Plato :: De ideale staat

De Griekse filosoof Plato (ca. 427-347 v.Chr.) geldt met recht en rede als een van de bekendste en invloedrijkste filosofen. Aan de Britse wiskundige Alfred North Whitehead wordt de opmerking toegeschreven dat de hele Westerse filosofie een reeks voetnoten is bij Plato. Whitehead zelf verduidelijkte dat hij hier over de rijkdom aan ideeën sprak die in Plato’s omvangrijke oeuvre te vinden zijn. Misschien wel de bekendste daarvan, de grot-allegorie, komt aan bod in wat tot niet geheel onverwacht tot zijn bekendste werken mag gerekend worden: Politea.

De in Athene geboren Plato werd zowel aan vaders- als moederszijde geboren in voorname Atheense families. Zijn achteroom Critias en oom Charmides (aan moederszijde) maakten zelfs deel uit van de Dertig Tirannen die in 404 v.Chr. de macht grepen na de nederlaag tegen Sparta in de Peloponnesische oorlog (431 v. Chr. – 404 v.Chr.). Hoewel hun bestuur slechts een jaar zou duren – in 403 v. Chr. verloren ze van de democraten (niet ter verwarren met de huidige invulling van het begrip) – rekenden ze in die periode af met verschillende tegenstanders. De ‘democraten’ reageerden evenwel al even hard, met als bekendste slachtoffer Socrates (ca. 470 v.Chr. – 399 v.Chr.). De befaamde leermeester van Plato werd in 399 v.Chr. tot de gifbeker veroordeeld vanwege de beschuldiging dat hij niet alleen de bestaande goden inruilde voor nieuwe (zijn befaamde daimon) maar ook een verderfelijke invloed had op de Atheense jeugd.

Naar alle waarschijnlijkheid speelde echter eerder mee dat Socrates banden had met de voormalige tirannen en zich een kritisch tegenstander van het nieuwe bewind en de elite toonde. Alleen was het niet mogelijk hem op die gronden te veroordelen nadat een algemene amnestie uitgesproken was. Wat Socrates zelf dacht en zei, is evenwel slechts te achterhalen via tweedehands bronnen, zelf liet hij geen geschriften na. De belangrijkste spreekbuis en verdediger van Socrates was Plato, die aan zijn proces en dood niet minder dan drie werken wijdde: Apologie van Socrates, Crito en Phaedo die allen het proces en de laatste dag van Socrates als thema hebben.

Socrates’ invloed beperkte zich daar overigens niet toe, in niet minder dan vijfendertig dialogen (Plato’s favoriete schrijfstijl) speelt hij een hoofdrol. Toch is het twijfelachtig dat hier steeds de historische Socrates aan het woord is en niet Plato zelf. Algemeen wordt dan ook aangenomen dat in de werken uit Plato’s zogenaamde vroege periode de ideeën en visie van Socrates gebracht wordt, waar vanaf de middenperiode, waaronder ook Politeia valt, veeleer Plato zelf de lijnen uittekent. Een groot verschil hoeft dat echter niet te betekenen, niet alleen was Plato een trouwe leerling van Socrates maar deelde hij met de befaamde Griekse filosoof ook een wantrouwen tegenover de democratie en het volk als bestuurder, zoals uit Politeia meer dan naar voren komt.

Het werk dat vaak vertaald wordt als (De) staat of (De) Republiek is geen handleiding voor heersers of bestuurders maar een uitvoerige dialoog die niet alleen de ideale staatsvorm als onderwerp heeft, maar zich ook buigt over opvoeding, rechtvaardigheid en zelfs de onsterfelijkheid van de ziel. Hoewel het te ver zou gaan om te beweren dat het werk de essentie bevat van Plato’s denken, komen wel verschillende van zijn belangrijkste ideeën en opvattingen in het werk aan bod. Politeia wordt vaak in tien verschillende ‘boeken’ onderverdeeld, al blijft onduidelijk of het werk oorspronkelijk ook als een geheel geschreven is dan wel door Plato later zelf samengesteld is uit verschillende traktaten.

Om die reden is het niet vreemd om drie grote onderscheiden maar tegelijk met elkaar verbonden thema’s in het werk terug te vinden waarbij de eerste de vraag luidt wat rechtvaardigheid is. Zoals in zowat alle werken van Plato komt de vraag aan bod tijdens of na een festival of banket en is Socrates degene die de opvattingen van anderen in vraag stelt en ontmantelt. Zijn belangrijkste gesprekspartners zijn Polemarchos, de sofist Thrasymachos en Plato’s broers Glaukon en Adeimantos. De gastheer Kefalos is alleen in het eerste boek een gesprekspartner en beantwoordt Socrates vraag naar hoe hij zich op zijn oude leeftijd voelt en wat het voor hem betekent om zoveel geld te hebben.

