Gabriel Rios :: Flore

Met het ene been in het nu en het andere stevig neergepoot in het verleden; Gabriel Rios verwerkt een jaar waarin haast alles tot stilstand kwam met een Spaanstalig project gericht op de muziek van zijn vader en grootvader. In de vele promopraatjes bij de release van het album stak Rios het allesbehalve onder stoelen of banken dat de twee mannelijke generaties voor hem liever andere dingen uit zijn strot hoorden komen. Van uitstel komt meestal afstel, maar kijk; het bloed kruipt waar het niet gaan kan en dankzij het c-woord kwam het er dan toch van.

Hoe koppel je terug naar een verleden dat niet meteen meer deel uitmaakt van je huidige identiteit? Op Flore beweert Rios in principe op geen enkel moment dat de rijke muzikale geschiedenis uit zijn geboortestreek hem effectief heeft gevormd tot de artiest die de man vandaag is, maar het zou absurd zijn om de invloed van zijn volledige Spaanstalige heritage te ontkennen. De eerste albums die de man uitbracht waren zo duidelijk overgoten met een Caribische saus dat het een wonder mag heten dat Rios slechts een enkele keer te gast was op de Antiliaanse Feesten. Een echte stijlbreuk komt er pas met The Dangerous Return, het derde album van de inwijkeling, maar de eerste plaat zonder Spaanstalig nummer. Opvolger This Marauder’s Midnight blijkt net iets te stroperig om ten volle genietbaar te blijven, maar thematisch én gevoelsmatig is het net die lijn die doorgetrokken wordt op Flore.

Rios’ volledige situatie anno 2021 wordt prachtig samengevat in “No Soy De Aquí, Ni Soy De Allá”, vrij vertaald als “ik ben niet van hier maar ook niet echt van daar”; een volbloed traag nummer dat bijzonder tragisch aandoet, maar eerder bol staat van een culturele harmonie die enkel gekenmerkt wordt door kinderen van verschillende werelden. De muziek link je makkelijk aan oude Spaanstalige lamentos –nummers waarin pijnlijke emoties herwerkt werden tot echte flamencotoppers- terwijl de tekst duidelijk refereert aan een modern wereldbeeld. Net die tegenstelling vormt de kracht van het volledige album: muzikaal baadt elke nummer zonder uitzondering in een wereld die eigenlijk niet meer bestaat terwijl je woordelijk heen en weer geslingerd wordt tussen een Europese symboliek en een Iberisch verleden.

“Mujer Divina” lijkt zo weggelopen uit het oevre van Joaquín Sabina, of hoe je aan de hand van een akoestische gitaar een complex geluid opbouwt zonder inbreuk te doen aan de eenvoud van het volledige pakket. “Ausencia” combineert de melancholische spanning van een van de novelles van Gabriel García Márquez met het verlangen naar een onmogelijke reünie. Hoewel Flore duidelijk een album met een sterke emotionele inslag is, word je aan het einde van het nummer getrakteerd op een van de zeldzame vocale uithalen van Rios; even lijkt hij de controle te verliezen en het is net dan dat de man bijzonder interessant wordt. Het nummer dat heden en verleden misschien wel het beste combineert is “El Diablo”; voorzichtig dansbaar met beats die duidelijk hun oorsprong vinden in de afgelopen jaren worden verbonden met een muzikale afwisseling die geen enkele band vandaag zou durven riskeren. De boodschap in “Vagabundo” staat dan weer compleet haaks op die van het eerste nummer dat werd omschreven; Rios breekt nu een lans voor Jan en alleman zonder duidelijke hogar, wie je bent of waar je van komt is niet van belang, concentreer je liever op de ogen van de persoon die je bijstaat.

Een artiest, twee werelden en een handvol platen; wil de echte Gabriel Rios dan nu opstaan? Rationeel gezien moet je Flore omschrijven als een eenmalig project, een coup de foudre gemaakt voor een bijzonder klein nichepubliek. Jammer genoeg is het net dit profiel dat boven alle andere uitstijgt, maar is het meteen ook deze constellatie die de man geen spek bij zijn bonen zal opleveren. Flore is een plaat die groter is dan wat Vlaanderen Rios kan bieden; vergeet die Antiliaanse Feesten, het is eindelijk tijd voor Primavera Sound.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × 4 =