BEST OF: Manic Street Preachers

Geef toe: meestal zijn ze het geld niet waard, die verzamelaars van uw favoriete groep. De platenfirma denkt dat enkel singles in aanmerking komen en een artiest zelf is ook al zelden goedgeplaatst om het eigen werk te beoordelen. Tijd dus dat het eens aan professionals wordt overgelaten. Wie beter dan een team kenners van enola om maandelijks de vijftien beste tracks van een artiest te selecteren? Deze maand: het beste van Manic Street Preachers.

1. Motown Junk

“I laughed when Lennon got shot / 21 years of living and nothing means anything to me”. Je kunt met je tweede single – als de eerste niet echt veel rimpels heeft gemaakt – maar beter even goéd de aandacht trekken. “Motown Junk” was een vuurpijl in een kruitvat, het ennui van een generatie die “Smells Like Teen Spirit” nog moest horen gelardeerd met wat extra walging voor wie de boel vóór hen had verkloot: “All your slut heroes offer is a fear of the future”. Als er een sjabloon van die eerste-fase-Manic Street Preachers bestond, ze klonk als dit nummer. Opzwepende gitaren? Check, luister maar eens naar die solo zo rond 1’35”. Klassebewustzijn? Is “Songs of love echo underclass betrayal” duidelijk genoeg? Overtrokken statements? Wat dacht u van de slotzin, “We live in urban hell, we destroy rock and roll”, door James Dean Bradfield met de arrogantie van een tweeëntwintigjarige puber gebalkt? In uw bakkes dat, zoals heel dit nummer u toebrult “eat this”. Verslik u niet, het is lekker.
Hoogtepunt: 2’27”. Tweede keer refrein. Versnellingske. Hier dient veel gezegd worden, en het moet er ráp uit. Je proeft bijna de sturm und drang, de honger.

2. A Design For Life

Tweede gitarist Richey Edwards was weg sinds die noodlottige dag in februari 1995 dat hij zijn hotelkamer uitliep om nooit meer op te dagen, en daarmee de impuls om songs over zelfverminking te brengen. Bleef over: het klassenbewustzijn als inspiratiebron, en dat zou Manic Street Preachers in de lente van 1996 zijn grootste hit tot dan toe opleveren. “A Design For Life” is een opzwepend stukje geschiedenisles “Libraries gave us power / Then work came and made us free” dat tegelijk de wanhoop vat van wie tegen de grenzen van zijn opvoeding aanliep. “I wish there was a bottle, right here in my dirty face”. De zwierige strijkers die er voor de eerste keer worden onder gezet zeggen “Wow, dit is interessant. Moeten we meer doen”. En zo gebeurde.
Hoogtepunt: 3’37”. “As. We. Are. Told. That This. Is. The. End.” James Dean Bradfield zit al aan de top van zijn longinhoud, en kan niet anders dan een tikje vertragen voor hij aan de finale begint. Om dan toch een blikje extra passie te vinden voor een werkelijk orgastisch einde waarin elke lettergreep nog eens extra benadrukt wordt.

3. Little Baby Nothing

De populaire Manics-mythe wil dat de groep in hun begindagen niet meer dan een stelletje DIY glampunks waren met een fascinatie voor The Clash, Public Enemy en Guns ‘n Roses. Dat verhaal ziet deze popparel schromelijk over het hoofd, waarvoor de groep aanvankelijk – toen nog — girl next door-popprinsesje Kylie Minogue onder de arm wilde nemen. Contractuele hinderpalen saboteerden dat idee en de Amerikaanse Traci Lords viel als reddende engel uit de hemel. De gewezen porno-actrice belichaamde als geen ander de vrouwenexploitatie waarover Edwards schreef, en dat ze over een suikerzoete popstem bleek te beschikken was een mooi meegenomen bonus.
Hoogtepunt: 3’39”. “You are pure, you are snow / We are the useless sluts that they mould”. Eigenlijk is de hele tekst een aaneenrijging van hoogtepunten (of wat dacht u van “All they leave behind is money/paper made of broken twisted trees” of “If I’m starving you can feed me lollipops/Your diet will crush me/My life’s just an old man’s memory”?), maar dit meezingmoment is de ultieme pay off.

