William Nordhaus :: Het klimaatcasino

Nu de covid-19-pandemie al een jaar lelijk huishoudt in zowat de hele wereld lijkt het alle andere problematieken te overschaduwen. Weliswaar zijn er zelfs nu Trump van Twitter verbannen is nog de nodige socialemediastormpjes, maar echt veel golven veroorzaken ze niet. Zelfs het klimaat leek de duimen te moeten leggen, tot enkele weken geleden niet alleen een ‘coronaproof’ klimaatbetoging plaatsvond, maar ook het proces dat Klimaatzaak vzw tegen de Belgische staat aanspande van start ging.

En ook al zijn vooral de sceptici rond de coronamaatregelen en antivaxers (vaak foutief op een hoopje gegooid) momenteel aan het woord, dat betekent niet dat de ‘klimaatsceptici’ plots van mening veranderd zijn of dat de bezorgdheden rond het klimaat van de baan zijn. In die optiek is de vertaling van het oorspronkelijk in 2013 verschenen The Climate Casino: Risk, Uncertainty And Economics For A Warming World van de aan Yale verbonden econoom William Nordhaus vandaag nog even relevant als ten tijde van het verschijnen. Het is overigens voor zijn werk rond klimaatverandering en langetermijnmacro-economische analyses dat Nordhaus (samen met Paul Romer) in 2018 de Nobelprijs voor economie toegekend kreeg. Desondanks is er ook enige kritiek op Nordhaus’ werk en visie, waarbij niet alleen sceptici vragen stellen bij de door hem voorgestelde schema’s, maar ook klimaatwetenschappers en ecologen niet noodzakelijk aan zijn kant staan.

Als zijn discussies over het klimaat en mogelijke wijzigingen op zich al vooral voer zijn voor specialisten, dan geldt dit nog meer voor wie ernaast ook economische analyses erbij wenst te nemen en beide maatschappelijke impacten in rekening brengt. Acties van groepen als Extinction Rebellion krijgen weliswaar media-aandacht, maar de naïeve of eenvoudigweg simplistische slogans tegen economische groei van dergelijke bewegingen blijven weinig onderbouwd en teren vooral op een buikgevoel. Hoe economie en klimaatverandering zich tot elkaar kunnen verhouden zonder dat een van beide op de schop dient genomen te worden, is dan ook van de uitgangspunten van Nordhaus’ werk. Hoewel hij in de eerste plaats binnen academische kringen werkt en naam heeft, zet hij met Het klimaatcasino wel degelijk een stap richting populaire wetenschap en slaagt hij er daarbij in zijn wetenschappelijk onderbouwde informatie zo te verstrekken dat het ook voor lekenpubliek vatbaar blijft.

De eerste hoofdstukken zijn misschien wel de meeste uitdagende omdat Nordhaus hierin een algemene schets van de klimaatproblematiek geeft en daarbij ook zijn eigen wetenschappelijke methodiek kort uiteenzet. Hier worden de belangrijkste principes en uitgangspunten verklaard en onderbouwd die de andere delen en hoofdstukken van het boek zullen schragen. In dit eerste deel maakt Nordhaus ook duidelijk dat zijn interesse en reflectie in de eerste plaats een maatschappelijke is, want hoewel hij plaatsruimt voor klimatologische modellen en de onderliggende wetenschap blijft zijn focus op de economische impact liggen en welke mogelijke beleidsmaatregelen waardevol zijn of net niet. Het tweede deel buigt zich dan ook over de (negatieve) effecten die de klimaatsverandering heeft op het ecosysteem en in welke mate dit impact heeft op de mensheid.

In verschillende hoofdstukken behandelt hij achtereenvolgens de effecten op landbouw en volksgezondheid alvorens het bredere plaatje van het gevolg voor de oceanen, fauna en flora en het toenemende risico op stormen te bespreken. Ook in dit deel start hij met een inleidend hoofdstuk dat een aantal van de belangrijkste principes uiteenzet, alsook hoe de gevolgen naargelang de regio, land en dergelijke verschillend is op korte en lange termijn. In het afsluitende hoofdstuk van dit tweede deel maakt Nordhaus nogmaals duidelijk hoezeer de opwarming van de aarde finaal de hele wereldbevolking aangaat. Om die reden zoekt hij dan ook naar beleidsmaatregelen en -voorstellen die een internationale weerklank hebben en niet het ene land bevoor- of benadelen ten opzichte van de andere. Dit is, zoals iedereen weet die de debatten over het gebruik van fossiele brandstoffen zelfs maar zijdelings volgt, geen sinecure.

