Oscar Jan Hoogland & Han Bennink :: Goede Reis!

Het meest opmerkelijke aan dit duoalbum is misschien wel dat die er niet eerder van kwam. Hoogland (°1983) en Bennink (°1942) schelen twee generaties, maar hebben een sterk overlappende visie op musiceren/improviseren die mooi wordt samengevat door Benninks credo “Improvising is like everyday life, it’s like crossing the street.” Improvisatie als levenshouding, het spat van deze release.

Ze hebben ook geprobeerd om het beste te maken van 2020. Hoogland bracht een uitstekend album uit met Zea (Summing), zag een tournee in rook opgaan en vervolgens toch (zeer) kleinschalig plaatsvinden. Bennink bracht naast dit album ook een duoplaat uit met Guus Janssen, was onlangs in de weer met een binnenkort te verschijnen ICP-plaat (Komen & gaan) en is ook te horen op een pas verschenen archiefuitgave met Sonny Rollins en Ruud Jacobs (de 2cd Rollins In Holland). Deze opname – geplukt uit de eerste drie kwartier van een uur spelen – werd op 13 augustus gemaakt in het Bimhuis.

Dat het duo van start gaat én eindigt met een compositie van Monk (resp. “Hornin’ In” en “Ugly Beauty”) hoeft niet te verbazen. Het werk van de iconische pianist heeft altijd als een rode draad door de ‘New Dutch Swing’ gelopen en dan vooral in de praktijk van Misha Mengelberg, jarenlange co-saboteur van Bennink, maar ook mentor van de jonge Hoogland. Het is dan ook vertrouwd buitelen, weliswaar met een imponerende hechtheid, door een compositie die aan Mengelbergs “Peer’s Counting Song” wordt gekoppeld.

Een fluks drafje in “De Bokkenrijders Race”, waarin Hooglands uitgebreide instrumentarium (elektrisch clavichord, platendraaiers, cassettedecks, megafoons en kraakdoosje) voor het eerst gelost wordt. Specifiek: vier(!) soloplaten van saxofonist Paul Thermos worden simultaan gedraaid, met Bennink die ertegenaan swingt met brushes. Met die saxen die gaggelen als ganzen heeft het iets van een dolle slapstick-soundtrack. En het is nog maar het begin: in “Propeller” duiken het elektrisch clavichord en het kraakdoosje op, net als tapes uit Marokko en Mali die belanden in een soundscape met koortsige loops.

“Musique Automatique Typographique” zoekt het nog verder weg van de jazz, met onherkenbaar gebrom en klokkengelui, maar het blijkt te gaan om zeven exemplaren van Guus Janssens soloalbum On The Line, die Bennink van weerwoord dient met drumwerk op de vloer, en een knetterend percussief duet dat het duo opnieuw naar klassieker terrein stuwt: de titeltrack en “Epistrophy” zorgen voor drie minuten interactie met die onweerstaanbare combo van speelsheid en dwarsheid.

Als improvisatie betekent dat alle ideeën, geluiden en invloeden kunnen samenkomen, dan vormt het vierluik “Frafra Traffic | Masinko Monk | Rookgordijn | Rhythm Three” daar de meest doorgedreven versie van. Loops met een oorsprong in Ghana en Ethiopië vloeien samen met Monk-tinten, drone-achtige passages en een even gave als mooie hommage aan de eerder dit jaar overleden Cor Fuhler, nog zo’n Mengelberg-leerling die een eigen weg insloeg. In de staart van het album wordt terug in de traditie gedoken, met een prachtige versie van “Fleurette Africaine”, een van Ellingtons meest betoverende composities, die hier gecontrasteerd wordt met Japanse bamboefluiten, en als afsluiter een delicate versie van Monks “Ugly Beauty”.

Goede Reis! imponeert niet enkel door de instant klik tussen deze vrijbuiters, maar ook door de gretigheid waarmee buiten het traditionele speelveld gezocht wordt. Het DNA van die Amsterdamse scene zit er natuurlijk in, maar Hooglands persoonlijke insteek en instrumentarium zijn duidelijk ook een inspiratie voor veteraan Bennink, die de uitdaging aangaat met de attitude uit het motto hierboven. Het leidt tot een sprankelende, frisse en gevarieerde plaat die vraagt om ettelijke draaibeurten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

veertien − 14 =