4. If You Tolerate This Then Your Children Will Be Next

Ouder en wijzer, zo klonk Manic Street Preachers op This Is My Truth Tell Me Yours. Dat kon moeilijk anders nadat het verlies van hun jeugdvriend en het succes waar ze zo lang naar hadden verlangd hand in hand waren gegaan. Dat transformatieproces liep niet zonder slag of stoot. Het besef dat hij nu zonder Richey Edwards een hele plaat moest volpennen bezorgde Nicky Wire een writer’s block. Hij zocht en vond inspiratie in de Welshmen die meevochten in de Spaanse burgeroorlog en de apathie van zijn eigen generatie die daarmee in contrast stond. Aanvankelijk zag niemand in dit nummer veel meer dan een b-kantje, maar in de studio bleef het maar groeien en toen het nummer de platenbonzen ter ore kwam was er geen ontkomen meer aan was: dit moest en zou een A-kant worden. Gelukkig maar, want het zou hun eerste nummer 1 worden.
Hoogtepunt: 0’00”. “Eeeeooowww!” De keyboards van surrogaat-Manic Nick Nasmyth worden door zoveel effecten gehaald dat ze nauwelijks nog te herkennen zijn.

5. Judge Yr’Self

Een B-kantje, bedoeld ook voor de Judge Dredd-soundtrack. Richey verdween, en toen wilde de band deze laatste opname met hem niet loslaten. Spijt dat het Sylvester Stallonevehicle het zonder Manics moest doen hebben we niet, maar goed dat dit nummer wel raritiesverzamelaar Lipstick Traces haalde; met zijn puntige en gruizige gitaarriff is dit een logisch vervolg op de sessies van The Holy Bible dat nog eens liet horen waarom de groep zoveel opwinding teweeg kon brengen.
Hoogtepunt: . Brwwwwrrr-poing! Brrwwwrr-poing! Geweldige riff-bas-intro.

6. The Love Of Richard Nixon

Manic Street Preachers heeft nooit gekeken op een controversiële uitspraak meer of minder (vraag maar aan Michael Stipe) en een eerherstel voor/ode aan een van de meest gehate Amerikaanse presidenten ooit kon er dus met gemak nog bij. Alleen werd de controverse hier voor het eerst verpakt in beats en synthesizers. Het geflirt met elektronica werd niet onverdeeld positief onthaald en mede daardoor zou de drang om te vernieuwen tien jaar lang opgeborgen worden.
Hoogtepunt: 2’27”. Gitaarsolo! Of wacht, is dat misschien een synth?

7. La Tristesse Durera (Scream To A Sigh)

De titel komt van Vincent van Gogh; het zouden ‘s mans famous last words geweest zijn. De song zelf gaat over een aan zijn rolstoel gekluisterde oorlogsveteraan, die elk jaar naar buiten wordt gereden voor herdenkingen en daarna weer voor een jaartje wordt ‘opgeborgen’ in het rusthuis. Tekstschrijver Richey Edwards ziet hem echter als méér dan een reliek uit de tijd dat mensen hun lijden nog droegen met waardigheid (dit in tegenstelling tot het egoïsme en het egocentrisme van zijn eigen generatie), het beeld is tegelijk een waarschuwing: droom gerust verder over die mooie toekomst, het zal er heus niet beter op worden naarmate je ouder wordt. Integendeel: de droefenis, die gaat nooit over.

Hoogtepunt: 1’14”. De band schuifelt enigszins ingetogen door de eerste strofen en het eerste refrein, maar vanaf “I see liberals / I am just a fashion accessory” breekt de song helemaal open.

