Sonic City

9 november 2019 Départ, Kortrijk

Na de volledig vrouwelijke editie van Courtney Barnett vorig jaar: gender equality. Dit jaar mochten zowel Cate Le Bon als Shame het Kortrijkse Sonic City cureren. Mag het verbazen dat de affiche een warrig ratjetoe was dat van dwarsigheid een keurmerk maakte?

Zaterdag 9 november

Vandaag is het vooral Le Bon die haar stempel drukt. De naar LA verhuisde Welshe specialiseert zelf in eigenzinnigheid, de bands van haar keuze bleken al even recalcitrant en balsturig.

“Merci aan Fontaines D.C. om af te zeggen”: het begint gewoon waar elk festival dit jaar wel even passeerde: bij een Whispering Sons dat ondertussen de wegenkaart van heel Europa uit het hoofd kent. Je voelt ook aan Fenne Kuppens en co dat het misschien tijd is voor een korte pauze. Klonk dit wat gerodeerd of vermoeid? Het vermoeden hing minstens over een set die nooit slechter werd dan “degelijk” maar ook nergens de intensiteit benaderde die de band op zijn beste momenten haalt.

“Break my skull / I need some rest” gaat het ook effectief in een nieuw nummer dat isschien een lichte koerswijziging aankondigt. Ergens onder alle gewoonlijke doem menen wij immers een onderlaag van Chemical Brothers te horen. Dat is op zijn minst interessant, maar verder lijkt alles nog verre van af. Dat  “White Noise” zo bruut klinkt? Dat is dan weer gewoon zoals het hoort. En zo tikt de groep een setlist af die het ondertussen kan dromen. “No Time”? Daar kreunt Kuppens al “This city looks familiar, but I can’t remember”. “Hollow”? Nog steeds dreunen de drums van Sander Pelsmaekers als een tyrannosaurus om gindse hoek, klauwt de gitaar van Kobe Lijnen als een krolse velociraptor; hoogtepuntje.

En dan slaat in slotnummer “Waste” Spinal Tap toe. Terwijl het alarm van een opengestoten branddeur genadeloos blijft loeien op de achtergrond, probeert de band alle sérieux van het nummer te bewaren. Het vraagt moeite, aan de grijns op Pelsmaekers gezicht te zien, maar de muzikanten ploegen manmoedig voort naar dat ultieme “I don’t”. Brandalarm of niet: Kortrijk kan Whispering Sons ook op de lijst veroveringen schrijven.

Alsof Laïs en een operazangeres met elkaar in de clinch gaan, zo klinkt het boven die grote zaal. Alleen: Hatis Noit staat daar in haar eentje. Met haar tenen weeft de naar Londen verhuisde Japanse op haar loopstation klanktappijtjes die rondzingen en ergens tussen Tibetaanse monnikenzang, gregoriaanse chants en klassiek blijven hangen. “Illogical Lullaby” klinkt als een orkest van zoemende insecten als begeleiding van een klassieke zangeres, voor “Inori” laat ze dan toch één geluid uit de buitenwereld toe. Omstandig legt ze uit hoe ze de oceaan bij Fukushima ging opnemen. Zoals bij die radioactieve zee, overheerst ook in haar nummer de golven, waarover ze fluistert en zingt.  Was het moeilijk? Ja. Intrigerend? Op zijn minst.

Tijd voor het hoofdstukje ‘Godverdomme Cate Le Bon’. Want wat Vivien Goldman hier staat te doen? Beats us. De 69-jarige ziet er uit als Mia Doornaert (ze heeft ook een verleden als journaliste), danst uitdagend om de toonladder heen, zonder hem ooit écht te vinden, en maakt met haar band een ratjetoe aan stijlen dat nooit echt het begrip song weet te benaderen. Zijn wij weggejaagd? We hebben dekking gezocht.

Cate Le Bon zelf dan maar, die haar reputatie als lastige zusje van Feist en St. Vincent opnieuw waarmaakt. Twee (tenor)-saxen domineren het groepsgeluid, waardoor songs als “Miami” en “Daylight Matters” een glad jarentachtiggevoel krijgen. Dit is dan ook een nieuwe Le Bon, die haar muziek met haar laatste album Reward een radicaal andere richting in stuurde. Dat voelt een beetje jammer: in deze wat killige, met te veel slimmigheidjes overladen arrangementen, komt haar stem minder goed tot zijn recht dan vroeger.

