Patricia Highsmith :: De getalenteerde meneer Ripley

Wat hebben films als Strangers On A Train (Alfred Hitchcock), Der Amerikanische Freund (Wim Wenders) en Carol (Todd Haynes) met elkaar gemeen? Welke rol namen Alain Delon, Matt Demon en Dennis Hopper op? Het antwoord op de eerste vraag is dat de drie films gebaseerd zijn op werken van Patricia Highsmith, de auteur die onder meer furore maakte met haar romans rond Tom Ripley. En het is dat personage dat de drie befaamde acteurs elk op hun manier gestalte gaven, waarbij Plein Soleil (1960), met Delon, en The Talented Mr. Ripley (1999), met Damon, gebaseerd waren op dezelfde roman: The Talented Mr. Ripley (1955).

Patricia Highsmiths romans lenen zich dan ook uitstekend voor verfilmingen. Zo vond meer dan de helft van haar tweeëntwintig boeken hun weg naar het grote en kleine scherm en enkelen kenden zelfs meerdere interpretaties, waaronder dus ook The Talented Mr. Ripley, het eerste boek uit de befaamde “Ripliad” (de vijf boeken met Ripley in de hoofdrol), waarvan in de jaren zeventig, tachtig en negentig de vervolgdelen verschenen. Voor Highsmith, wiens naam voor velen met Ripley verbonden blijft, was dat personage echter niet zo uitzonderlijk of bijzonder. Niet alleen had ze ten tijde van het verschijnen van de eerste Ripley-roman al naam gemaakt als auteur van psychologische thrillers, ook in de meer dan tien jaar erna zou ze niet minder dan negen romans publiceren alvorens Ripley een tweede maal opduikt.

De fascinatie voor Tom Ripley is echter meer dan te begrijpen voor wie de boeken rond het amorele personage leest. Ripley mag dan wel een moordenaar en zwendelaar zijn, Highsmith beschrijft hem zo dat de lezer haast onbewust een soort van sympathie opvat voor het personage dat eenvoudig handelt uit zelfbescherming. Ripley haalt geen genot uit zijn moorden en voelt zich erna zelfs schuldig, maar nooit voldoende om zichzelf aan te geven of niet te moorden wanneer hij zich in het nauw gedreven voelt. Het helpt natuurlijk ook wel dat zijn slachtoffers, zoals in The Talented Mr. Ripley, niet al te sympathiek zijn, waardoor de lezer automatisch de kant van Ripley kiest, zelfs als zijn daden moreel meer dan bedenkelijk zijn.

In De getalenteerde meneer Ripley wordt al meteen duidelijk dat Ripley niet helemaal zuiver op de graat is; hij wordt achtervolgd door een man die hij ervan verdenkt een politie-agent in burger te zijn of een detective. Het blijkt echter te gaan om de scheepsmagnaat Herbert Greenleaf, die in Ripley een vriend van zijn zoon Richard “Dickie” Greenleaf herkent en om zijn hulp vraagt. Dickie maakt immers al enige tijd grote sier in een klein Italiaans dorpje en lijkt niet van plan om terug te gaan naar New York. Greenleaf hoopt dat Ripley niet alleen bereid is om zijn zoon op te zoeken, maar ook om hem ervan te overtuigen terug te keren en zijn plek in het familiebedrijf op te nemen.

Hoewel Ripley niet meer dan een vage kennis van Dickie is, ruikt hij een kans om zijn leven een nieuwe wending te geven en gaat hij dan ook gretig in op het verzoek, in het bijzonder daar Richard niet alleen de reis betaalt, maar ook een ruime onkostenvergoeding voorziet. Ripley trekt naar het dorpje Mongibello, waar hij opnieuw contact maakt met Dickie en de eveneens Amerikaanse Marge Sherwood, die duidelijk een oogje op Dickie heeft. Ripley weet snel Dickie voor zich in te winnen, net zoals hij eerder Richard Greenleaf en diens vrouw charmeerde, maar met Marge lijkt hij maar geen connectie te maken. Aanvankelijk louter afstandelijk wordt ze steeds jaloerser naarmate de verstandhouding tussen Dickie en Ripley groeit en ze zelf naar het achterplan verdwijnt.