8. Europa Geht Durch Mich

Anno 2010 leek Manic Street Preachers definitief op een dood spoor te zijn beland. Afgezien van Journal For Plague Lovers konden hun meest recente platen maar met moeite overtuigen en op het fletse Postcards From A Young Man leek de groep er zelf niet eens meer in te geloven. Een herbronning drong zich op en werd gevonden in het geschifte plan om op hetzelfde moment twee fundamenteel verschillende platen op te nemen. Dat resultaat was de dubbelslag Rewind The Film/Futurology. Dat James Dean Bradfield op Rewind The Film zijn elektrische gitaar grotendeels links liet liggen was behoorlijk revolutionair, maar toch was het vooral Futurology dat met zijn synths, beats en krautrock-invloeden een optie op de toekomst nam zonder het verleden van de groep te verloochenen. No mean feat voor een groep met een kwarteeuw op de teller.
Hoogtepunt: 0’00”. De bas van Nicky Wire zet een militant marsritme in, even later gevolgd door de drums van Sean Moore. Is er een reden waarom we dit niet tot het nieuwe Europese volkslied zouden moeten verheffen?

9. Yes

De spontaneïteit, de gedrevenheid en de sense of urgency die zo kenmerkend zijn voor veel debuten, spaarde Manic Street Preachers op voor zijn derde langspeler. Het album begint met een soundbite uit Hookers, Hustlers, Pimps And Their Johns, een documentaire over prostitutie en vrouwenhandel. Het fragment geeft weer hoe de band zich op dat ogenblik voelde: dat voor elk beetje aandacht en succes telkens een stuk integriteit en eigenheid was verloren gegaan. Muzikaal keerde Manic Street Preachers op The Holy Bible dan ook terug naar de sound van de postpunkbands die hen midden jaren ’80 de weg wezen.

Hoogtepunt: 0’47”. “Hoe giet ik dit in godsnaam in een catchy, goedbekkende deun?” dacht zanger en componist Bradfield toen hij het tekstvel onder zijn neus geschoven kreeg. Zo dus: “In these plagued streets of pity you can buy anything / For 200 anyone can conceive a god on video”, en meteen daarop: “He’s a boy, you want a girl so tear off his cock / Tie his hair in bunches, fuck him, call him Rita if you want.”

10. Prologue To History

Lang niet iedereen kon de hoogglans smaken waarmee This Is My Truth Tell Me Yours was overdekt. Gelukkig voor hen mocht voor dit b-kantje van “If You Tolerate This Your Children Will Be Next” de ketting nog een keer los en bewezen de Manics dat ze nog altijd snedig en vilein uit de hoek konden komen. Nicky Wire legt James Dean Bradfield een tekst in de mond die alle kanten uitschiet met verwijzingen naar onder meer Happy Monday Shaun Ryder en hun verdwenen vriend Richey Edwards (“My former friends who is now under cover”), maar waarin hij ook nog de ruimte vind voor zelfspot (“Today a poet who can play guitar/(…)Next year the world’s greatest politician”) en een ferm politiek statement over etnische zuiveringen in Schotland. Dat alles terwijl er vijf minutenlang een piano de vernieling in wordt gespeeld.
Hoogtepunt: 2’35”. Heel even lijkt Bradfield te gaan struikelen over de tekst, maar voert vervolgens de intensiteit nog wat verder op: “Remember ethnic cleansing in the Highlands? / No-one says a thing in the middle of England / I’m bruised fruit but still tastes so nice / But if you look at me you better look twice / I’m talking rubbish to cover up the cracks / An empty vessel who can’t make contact”.

11. Motorcycle Emptiness

In eigen land waren de Manics al langer hot, het was wachten tot “Motorcycle Empitiness” – de vijfde single uit debuut Generation Terrorists en de tiende tout court – eer de band ook daarbuiten de aandacht trok. De song werd in elkaar gezet met restanten van twee oudere nummers, geleende poëzieflarden en een riff die James Dean Bradfield naar eigen zeggen oppikte in een droom. Ondanks een overvloed aan (tekst)ideeën en de ietwat vlakke productie is het een van de weinige songs van toen die nog altijd niet gedateerd klinken. Het is zelfs een heuse klassieker geworden, en ook uit recente liveversies blijkt dat het heilige vuur van de begindagen geenszins gedoofd is.
Hoogtepunt: 1’06”. Aan hoogtepunten geen gebrek; we hadden kunnen kiezen voor de gitaarriff of de solo die Bradfield even later uit zijn gitaar perst, maar toch gaan we voor de overgave waarmee hij het refrein zingt – “Under neon loneliness / Mmmotorcycle emptiness” – en hoe hij die “under” twee keer anders laat klinken.