Die warmte hoeft voor haar ook niet meer. In “Mother’s Mother’s Magazines” gaat ze over een staccato blazer de cabareteske tour op, en gaandeweg wordt dat eightiesgevoel gedomineerd door een bas die postpunkhoekigheid opzoekt. Het tempo zakt uiteindelijk opnieuw voor een statig “The Light”, waarin Le Bon zich profileert als jazzzangeres, vooraleer het dramatische “Meet The Man” mag afsluiten over een set alweer puntige blazers. En zo voelde deze curator aan als een bokkige puber die moeilijk deed omdat ze weet dat het van haar getolereerd wordt: uitdagend omdat het mocht. Terwijl het toch altijd aangenamer is als we een béétje proberen samen te leven.

Eentje om bang van te zijn. Volgens de perstekst van Sonic City zelf staat Erin Birgy bekend voor haar “Emotioneel onvoorspelbare” optredens, en afgaand op wat Megabog hier brengt, kunnen we ons daar iets bij voorstellen. De blonde zangeres combineert het stembereik en de controle van Kate Bush met de theatrale tics van een Nina Hagen, mocht die nooit in de punk zijn beland. “Diary Of A Fight (It Was Long Long)” is niet alleen een geweldige titel, maar houdt ook netjes het midden tussen country en surf, terwijl Birgy moeizaam het evenwicht houdt op de koord tussen hysterisch en redelijk. Het is spannend, voelt alsof het elk moment van de rails kan schieten, maar op één of andere manier houdt Birgy het stuur toch altijd netjes in eigen handen. En zo raken we na krap veertig minuten toch allemaal heelhuids aan het andere eind van de set. Oef!

Een week na Filter zit Thurston Moore nog altijd in diezelfde moeilijke fase. Na het toegankelijke Rock N Roll Consciousness uit 2017 kon je er dan ook de klok op gelijk zetten dat het nieuwe Spirit Counsel opnieuw de experimentele tour zou opgaan. En wat heet. Met een aanlooptijd die tien minuten kosmische muzik biedt en vervolgens eindeloze oefeningen op de drone lijkt de voormalige Sonic Youthvoorman hier aan zijn eigen Metal Machine Music toe te zijn. Een spel met arpeggio’s is nog even behapbaar, verder ruikt alles vaak naar het meest kakofonische van Godspeed You! Black Emperor. Maar waar dat bij het Canadese ensemble de chaos is, waaruit de strijkers mogen op zwermen, op zoek naar schoonheid, gaat het hier gewoon verder op een eindeloos pielen. Thurston doet immers niet aan strijkers; Thurston zweert bij meer lawaai maken, en dat krijgen we dan ook. Een uur en twintig minuten lang.  We hebben gelukkig één troost: binnen twee jaar komt Moore ongetwijfeld terug met een fijne rockplaat.

“Björk-raar” is een woord dat nieuwe hoofdkaas (pvw) onlangs muntte, en het past perfect bij Holly Herndon vandaag. Gehuld in een lange bleekroze jurk, begeleid door drie folkzangeressen, brengt de Berlijnse elektronica-artiesten het soort muzikaal concept dat ook de IJslandse immers niet had misstaan. Wat zij en de zangeressen produceren, wordt immers nog eens bewerkt door een artificieel intelligent  algoritme dat ergens in het duister van het podium bediend wordt door Mat Dryhurst.

U mag dat vergeten. Wat wij onthouden van Herndons set zijn dingen als “sprookjesbos”, “elfjesmuziek”, en de rest van het Eftelingwoordenboek. De combinatie van etherische stemmen en kletterende ritmes maken van nummers als “Alienation” een sensatie, de vocale pracht van “Canaan (Live Training)” is dan weer verbluffend. Nu Björk helemaal in het gat van haar eigen artistieke pretentie lijkt verdwenen, past de wereld maar beter op zijn tellen: Herndon is uit op haar troon.

Sonic City, u heeft ons doen zweten op dag één. Volgt op de slotdag de ontspanning? Doe in elk geval een bierproof t-shirt aan; het belooft er met Shame en The Murder Capital alvast niet rustig aan toe te gaan.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in