Roderik Six :: Monster

Rouw is rauw. Dat is zowat de boodschap van Roderik Six’ nieuwe novelle. Wanneer een man zijn vrouw verliest in een tragisch ongeval, raakt hij alle vaste grond kwijt. Monster laat de doorgaans gulzige schrijver voor het eerst in spaarzame doen zien.

Aan een beetje roman sleutel je jaren, maar tussendoor kan al eens iets meer. Toen corona ons allemaal in lockdown plaatste, nam Roderik Six een oud opzetje terug op, dat zijn weg vond naar het tijdschrift Viralen. Of er meer was, vroeg de redacteur, die ook maar gewoon de boel draaiend probeert te houden in onmogelijke tijden. Dat was er, en Six werkte het vroege werk uit tot een korte roman die iets te gewichtig wordt verkocht met de zin ‘met chirurgische precisie snijdt Roderik Six de grote levensthema’s aan.’

Dat laatste klopt niettemin. Een man die zijn vrouw moet begraven is niet niets, en de auteur maakt dat verpletterende aanvankelijk bijna tastbaar. Je zou het potsierlijk kunnen vinden hoe de ik-figuur naakt rondkruipt, dronken de dagen aan elkaar rijgt, een vormeloze hoop mens wordt, maar het voelt wel alsof je in zo’n situatie ook zo zou kunnen eindigen. Wat doe je als de zin van je bestaan brutaal in de flank is gereden? Wat blijft er nog over behalve een vormeloze hoop vlees? Six schuwt de gore details niet, vermeit zich net in het lichamelijke van het hele vergaan. Omdat we onszelf toch maar nooit meer de meesters van de schepping zouden vinden.

Een boekje verder blijft van die gedachte sowieso niet veel meer over. Halverwege geeft Six immers een flinke ruk aan het stuur — waarover we niet verder mogen uitweiden — en krijgt Monster een thriller-achtige lading. Wat al een afdaling richting hel was, gaat nu plots heel hard: “Nu weet ik wat me te doen staat”. De hoofdstukken worden korter, het zijn flarden die voorbij flitsen en het verhaal vertellen op het ritme van een stroboscoop, beeld / donker / beeld. Het is een brute en harde twist, die past bij de donkerte van de rest van Six’ oeuvre.

Een schrijver van dikke boeken is Six trouwens nooit geweest, wel één van densiteit: zowel Vloed, Val als Volt zaten vol zinnen die met plezier epateerden, koketteerden en chicaneerden. In Monster is dat voorbij. Het onderwerp liet dat niet toe, vond de schrijver, en dus ging hij de taal naar eigen zeggen “met een Engelse sleutel te lijf”. Deze novelle is uitgebeend en kaal, met korte, bijna functionele zinnen.

Het verhindert niet dat ook Monster diezelfde bezwerende toon heeft als zijn ander werk. Six weet hoe je een verhaal binnen te trekken – hier gebeurt dat met de deur in huis: “Vandaag is mijn vrouw overleden. Of misschien gisteren. Ik weet het niet meer. Ik ben dronken” – en je van daar mee te slepen tot je op het einde zwijgend in de verte staart.

En dat is dat. Monster voelt als een tussendoortje, en is ongetwijfeld niets meer. Dat mag. Wie vullertjes, een lockdownprojectje, van dit niveau kan afleveren, mag dat meer doen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

veertien + twaalf =