12. Jackie Collins Existential Question Time

Vijftien jaar na The Holy Bible greep Manic Street Preachers voor Journal For Plagued Lovers terug naar de teksten die Richey Edwards achterliet voor hij met de noorderzon verdween. In dit nummer koppelt de groep de snedigheid van punk aan een 24-karaats popmelodie. NME noemde “Jackie Collins Existential Question Time” de Beste Songtitel Ooit. Met een ‘propere’ tekst was dit geheid een wereldhit geworden, was de stellige overtuiging van bassist Nicky Wire.

Hoogtepunt: 1’43”. Na het zeemzoete refrein – “Oh mummy, what’s a sex pisto-ol?” – trekt Bradfield zijn strot open alsof het weer 1994 is: “A situationist sisterhood of Jackie and Joan / Separates us the questions without a home”, en de uitroeptekens denkt u er zelf maar bij.

13. Everything Must Go

Net zoals Joy Division na de zelfmoord van Ian Curtis New Order werd, zo waren ook de Manics na de verdwijning van Richey Edwards een andere groep geworden. Wie verwachtte dat de overblijvende leden zonder hun ideoloog en strateeg plat op hun gezicht zouden gaan of er de brui aan gingen geven, was eraan voor de moeite. Niet dat de band nu bevrijd was van een last – wel integendeel –, maar toch leek het erop dat nu alles kon en mocht. Strijkers bijvoorbeeld, holle drums en een pompeuze wall of sound. Dat dat ook monumentale, onverwoestbare songs kan opleveren, bewezen ze met de titeltrack van hun eerste post-Richeyplaat.
Hoogtepunt: 0’34”. Het glorieuze refrein, waarin de band begrip – en vergiffenis – lijkt te vragen voor de muzikale koerswijziging na Edwards’ verdwijning: “And I just hope that you can forgive us / But everything must go”.

14. Faster

Dat het tegen 1994 al lang niet goed meer ging met Richey Edwards was hoorbaar op “Faster”, zowat zijn tekstueel magnum opus qua zelfverachting. “I hate purity, I Hate goodness / I don’t want virtue to exist anywhere. I want everyone corrupt” citeert acteur John Hurt George Orwells 1984 aan het begin, en het gaat zowat bergaf vanaf daar. “Self-disgust is self-obsession honey and I do as I please” zet de tweede gitarist zijn zelfverminking opzij, om twee lijnen later de spierballen te rollen “I am stronger than Mensa, Miller and Mailer”. Het is een waanzinnig delirium dat elke alarmbel destijds had moeten doen afgaan, maar levert ook de spannendste track uit het oeuvre van Manic Street Preachers op. James Dean Bradfield doet alle moeite van de wereld om de lap tekst in het metrum te dwingen, zet er een hysterische gitaar onder en vlamt aan rotsnelheid, hàngend in de bochten, door naar het einde; fieuw, éindelijk even adem happen.
Hoogtepunt: 2’10”. Eerst staccato “I know I believe in nothing but it is my nothing!”, en dan nog een rondje op de zelfhaatcarroussel. Dolletjes.

15. Masses For The Classes

“Hé jongens, het is bijna het jaar tweeduizend. Zullen we iéts doen?” “Bwahja, tof.” En zo werd “The Masses Against The Classes” er uit gevlamd, als een soort “Motown Junk” voor de volgende eeuw. Citaatje van Noam Chomsky voorop, potige intro daarna, en dan in volle vaart richting het soort refrein dat je zonder nadenken “We love the winter, it brings us closer together” doet meebrullen, làng voor je beseft waar Nicky Wire het eigenlijk over had. Niet dat ie geen gelijk had, zoals de huidige barre tijden en hun protestbewegingen bewijzen. Nachtje rechtop doen, anders? Pittig detail: werd een nummer één, zelfs al liet de groep de single maar één dag in de verkoop gaan, en moesten alle overblijvende exemplaren nadien verkocht worden.
Hoogtepunt: 0’50”. Die eerste keer dat refrein; het was lang geleden dat Manic Street Preachers nog eens zo boos en bevlogen klonken./i>

Manic Street Preachers staan op zondag 1 mei in de AB in Brussel.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × vier =