Een eerste stap is te kijken naar welke benaderingen mogelijk zijn en wat de kostprijs hiervan is, alsook de gevolgen. Vooreerst is er de meest eenvoudige en gelaten oplossing: aanvaarden en aanpassen, al is nog maar de vraag in hoeverre dit een aanvaardbare keuze is. Ook de optie van geo-engineering, die samenhangt met een technologie-optimisme, lijkt voor Nordhaus geen blijvende oplossing te zijn. Zijn voorkeur gaat in de eerste plaats uit naar een beperking van CO2-uitstoot waarbij hij ook de financiële en economische implicaties uiteenzet. Dit deel vormt (niet geheel onlogisch) de voorzet voor het voorlaatste deel dat zich richt op het beleid, nationaal en internationaal. Net als in de vorige drie delen vertrekt Nordhaus hierbij van een inleidende schets, een nadruk op de kosten-batenanalyse en de rol van koolstofprijzen. Hierbij geeft hij zowel de achtergrond van het verhaal mee als de volgens hem te volgen stappen.

Een vergelijking van de verschillende bestaande systemen gehanteerd door landen en economische unies staat hierbij centraal en geldt als opstap naar een reflectie over mogelijke internationale afspraken die dit keer wel bindend kunnen zijn. De gevolgen van een halfslachtig beleid en de rol die de private sector kan spelen, zoals in de ontwikkeling van nieuwe technologieën, sluiten het deel af, waarmee – zoals Nordhaus zelf stelt – ook zijn visie afgerond is. Toch volgt er nog een kort afsluitend deel dat de focus verschuift naar klimaatcritici en de publieke opinie. Waar Nordhaus zich tot op heden vooral bezighield met de meer academische, wetenschappelijke kant van het economische verhaal inclusief beleidsvoorstellen, neemt hij nu de tijd om te bekijken waarom er nog zoveel scepsis en afkeer heerst tegenover het bestaande discours.

Net als in de andere delen hanteert Nordhaus ook hier de wetenschappelijke kijk en onderzoekt hij hoe en waarom bepaalde terughoudendheid in stand wordt gehouden. De (inter)nationale politiek, partijbelangen en ideologische visies spelen daar evenzeer een rol in als het feit dat de wetenschappelijke consensus groot maar niet volledig is, waardoor iedere twijfelaar wel bronnen kan vinden die het eigen gelijk staven. Net als in de andere delen vertrouwt Nordhaus hier op een rationele aanpak die aan de hand van een dialoog, correcte informatie en afwegingen zal leiden tot een duurzame oplossing. Die rationele en wetenschappelijke blik is zonder meer een van de sterktes van dit boek. Nordhaus vertrouwt in de openheid van zijn lezers en verstrekt hen de nodige informatie waarbij hij ook alternatieven bespreekt en waarom zij al dan niet zijn voorkeur genieten.

Het boek is, zoals Nordhaus zelf zegt, in de eerste plaats een werk over economie en de gevolgen die klimaatopwarming zal hebben op de maatschappij. Daarbij vertrekt hij van verschillende klimaatmodellen, waardoor de reflectie op de impact niet afhankelijk is van een enkele prognose. Nordhaus’ visie is niets zonder zijn critici en net als andere theoretische modellen reflecteren ook deze in Het klimaatcasino niet noodzakelijk de toekomstige realiteit. Maar Nordhaus is wetenschapper genoeg om zich daar bewust van te zijn en erkent zelf dat er nog veel onzekerheden zijn. Desalniettemin is ook hij er van overtuigd dat er dringend stappen gezet moeten worden om de opwarming tegen te gaan en vormt zijn boek daar, ondanks mogelijke tekortkomingen, een overtuigend pleidooi voor.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × vijf =