Het antwoord van Kefalos leidt snel naar een reflectie over een rechtvaardig leven, waarbij de antwoorden van Kefalos en Polemarchos Socrates niet bevredigen. Voor Thrasymachos zijn een goed leven en rechtvaardig leven niet hetzelfde, maar dit overtuigt Socrates evenmin. Hierop dwingen Glaukon Adeimantos Socrates kleur te bekennen en aan te tonen waarom volgens hem een deugdzaam leven het meest nastrevenswaardige is, los van elke maatschappelijke of sociale consequentie. Socrates erkent dat het antwoord hierop niet eenvoudig is en stelt dan ook voor om eerst te bekijken waar een ideale staat aan dient te beantwoorden en hoe deze vorm gegeven wordt.

Het leeuwendeel van het werk ontleedt hierna de maatschappij en hoe zij vorm gegeven wordt. Socrates schetst hierbij, via dialoog en tegenkanting van de andere gesprekspartners, een staat die verschillende groepen en klassen kent die elk hun eigen taken hebben. Naast de groep die allerlei diensten aanlevert (van ongeschoolde arbeiders tot vaklui) is er ook nood aan een militaire macht die de gemeenschap beschermt, uit deze groep zullen bovendien de heersers van de gemeenschap gekozen wordt. Om in een bepaalde groep ingedeeld te worden, volstaat aldus Socrates het overigens niet in die groep geboren te worden; talenten en aanleg zijn veel bepalender. Daarnaast is het uiteraard belangrijk om voor elke groep de juiste opleiding te voorzien, die zowel aan de geestelijke als de lichamelijke vereisten tegemoet komt.

Doorheen de verdere boeken werkt Socrates deze ideale staat verder uit waarbij zelfs het sociale leven (huwelijk, voortplanting, …), opvoeding en de psyche van elk individu onder de loep genomen worden. Volgens Socrates zijn filosofen het beste geplaatst om steeds tijdelijk de leiding van de staat op zich te nemen, waarbij de befaamde grot-allegorie en de ideeënleer het fundament en verantwoording vormen voor deze stelling. Hoewel de staat van Socrates sterk gereguleerd en bepaald is, valt ook op hoezeer hij breekt met bepaalde conventies. Zo is er van familiale of huwelijksbanden binnen de stand van de ‘beschermers’ geen sprake en kunnen vrouwen net zo goed als mannen deze rol(len) opnemen.

De ideale staat van Socrates is moeilijk te realiseren, beseft iedereen waarna het debat verschuift naar de bestaande staatsvormen – Socrates onderscheidt er vier – en in welke mate de ene boven de andere te verkiezen is. Het is in dit deel dat Socrates de democratie nog net boven de dictatuur plaatst en onder de oligarchische en timocratie als de vier slechtere bestuurstypen. De verschillende vormen corresponderen met verschillende persoonlijkheden en door de gebreken van het ene aan te duiden weet Socrates een analogie te maken met het andere. Aldus toont hij aan hoezeer een goed/deugdzaam leven ook het meest gelukkige en na te streven bestaan is. Hoewel zijn toehoorders finaal overtuigt zijn van Socrates’ pleidooi biedt hij hen bij wijze van uitsmijter nog een laatste argument aan: de onsterfelijkheid van de ziel.

Plato’s Politeia blijft met recht en rede een van de standaardwerken uit de (Westerse) filosofie en dankt haar statuut niet alleen aan haar eerbiedwaardige ouderdom. Als filosoof en denker weet Plato zijn ideeën helder en scherp naar voren te brengen en bouwt hij verder op eerdere stellingen. De ideale staat, zoals de vertaalde titel helder stelt, is geen praktisch werk maar wel een utopische reflectie op de natuur van de mens en hoe deze een vertaling kan vinden naar een ideale staat en bestuursvorm. De kritieken op het werk, onder andere van sir Karl Popper (The Open Society And It’s Enemies) zijn meer dan begrijpelijk maar reduceren Plato’s traktaat ook tot een enkele lezing die niet noodzakelijk tegemoet komt aan de visie van Plato zelf (al kan zijn elitaire visie niet ontkend worden).

Tot slot moet ook even bij de vertaling zelf stilgestaan worden, in het bijzonder daar een basiskennis van het Oud-Grieks al lang niet meer tot de standaardkennis hoort, zelfs niet onder filosofen. De ideale staat is een herdruk van de in 1975 verschenen vertaling van Gerard Koolschijn. Behalve een vertaling in 2000 door Hans Warren en Mario Molegraaf dat onder de titel Verzameld werk, vol 9, Het bestel verschenen is, blijft dit de meest courante en beschikbare vertaling. Hoewel bijna een halve eeuw oud voelt Koolschijns vertaling heel modern aan en doen de ingrepen die hij in de tekst aanbracht, geen afbreuk aan Plato’s origineel noch doelstelling. In een nawoord en verschillende voetnoten verantwoordt hij bovendien zijn keuzes. Jammer genoeg ontbreekt een voor- of nawoord dat niet alleen duiding geeft bij het werk binnen Plato’s oeuvre maar ook binnen de filosofie zelf. Want ook al behoren Plato en zijn Politeia tot de canon, niet iedere geïnteresseerde is even thuis in de geschiedenis van dit relevante werk of zijn auteur.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × drie =