Bernardine Evaristo :: Meisje, vrouw, anders

Tot voor kort was Bernardine Evaristo een nobele onbekende binnen Europa’s literaire landschap. Daar kwam abrupt verandering in toen de uit een Nigeriaans-Brits koppel geboren schrijfster in 2019 een Booker Prize mocht delen met niemand anders dan de al jarenlang gereputeerde Margaret Atwood. Nadat ook Barack Obama en Oprah Winfrey zich als fans van Evaristo hadden geout, kon het voor de Britse echter niet meer stuk. Verdient het eigenzinnige Meisje, vrouw, anders inderdaad een plek in eenieders boekenkast?

Zouden de juryleden van de Booker Prize het snel eens geworden zijn? Het feit dat er – per grote uitzondering – twee winnaars uit de bus kwamen, doet vermoeden van niet. In veel opzichten voldoet Evaristo niet aan wat “de traditionele roman” zou kunnen genoemd worden. Meer nog, ze doet er in feite alles aan om buiten de geijkte paden te treden, en wel het meest opzichtig met een haast opdringerig actuele stijl. Lezers worden sowieso al in voor- en tegenstanders verdeeld door het gebrek aan interpunctie, waarmee Evaristo een meer vloeiend ritme probeert te bereiken, alsof de lezer in de gedachtestroom van de personages kan kruipen. De taal is niet associatief en de identificatie met de cognities van de protagonisten is niet totaal – denk aan de stream of conciousness, waar altijd een bepaald hermetisch karakter mee samengaat – doch Evaristo lijkt haar publiek vooral te willen meesleuren in het onweerstaanbare metrum van haar vertelkunst.

Met herhalingen die als mantra’s aanvoelen, opgedeelde zinnen die een dichterlijk elan uitademen en een onstuitbare woordvloed zonder interpunctie die het equivalent van kortademigheid induceert: men kan het bezwaarlijk elegant of subtiel noemen, maar het effect is er wel degelijk. De lezer kruipt niet in het boek, maar wordt er in meegesleurd en ondergedompeld. Wat Evaristo’s technische verhouding tot het woord betreft dus geen kwaad woord, zeker niet als blijkt dat ze er wonderwel in slaagt om een stedeling die nauwelijks de adolescentie is ontgroeid een totaal ander idioom aan te meten dan een overgrootmoeder die van de wieg tot het graf aan het platteland verknocht is gebleven. Dat Evaristo het ook nodig vindt om #hashtags en vlotte dialogen neer te pennen, vormt overigens nauwelijks een bezwaar. Hoort de 21ste eeuw van alledag per slot van rekening niet thuis in een boek over diezelfde 21ste eeuw?

De grootste ontroerende factor van Meisje, vrouw, anders ligt echter niet besloten in een eigengereide mooischrijverij, wel in de manier waarop de auteur aan de hand van twaalf uiteenlopende biografieën een portret schetst van een tijd in evolutie. Door terug te keren naar de voorouders van sommige personages, belandt Evaristo vanzelfsprekend in een 19e eeuw waar segregatie op basis van geslacht of ras de gewoonste zaak van de wereld waren. Vanuit twaalf zwarte vrouwen ontvouwt het boek de kroniek van twee eeuwen emancipatie: zwarten krijgen meer kansen, vrouwen worden langzaam maar zeker gelijkwaardig behandeld. Toch is er geen sprake van een lineair proces richting meer rechtvaardigheid, wel veeleer een sluimerende tendens binnen de samenleving waar afzonderlijke personages wel of niet mee in aanraking komen, om er al dan niet hun voordeel mee te doen.

Zo maakt een idealistisch begonnen onderwijzeres een periode door van verbittering ten aanzien van het educatief systeem, en ervaart een ander personage door het ontdekken van haar eigen roots een transitie van rechts gedachtengoed naar meer openheid. Evaristo benadert dergelijke psychologische processen niet in termen van juist of fout, kortom ze veroordeelt ze niet. Wel analyseert ze treffend hoe iemands denkbeelden voortvloeien uit diens ervaringen, en meer bepaald uit de relaties die de betreffende mens kon aangaan in zijn of haar leven. Daaruit vloeit een zeer waarachtig beeld voort van wat mensen maakt tot wie ze zijn en wat ze denken: hebben ze het voorrecht genoten geliefd te kunnen zijn, en kunnen ze die liefde ook maatschappelijk vertalen in termen van tolerantie?

Kwatongen verwijten Evaristo dat haar boek een opeenstapeling is van trauma’s, en inderdaad valt het lappendeken van verhalen dat Meisje, vrouw, anders is, als een construct van uitgekiende prototypes in elkaar. Door niet alleen te focussen op de evolutie van raciale beleving, maar ook de opkomst van subgroepen op gebied van gender (non-binair, transseksueel, enzovoort) een plaats te geven, verliezen de verhalen hun onschuld als willekeurig bij elkaar gebrachte geschiedenissen. Anderzijds verruimt Evaristo het spectrum van “een boek over ras als illusie” naar een roman over “anders zijn” tout court. Thematische vanzelfsprekendheid heeft Evaristo overigens niet nodig, want niet toevallig bouwt ze haar roman op rondom de opvoering van een bepaald toneelstuk. Metaforisch wordt kunst gepresenteerd als de broeikas waarbinnen gedurfde ideeën tot ontwikkeling gebracht worden, doch ook als ontmoetingsplaats waar heel diverse werelden en visies samenkomen. Als een theatervoorstelling de rigide poort naar een andere beleving van de ander kan forceren – zoals een van de personages denkt te ervaren – dan kan ook een boek de ogen van een breed publiek openen.

Door ultiem in te zetten op de menselijkheid van haar twaalf personages, waarbij de lezer telkens diep doordrongen geraakt van hoe zij door hun context gevormd zijn, zal Meisje, vrouw, anders talloze harten winnen. Niet met gemakkelijk sentiment, maar met mokerslagen, omdat de wortels van ons aller enigszins bekrompen visie op wat ras en gender betreft nu eenmaal op ongemakkelijke wijze in de geschiedenis van de Westerse beschaving gebeiteld lijken. Er is kortom geen andere manier dan mokerslagen uitdelen, maar Evaristo verzacht de pijn met hartroerende humane portretten. Het maakt Meisje, vrouw, anders niet tot een groot ideeënboek, wel tot straffe en vooral emotionele vertelkunst. Zo’n boek dat, na bijna vijfhonderd bladzijden, gerust nog een paar honderd pagina’s had mogen doordenderen…

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twintig − een =