in observaties en aankleding (met veel oog voor de kunst die een grote rol speelt in het leven van alle protagonisten) en de sobere klassieke aanpak past bij onderwerp en benadering. François Ozon toont daarmee dat zelfs de films waarin hij niet zijn allerhoogste niveau haalt als cineast, nog altijd met kop en schouders uitsteken boven het gros van wat de nieuwe generaties Franse filmmakers binnen het huidige filmlandschap te bieden heeft.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twee + vier =