Immanuel Kant :: Over pedagogiek

De Duitse (of beter Pruisische) filosoof Immanuel Kant (1724-1804) wordt met recht en rede tot de grootste filosofen gerekend. Binnen zijn immense corpus van meer dan dertig werken en essays gaat niet geheel onverwacht in de eerste plaats de aandacht uit naar de werken uit de zogenaamde Kritische Periode die startte met zijn bekendste werk Kritik der reinen Vernunft (1781), dat in een eerste versie verscheen toen Kant al bijna zestig was. Zijn laatste werk verscheen een jaar voor zijn overlijden en behandelde, mogelijk wat vreemd, de pedagogiek.

Kant schreef doorheen zijn hele carrière over tal van onderwerpen, dat is genoegzaam bekend. Opmerkelijk is echter dat hij net op hoogbejaarde leeftijd nog een werk over opvoeding publiceerde, terwijl hij zelf nooit getrouwd was noch enige kinderen heeft verwekt, laat staan opgevoed. Het werk, dat samengesteld is door Kants leerling Friedrich Theodor Rink (1770-1811), hangt dan ook samen met Kants professionele leven. Na het behalen van zijn doctorstitel in 1755 werkte Kant lange tijd als privaatdocent (een onbezoldigde functie) alvorens hij in 1770 tot hoogleraar in de metafysica en logica benoemd werd aan de universiteit van Koningsbergen. Doorheen zijn carrière zou hij daar verschillende vakken en thema’s doceren waaronder ook een college over pedagogiek.

Die colleges werden afwisselend gegeven door verschillende filosofiedocenten en waren verplicht voor alle studenten. Kant zelf doceerde het vier maal (1776/77, 1780, 1783/84 en 1786/87). Hoewel hij bij zijn colleges, en dus ook die over pedagogie, vertrok vanuit bestaande (en voorgeschreven) leerboeken veeleer dan vanuit zijn eigen filosofie of werk, is zijn stem ook in dit nagelaten geschrift sterk aanwezig. De notities en manuscripten die hij onder meer voor dit college gebruikte, bezorgde hij aan Rink en Gotlob Benjamin Jänsche (1762-1842), met als doel op basis hiervan leerboeken samen te stellen gebaseerd op Kantiaanse principes. Voor Over pedagogiek baseerde Rink zich naast het manuscript van Kant zelf, ook op eigen notities die hij verder uitgewerkt had in een dictaat.

Die ontstaansgeschiedenis verklaart ten dele waarom Over pedagogiek de typische schrijfstijl van Kant mist, al worden zijn ideeën en visie nog steeds op dezelfde manier naar voren gebracht. Niet geheel onverwacht staat ook in dit korte werk het belang van de rationaliteit voorop en de plicht van de mens zichzelf van zijn onmondigheid te bevrijden. Om dit te realiseren is echter een nieuwe vorm van opvoeden nodig die breekt met traditionele opvattingen die onder andere ouders en overheid in een bepaalde rol duwen. Het plaatst de opvoeding voor enkele nieuwe uitdagingen, rekening houdend met Kants visie dat de mens pas moreel wordt wanneer hij zich met behulp van de rede verheft tot de begrippen van plicht en wet.

De (morele) opvoeding kan hier een rol spelen doordat het kind (en de mens) via een educatief proces zijn morele zijn kan bereiken. Meer bepaald onderscheidt hij disciplinering, cultivering, civilisering en tot slot moralisering. Kant geeft zelf een duidelijke definiëring en omschrijving van deze termen waarbij hij benadrukt dat een kind de eigen grenzen dient te leren kennen alvorens het zichzelf vaardigheden kan aanleren. Eens deze basisvaardigheden en zelfdiscipline verzekerd zijn, kan er werk gemaakt worden van de laatste twee stadia waarbij een oriëntatie en einddoelen vooropstaan en tot slot het handelen volgens de morele wet. Belangrijk bij deze is dat de vrijheid van het kind voorop blijft staan en dat deze als individu finaal zichzelf opvoedt via de anderen tot een zelfverantwoordelijke, autonome en humane mens.

Hoewel Over pedagogiek een kort werk is, behandelt Kant er toch verschillende thema’s in die samen hangen met het opvoeden en opgroeien tot wat hij zelf als een kosmopolitische of wereldburger beschouwt. Zo spreekt hij zich niet alleen uit tegen dwang en bepaalde tradities die vooral gehoorzame kinderen en burgers zonder eigen wil creëren, maar bespreekt hij ook kort de rol van religie waarbij hij opnieuw verder kijkt dan het christelijke kader. Uiteraard blijft hij ook een kind van zijn tijd wat, in het bijzonder wanneer het over seksualiteit gaat, tot stellingen leidt die een heel eigen lezing vragen om als niet mild problematisch of achterhaald geïnterpreteerd te worden. In datzelfde stuk pleit hij echter ook voor het aanleren van respect voor eenieder wars van stand, wat net een moderne gedachte is.

Over pedagogiek blijft op veel vlakken een nagedachte die niet de waarde heeft van Kants belangrijkste werken. Doordat het bovendien niet door hemzelf geredigeerd is en als een soort handboek geldt, mist het de diepgang en schoonheid van zijn bekendste werken. Toch blijft het op veel vlakken een interessante reflectie van een filosoof die van alle markten thuis was, in het bijzonder omdat hij zich op veel vlakken een moderne denker toont die het kind en zijn ontwikkeling centraal stelt, veeleer dan een strenge, autoritaire opvoeding voor te staan. En hoewel Kant in de eerste plaats de Europese jongen/man voor ogen heeft, is het werk wel degelijk zo geschreven dat het ook los van geslacht, gender of etnische afkomst gelezen kan worden. Een hedendaagse of toepasbare handleiding voor opvoeding is Over pedagogiek uiteraard niet (meer), maar bepaalde denkbeelden en zeker de argumentatie erachter klinken nu nog even relevant als tijdens het eerste verschijnen van dit werk.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

14 + 16 =