Ryan Adams :: Wednesdays

Ryan Adams heeft een bloedmooie plaat gemaakt. Maar wat moeten we er in godsnaam mee?

We zijn The New York Times niet, die de gesprekken met de vrouwen heeft gehad en de drieduizend tekstberichten met de destijds minderjarige fan onder ogen heeft gekregen. We zijn de FBI niet, die nog steeds op de zaak zit om beschuldigingen aan feiten te linken met bewijzen. We zijn de rechter niet, die uitspraak in deze zaak zal doen. We zijn Phoebe Bridgers en Mandy Moore niet, die met de beschuldigingen van Adams’ ronduit walgelijke terreurgedrag moedig naar buiten zijn gekomen.

Wij zijn maar muziekliefhebbers die gevoel al eens laten primeren op feiten als we naar platen luisteren. En die de afgelopen twintig jaar Adams muzikaal enorm hoog hadden zitten hier bij enola, omdat hij een van de meest constante songwriters in deze grillige jaren 2000 is. Die hem roemden om z’n geloofwaardigheid wanneer hij jankte dat hij monsters zag, dat liefde de hel is en die zich een gevangene van z’n ex, Mandy Moore, noemde op z’n laatste plaat omdat de huwelijksbreuk hem zo’n pijn deed. Die 1989 van Swift coverde omdat die plaat hem zo’n troost geboden had na de breuk met Moore. Dat is wat singer-songwriters veelal doen: feiten muzikaal vertalen naar gevoel. Of omgekeerd.

En daar wringt het ‘m net. Die geloofwaardigheid is zwaar ondermijnd, om het met een eufemisme te zeggen. Als je feiten niet van gevoel kunt loskoppelen, verkloot dat het luisteren van Wednesdays. Het is gevaarlijk daarmee op het hellend vlak van de cancel culture te belanden. Als je elke plaat van rabiate eikels, ‘douchebags’, brokkenpiloten en figuren die je eigen waarden en normen als voetkleed zouden gebruiken uit je collectie moet gooien, zal er weinig overblijven. De muzieksector loopt vol ziekelijke narcisten. En dan hebben we het nog niet gehad over producers, managers, crew, labelmedewerkers in de entourage van de betreffende artiesten die mensen als vuil ondergoed behandelen en die je liever geen cent zou geven van de plaat die je toch maar mooi hebt gekocht. Dat is een letterlijk nooit eindigende discussie.

Bovendien is een hotelkamer afbreken en het personeel afblaffen één ding. Vrouwen seksueel chanteren, je opdringen aan minderjarigen en manifest manipuleren vanuit je machtspositie, is iets anders,  van het verwerpelijkste denk- en doenbaar. En het gevoel leeft dat het riooldeksel van de muzieksector bijlange nog niet zo hard gelicht als dat van Hollywood met de zaak Weinstein. Dat levert, ten slotte, een interessante parallel op. Gaan we voortaan uit verontwaardiging geen films van Tarantino meer kijken die door de Weinstein Company geproducet zijn? Zegt u het maar: wellicht niet, nee. Mochten het feministische pamfletten zijn die door Weinstein zelf geregisseerd werden, was dat anders geweest. Die geloofwaardigheid is hij op z’n zachtst gezegd kwijt (feiten versus gevoel, weet u wel). En gelukkig veel meer dan dat.

En daar wringt het dus voor Adams, in limbo tussen beschuldiging en veroordeling: de geloofwaardigheid. Het begint al met het strategisch geplaatste openingsnummer “I’m Sorry And I Love You”, dat oorspronkelijk ergens achteraan op het eerste van de drie in 2019 te verschijnen albums, Big Colors, gestaan zou hebben. En dat we zouden opnemen in elk nieuw best of-lijstje dat we van Adams zouden maken. Maar een smalend “het zal wel, kloteklapper”, flitst al snel door het hoofd. De vrouwen die hem beschuldigen wachten nog altijd op persoonlijke excuses. Door die bril wordt Wednesdays een dodelijk irritante calvarietocht van misplaatst zelfmedelijden. Aan u om die bril al dan niet af te kunnen laten.

Wie die bril wél af kan laten, wacht een bloedmooie plaat die perfect in het rijtje past van andere hoogtepunten in z’n oeuvre als 29 en Ashes And Fire. Los van de feiten had het op gevoel een moderne klassieker kunnen zijn. Want deze plaat is meer gefocust dan die twee, zonder één enkel afdankertje, en dingt bijgevolg mee naar een podiumplaats in Adams’ oeuvre. Dan weet u hoe laat het is.

Negen van de elf songs hadden op het oorspronkelijke Wednesdays gestaan, de tweede plaat die voorzien was in 2019, mét aanvankelijk een albumcover die vet knipoogde naar de Springsteenklassieker Nebraska. Die cover is nu vervangen door een beeld van twee treinen in het station. Om te zeggen dat Adams voortaan op het juiste spoor zit? Van het duet dat destijds met Emmylou Harris was opgenomen, als opvolger van nog zo’n klassieke song “Oh My Sweet Carolina”, is echter geen spoor te bekennen.

Wednesdays is dus een feest voor de doorgewinterde Adams-fan (waarvan akte op z’n sociale media) én een mooie binnenkomer voor wie nieuwsgierig is naar wie die Adams in het oog van de storm eigenlijk is. De toon is intimistisch, de lap steel huilt mee met de bedeesde akoestische gitaar, de arrangementen zijn piekfijn met strijkers op het juiste moment, Adams’ stem echoot al eens een eind weg, de mondharmonica doet het licht uit in het mooie “When You Cross Over” en aan in “So, Anyways”. Enkel in het iets meer naar countryrock neigende “Birmingham” is de toon wat uitgelatener.

Tekstueel moeten er geen verwijzingen naar de hele zaak gezocht worden. Alle songs dateren al van voor de storm losbarstte en gaan over andere zaken waar hij mee worstelde, zoals de dood van zijn broer. Naar eigen zeggen heeft Adams het afgelopen anderhalf jaar tijdens de nodige introspectie wel tientallen nummers geschreven over zijn gevoelens bij de hele zaak, en is dit het begin van een nieuwe trilogie. Daar zijn we wel benieuwd naar. Zijn aanklagers waarschijnlijk ook.

Wednesdays is in elk geval de veiligst mogelijke comeback op kousenvoeten. Of het de slimste is, dat is een andere vraag. Dat zal de tijd uitwijzen. Vandaar ook: verwacht hier geen sterren, cijfers of bolletjes ter quotering. Geen wonder dat de muziekpers de plaat het liefst negeert: elke recensie levert een met komma’s en voegwoorden gelardeerde spreidstand op waar zelfs Joachim Coens klamme handen van zou krijgen. U bepaalt met welke bril en moreel kompas u Wednesdays beluistert. Het beste dat Wednesdays echter kan overkomen, is herwonnen geloofwaardigheid. Dat feiten en gevoel hier weer kunnen samenstromen zoals we dat destijds op z’n ander beste werk vonden. Maar dat lijkt er niet echt in te zitten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier × een =