SAULT :: Untitled (Black Is) + Untitled (Rise)

Aan het begin en het eind van deze bloedhete zomer bracht het mysterieuze SAULT twee fantastische platen uit die samen een ooggetuigenverslag vormen van de oorlogszone in de strijd om gelijkwaardigheid. Dit is noodzakelijk luistervoer, het is de revolutie die u niet op televisie zal zien, maar die u wel op uw radio gehoord moet hebben.

Not everything that is faced can be changed, but nothing can be changed until it is faced”, aldus de cultuurkritische auteur James Baldwin. Nu we dit jaar honderduit geconfronteerd worden met de uitwassen van het structureel racisme in onze maatschappij en de sociale onlusten als reactie, lijkt het erop dat we – voorzichtig – kunnen beginnen hopen op verandering.

Zoals de leden van Anonymous tien jaar geleden de strijd tegen het systeem boven het individu plaatsten, zo kiest ook SAULT voor de anonimiteit. De boodschap is belangrijker is dan de boodschappers en de boodschap die we hier op Untitled (Black Is) en Untitled (Rise) voorgeschoteld krijgen is straf, heel straf.

Voor beide platen dompelen de muzikanten van SAULT zich onder in de muzikale grondstroom van vierhonderd jaar Afrikaanse diaspora in een wereld die geregeerd wordt door blanken. De inner city blues en de strijd zijn overal hetzelfde, van grootsteden als Londen en New York tot in de favela’s van Zuid-Amerika waar de zwarte gemeenschappen de drumritmes als hartslag al eeuwenlang onderhouden. Die grondstroom heeft zich gaandeweg vertakt in sambaritmes, nyabinghi-drumming, ska, reggae en salsa, funk, blues en soul. Bij SAULT komen al deze invloeden in één grote gulp naar boven. Als een niet te stuiten stream of consciousness verweven ze al deze invloeden: de hoofdtoon op beide platen wordt gevormd door r’n’b en hiphop, maar elk album legt eigen accenten.

De eerste plaat Untitled (Black Is) is een sloophamer, een woeste aanklacht tegen een systeem van institutioneel racisme waarin we onbevangen meedraaien en dat ons al eeuwen wordt ingeprent via daden én woorden (lees gerust het lemma in Van Dale over het woord ‘zwart’ en haar negatieve connotaties.) Kinderen zingen in de opener (“Out the Lies”) over de ontmaskering van de leugens waarin we leven. Als we wilen dat er iets verandert begint dit bij de opvoeding.

Wat ‘zwart’ wél kan zijn, krijgen we in de volgende achtenveertig minuten voorgeschoteld in een dol spervuur aan stijlen. Meteen na de opener worden we midden de revolutie in geworpen zoals deze de voorbije maanden heerste in de straten. “Stop Dem” mag meteen mee op de soundtrack van de rellen met z’n dreigende synths en van sirenes zwangere geroep, dat hartverscheurend verder blijft klinken nadat de muziek is uitgestorven. Hetzelfde voortjakkerende tempo weerklinkt ook in de op jachtige drums drijvende achtervolgingsscène “Don’t Shoot, Guns Down” waarin de achtervolgde pleit voor z’n leven (“Don’t shoot I’m innocent, racist policeman”).

De dolle rit dendert ondertussen genadeloos verder. In “Bow” lijkt de elektrische gitaar weggelopen uit het futuristische Bitches Brew van Miles Davis en het gezang komt van de eeuwig militante afrobeat van Fela Kuti. Voormalige kolonies worden opgesomd, met als refrein het mantra “We got rights”. De huidige generatie wijst de maatschappij ook op haar verantwoordelijkheden en verwacht naast verontschuldigingen ook de vereffening van de openstaande schuld: “Sorry Ain’t Enough”. “Black” drijft voort als een dubby hiphopbeat uit het universum van Shabazz Palaces, waarover enkel het woord ‘black’ wordt gezongen, doorkruist met angelieke gezangen en ijle Santana-gitaarsolo’s. Zich laten meeslepen is de enige manier om deze orkaan van stijlen te doorstaan. Het is soms vreemd, maar het is even bezwerend als verslavend.

In “Hard Life” wordt de zangeres constant de mond gesnoerd. Het nummer bloeit pas open wanneer “Finally we reach the end” eindelijk tot een goed einde kan worden gebracht. De spirituele soul die hieruit geboren wordt, vervelt verderop nóg een keer tot een gospel: “Everything is gonna be allright / Because God is on your side”. Die hoop slaat echter even snel om in wanhoop zoals in “Why We Cry Why We Die”: “I just need an angel / You will not save me / Why? / I guess that’s why we cry”. Het is als in de romans van Colson Whitehead: soms slaagt een individu erin om zich tijdelijk te ontworstelen uit de klauwen van zijn onderdrukker, om daarna toch nog opgeslokt te worden door het onverschillige systeem. Berusten is echter geen optie meer.

De tweede plaat Untitled (Rise) staat voor de wederopbouw. De vuist op de hoes heeft plaats gemaakt voor het verzoenende gebaar van biddende handen. Hield de eerste plaat nog meer de blik militant naar buiten gericht, dan gaat Untitled (Rise) meer uit van de eigen kracht. Ze is overtuigd van de eigen sterkte zonder in de aanval te gaan, minder The Last Poets en Malcolm X en meer Stevie Wonder en Martin Luther King. Volgens die laatste kan haat immers niet bestreden worden met haat, enkel met de liefde.

Deze houding resulteert in een verschroeiend openingskwartier. De krachtige teksten in “Strong” en “Fearless” drijven op funky percussie, pulserende baslijnen en soulvolle handclaps. “Rise” is een intentieverklaring: “It’s time to face a new morning / The sun’s shining just for you / Rise, baby, rise” om vervolgens naadloos over te gaan in het absolute hoogtepunt “I Just Wanna Dance”, een indrukwekkende suite van naadloos in elkaar geweven funk, r’n’b en sambadrums.

Untitled (Rise) is ingetogen en bespiegelend als het kan, uitbundig waar het mag en verontwaardigd wanneer het moet: “Black woman angry / Black man angry”. In “No Black Violins in London” klinkt het “Tryna call the police on somebody for eating ice cream / Going to the park / Hanging out / Graduating / Looking at me sideways / Is you out your mind? Or is you crazy?” Die kunnen we gerust in onze zak steken. De sfeer is op de tweede helft van het album meer bedachtzaam, maar minder dan urgent wordt het nergens.

Op drie maanden tijd vulde SAULT twee laders met vijfendertig kogels van nummers die hun doel niet missen. Twee albums met eenzelfde boodschap maar elk met eigen accenten, waarbij een indrukwekkende waaier aan stijlen op twee manieren in elkaar gedraaid wordt. Is het op Black Is nog eerder ruw als een aan elkaar gestikt lappendeken – waardoor het geheel soms wat vermoeiend kan worden -, dan is Rise nóg beter en is de balans tussen de stijlen in deze melting pot helemaal geperfectioneerd.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

17 − 10 =