Daar zitten we dan, gewrongen tussen het offline nihilisme van grunge en de nieuwe digitale protestgeneratie. Wij, de millennials die feestend de eeuw inzetten, ironie omarmden, baarden en beanies ontdekten. Maar wie waren wij, muzikaal dan? Een melancholische terugblik.
Ik zit op de fiets op weg naar het zwembad en rijd via de Zuidfoor, onverbiddelijk onderdeel van de Brusselse zomer. Nu ben ik zelf niet zo’n foorganger, integendeel. Toch maakt de drukte me blij. Gewoon het feit dat dit nog bestaat. Dat mensen nog in de botsauto’s kruipen of eendjes vissen terwijl daarbuiten de wereld gebeurt. Iedereen door elkaar, oud en jong Brussel samen in de rij voor foorfrieten. Vlak voor ik moet inslaan, zie ik mensen in een luchtbal spetteren in een plastic waterbad. Ze doen me denken aan Wayne Coyne, die nu ook alweer decennialang in eenzelfde ballon over een publiek van beautiful freaks rolt tijdens concerten van The Flaming Lips. Happenings waarbij de confetti overvloedig in het rond dwarrelt. Het zou me verbazen moest iemand hier al ooit van The Flaming Lips gehoord hebben. Maar we hebben ongetwijfeld allemaal als eens een zachte kogel van het leven moeten incasseren. We hebben allemaal al eens gewacht op superman die toch niet bleek te komen.
De foor in het dorp waar ik vandaan kom, was een pak kleiner dan hier. Maar de onschuld was even groot. Onschuld, dat grote slachtoffer van die zachte kogelregen van het leven. Het grootste slachtoffer op The Soft Bulletin, het meesterwerk van The Flaming Lips uit 1999. Het leven raakte uiteindelijk ook Wayne Coyne, eeuwige optimist met zijn rood krulhaar en zijn liedjes over vaseline en de zoo tijdens Kerstmis en postbodes die maar bleven geraakt worden door de bliksem. Maar uiteindelijk worden mensen ziek of gaan ze dood. Zomaar. Ook mensen die je graag ziet. Ondanks het feit dat je ze graag ziet.
Maar ik zat op de fiets met een missie, namelijk zwemmen. Ik ging baantjes trekken in het gemeentelijk zwembad, hartje Marollen. Daar waar mensen wonen die niet enkel zachte kogels, maar ook al eens een harde klap van het leven gekregen hebben. Een kanonskogel die je wegkegelt en waar je niet zomaar terug van rechtkrabbelt. Ik laat me meedrijven met het water met een beetje schuldgevoel, maar vooral heel veel geluk in het leven. “Feeling Yourself Disintegrate” begint te spelen in mijn hoofd. Zolang je niet kopje onder gaat, is alles oké, ook al wijk je een beetje uit.
Ik schrijf deze tekst op het terras van een houten café met plastic stoelen. Je komt er voor een koffie en vertrekt er met een schilderij of een kastje dat voor een willekeurige deur op zoek is naar een nieuwe eigenaar. De antiquairs eten spaghetti en drinken wijn op straat, ik denk aan “Waiting For Superman” en schiet vol. Het is zo’n zeldzaam nummer waar je een leven mee verder kunt. “Tell everybody waiting for Superman/ That they should try to hold on best they can/ He hasn’t dropped them, forgot them or anything/ It’s just too heavy for Superman to lift”: de kindertijd loopt er aan tegen volwassen verdriet. Het is een nummer voor dat moment wanneer je finaal voorbijgelopen wordt door het echte leven. Superman gaat je dan niet optillen, maar in het beste geval heb je wel iets om je aan vast te klampen. Een nummer als een troostende arm.
Daarom wil ik niet te veel denken aan alle interne strubbelingen die The Flaming Lips teisteren en waardoor Coyne nu nog als enige originele lid overblijft na muzikaal genie Steven Drozd, full time weirdo Kliph Scurlock en die zwijgzame, maar ongetwijfeld onmisbare Michael Ivins er finaal te hebben afgereden. Ik wil dat The Flaming Lips als een hechte bende samen klaarstaan om me te redden. Ik wil een groep zien, ik wil het idee koesteren dat een rockband zijn ook een soort pact voor het leven inhoudt. Zeker bij The Flaming Lips, die ooit ontstonden in het underground circuit van de jaren ’80. Busje in, zelf het podium opzetten in alweer een kleine club in een onooglijk Amerikaans dorpje. Punkhippies die elkaar in bescherming namen tijdens drugsverslavingen, overlijdens, conflicten met platenfirma’s, eindeloze freaky experimenten met auto’s en zelf gefinancierde kerstfilms. Our band could be your life: daar geloofde ik toch nog net in. Niet in moddergooien in online interviews en op sociale media.
Zo meteen zal ik me door de foorgangers weer een weg naar huis banen. Die foor staat er nog wel eventjes. Mensen zullen nog een tijdje kunnen eendjesvissen en in de botsauto’s zitten. Ik hoef er niet aan deel te nemen en toch zal het beeld me gelukkig maken. Een verklaring heb ik niet, maar je moet het wonder accepteren als het komt – een beetje zoals The Flaming Lips. Ik zal naar huis fietsen alsof er aan het einde van de rit een prijs op me wacht. Ik zal ondertussen aan Wayne Coyne denken en aan The Flaming Lips en aan The Soft Bulletin. Aan confetti en aan superman en aan alle mensen die ik graag zie.