Hoewel Highsmith nooit expliciet bevestigt dat Ripley homo- of biseksueel is, toont hij wel een opvallende interesse in Dickie, die zich daar gaandeweg steeds meer aan ergert. Ripleys haast ziekelijke aandacht voor Dickie komt echter niet zozeer voort uit een verlangen naar hem als wel om hem te zijn. Waar Ripley onzeker in het leven staat en zichzelf continu in vraagt stelt, is Dickie immers zelfverzekerd en op het randje van arrogant. Twee karaktereigenschappen die nog versterkt worden door het feit dat hij zich dankzij zijn sociale klasse en financiële steun nergens om moet bekommeren. Dit contrast met de bescheiden afkomst van Ripley wordt nog verder in de verf gezet door Marge en Freddie Miles, een andere vriend van Dickie die in het verhaal opduikt. Alle drie komen ze uit gegoede milieus en lijken ze zorgeloos door het leven te gaan.

Wanneer Ripley via een afstandelijke brief van Richard Greenleaf te horen krijgt dat die er niet langer in gelooft dat hij Dickie kan overtuigen om terug te keren, ziet hij zijn kansen op een aangenaam leven in rook opgaan. Wanhopig klemt hij zich nog harder vast aan Dickie en diens levensstijl, tot ongenoegen van die laatste. Hoewel Dickie instemt met een gezamenlijke uitstap naar San Remo, is duidelijk dat hij Ripley wenst te “dumpen”. Voor Ripley is het echter geen optie om terug te keren naar zijn oude leven. In een impulsieve bui doodt hij Dickie tijdens een boottochtje en laat hij de boot tot zinken brengen. Hierop besluit hij diens identiteit over te nemen – een idee dat haalbaar is aangezien ze opvallend op elkaar lijken – en een nieuw leven te beginnen in Rome.

Aanvankelijk loopt het plan van een leien dakje, maar wanneer Freddie Miles in Rome opduikt en Ripley vindt in het appartement dat op naam van Dickie staat, is ook zijn lot bezworen. Deze tweede moord lijkt Ripley echter zuur op te breken, want de politie vindt niet alleen snel zijn lijk, maar begint zich ook vragen te stellen bij wat er in San Remo gebeurde en waar Tom Ripley heen is. In het nauw gedreven, ontstaat een kat-en-muisspelletje met de politie, waarbij Ripley zowel de rol van Dickie blijft spelen als moet aantonen dat ook Tom Ripley nog leeft. Finaal komen zelfs Agnes en Herbert Greenleaf terug in beeld in een poging helderheid in de zaak te brengen.

Het is de grote verdienste van Highsmith dat ze van een amoreel en zelfs sociopathisch personage als Ripley een anti-held kan maken, te meer nog daar Ripley vaak als een sukkelaar wordt afgeschilderd. Zijn onzekerheden, (kleine) zwendelpraktijken, aanhankelijkheid aan Dickie, … allemaal karaktereigenschappen die niet bewonderenswaardig zijn te noemen. Maar in Highsmiths wereld is niemand echt sympathiek. Ripleys slachtoffers zijn karikaturale rijkeluiskinderen die zich een bohemien-levensstijl kunnen aanmeten omdat ze sowieso zeker zijn van een maandelijks riant inkomen. Doordat het verhaal bovendien vanuit Ripleys oogpunt wordt verteld, ontstaat er sowieso een vorm van begrip voor diens denken en sympathie voor zijn bewogen leven.

Hoewel Highsmith enig inzicht geeft in Ripleys denken, is er van echte diepgang evenwel geen sprake. De plot en afwikkeling primeren op reflectie waarbij de nadruk veel meer ligt op Ripleys pogingen om uit de klauwen van het gerecht te blijven dan op diens innerlijke wereld. De manier waarop Highsmith haar verhaal afwikkelt en spanning opbouwt zonder dat er veel gebeurt, mag wel opvallend heten en verleent de roman een indrukwekkende vaart. Literair laat het werk weinig indruk na en stilistische pareltjes vallen hier niet te rapen, maar dat is geenszins Highsmiths bedoeling. De getalenteerde meneer Ripley wenst – net als zijn hoofdpersonage – in de eerste plaats te behagen en slaagt daar wonderwel in. De roman leent zich dan ook uitstekend voor een lange leesroes op een luie, zonnige dag.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

11 − 9 =