Blanck Mass :: In Ferneaux

Plaat na plaat na plaat ging Benjamin John Power meer naar de buitenwereld kijken. Tot het daarbuiten stopte met draaien. Toen alles tot stilstand kwam, en er niets meer was om voor te werken, plooide de Brit zich terug op zichzelf. Hij vond tien jaar aan field recordings, en maakte: In Ferneaux. Want anderen mogen dan de hel zijn, zelf ben je vaak niet beter.

‘I can’t go on, I’ll go on’ schreef Becket, en dus doen we er gewoon nog wat extra maanden bij. Want er is geen perspectief. Er is geen toekomst. Er is enkel een uitzichtloos nu, waarin alles voor eeuwig bevroren lijkt, met een immer vooruitschuivende belofte als lokkertje aan de horizon. Het leven staat stil, omdat het geen leven is. Werken, dat misschien, maar dat is geen leven. We staren naar de muren, naar elkaar in het beste geval, en hopen op betere tijden. En wie kan, die probeert er iets van te maken.

Benjamin John Power heeft één houvast in deze tijden: muziek. En dus greep hij, noodgedwongen thuis vastgezet, naar die map vol gevonden geluiden die hij tijdens zijn vele omzwervingen had opgenomen. Misschien kon hij daar iets mee doen? Zijn vader had hij al verloren, toen ook zijn grootvader bezweek – aan covid-19, natuurlijk – werd het al helemaal duidelijk. Want als je kunt rouwen in noten, dan kun je ook rouwen in noise. In Ferneaux is het verslag van dat treuren.

Geen losse nummers; twee stukken van elk ruwweg twintig minuten. In “Phase I” voelt dat aanvankelijk als een gewone Blanck Massplaat, maar dan eentje waarin de nummers vlotjes in elkaar gemixt zijn, waardoor de toegankelijke passages ook niet meer zijn dan dat: momentjes. Een bijnapopsong als dat machtige “Hush Money” krijgen we niet; die ene uitbarsting, dik vier minuten ver, is negentig seconden later alweer voorbij. Wat overblijft brokkelt in slow motion af tot we een kwartier later overblijven met niet meer dan wat omgevingsgeluiden. Spelende kinderen. Een vogel in de verte. Een zoemtoon.

“Phase II” begint met een lange dialoog tussen Power en een vreemd figuur, over de kloten die het leven je soms kan afdraaien, en hoe die soms toch tot iets goeds kunnen leiden, vooraleer wordt afgedaald in het vertrouwde bad van overstuurde beats, synths en ander lawaai. Het is de enige keer dat die toevallige opnames enige functie krijgen; elders zitten ze zo ver in de mix weggedrukt, dat ze er net zo goed niet hadden kunnen zijn. Het haalt de blabla rond de plaat wat onderuit, maar niet de plaat; wat Blanck Mass doet blijft goed, dus wie maalt.

Van daar gaat het richting spookhuis, met daverende percussie, krijsende stemmen, en ijselijke synths. Maar ook dat duurt maar zo lang. Want zoals Churchill het zei: ‘If you’re going through hell, keep going’. Na negen hellenkringen schijnt er plots licht, trekken de wolken op, en ontvouwt zich een oogverblindend blauwe lucht. Het geruis maakt plaats voor een simpele pianolijn; de held heeft de overkant bereikt, de ellende is voorbij, de toekomst lacht hem tegemoet.

Dit is niet het logische vervolg op Animated Violence Mild, zoals het leven ook nooit meer zal zijn zoals het voor 2020 was. Misschien kon het zelfs niet anders nadat Blanck Mass op die laatste plaat zo dicht tegen het popformat aanschurkte dat het bijna bizar werd. Net als de rest van de wereld heeft Blanck Mass een nieuw normaal gevonden, en in zijn geval is dat: atmosferischer, vormelozer, en spannender dan voorheen. In een jaar van monotonie, voorspelbaarheid en afgevlakt leven is dat misschien net wat we nodig hadden om toch een beetje geprikkeld te worden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

15 − 7 =