Arnon Grunberg :: Bij ons in Auschwitz

Holocaustliteratuur is een breed en mogelijk zelfs ietwat vreemd begrip dat zowat alle geschriften omvat die samenhangen met de Holocaust en Jodenvervolging onder nazi-Duitsland. Daarbij kan het zowel om getuigenverslagen gaan als om fictionele romans en alles wat ertussen ligt. Een aparte plek daarbinnen nemen uiteraard de dagboeken en getuigenissen in, waarvan sommige postuum zijn verschenen. Het doel van deze geschriften was vaak om de genocide en onmenselijke behandeling aan te klagen, dan wel een poging om na de bevrijding in het reine te komen met wat gebeurd was en het trauma te verwerken.

De indrukwekkende hoeveelheid geschriften die bestaan, geven een vaak unieke, maar ook morbide inkijk op de zogenaamde Endlösung. Behoudens academici en specialisten zullen er weinig zijn die de hoeveelheid literatuur die achterbleef ter hand genomen hebben. Op een enkele naam na zijn de meeste auteurs ervan grotendeels onbekend gebleven bij het grotere publiek. Hoewel toeval hier zeker een rol in speelt, kan niet ontkend worden dat de getuigenissen in die mate gelijklopend zijn dat het literaire kunnen en aanpak van de auteur ook een rol speelt in de ‘populariteit’ ervan. Hoe oneerbiedig het ook klinkt, de realiteit is dat er door de industrialisatie en structuur van de concentratiekampen (in het bijzonder vanaf de jaren veertig) weinig verschil was in de ervaringen van de gevangenen, waardoor zelfs een beperkte lezing al een duidelijk beeld schept van de gruwel.

Wie overleefde, hoe kort ook, deed dit immers door alle overlevingsinstincten aan te spreken en zich aan het leven binnen het kamp aan te passen. Een vergelijking van verschillende getuigenissen levert in die zin vooral een persoonlijke nuancering op – ofwel door de contacten die men had ofwel omdat men in een “bijzondere” situatie zat omdat men arts was dan wel lid van het Sonderkommando. Dat laatste was de groep die het best gevoed en gekleed was binnen het kamp en louter uit Joden bestond. Het Sonderkommando had echter de bittere taak om niet alleen de nieuw aangekomen Joden op het perron op te vangen en hen van hun bagage te ontdoen, maar ook om hen mee te begeleiden naar de gaskamers en van alle waardevolle bezittingen te ontdoen alvorens de lichamen te verbranden.

Leden van een Sonderkommando wisten dat zij ten dode opgeschreven waren en dat ze hoogstens enkele maanden uitstel van executie zouden kennen alvorens zelf vergast te worden en anderen hun plaats tijdelijk zouden innemen. Een aantal onder hen heeft voor hun dood dan ook getracht zoveel mogelijk op papier te zetten en te begraven, in de hoop dat  deze misdaden na de val van nazi-Duitsland toch boven water zouden komen. Onder meer geschriften van Zalmen Gardowski en Zelman Lewenthal werden zo teruggevonden. Door toeval en stom geluk hebben daarnaast een aantal leden ervan het kamp overleefd, waaronder Filip Müller die in 1979 over zijn jaren in Auschwitz zou getuigen. Er waren echter ook anderen die het van nabij meemaakten, zoals Miklós Nyiszli, die als forensisch arts voor kamparts Jozef Mengele werkte.

Dergelijke getuigenissen en geschriften hebben nog meer dan die van overlevers een schaduw over zich hangen, in het bijzonder wanneer de auteur ervan ze neerschreef in het volle besef dat elke dag zijn laatste kon zijn en dat er geen voorafgaande waarschuwing zou zijn. Gardowski weet in zijn fragmenten een opvallende poëzie te brengen die bij de anderen ontbreekt, ook de woede is hier duidelijk voelbaar. Hij zou dan ook samen met andere leden van het Sonderkommando een opstand organiseren die snel neergeslagen werd, maar waarvan alvast zijn op schrift gestelde intentie overgebleven is. Ook andere gevangen kregen lucht van deze opstand en beschrijven die, inclusief de verschillende gevoelens die ze hierbij ervoeren. Hoe hoopvol het idee van verzet immers was, het betekende ook gevaar: SS’ers die nog meer gespannen waren en sneller en zwaarder zouden straffen, zelfs als er geen vergrijp was.

Toch vormt dit luik niet noodzakelijk het meest beklemmende in de bloemlezing Bij ons in Auschwitz die Arnon Grunberg samenstelde. Misschien is er wel een vreemd soort gewenning ontstaan rond dit gruwelijke aspect van de kampen via literatuur, film en overlevering waardoor het geen schokeffect meer heeft. Of misschien is het paradoxaal genoeg net door de literaire manier waarop het geschreven is. Net als de andere stukken lezen ook deze beschrijvingen immers net alsof ze uit een roman geplukt zijn. Daardoor leeft de lezer weliswaar sterk mee met het gebeuren, maar kan hij ook de indruk krijgen dat het niet meer dan fictie is (zelfs al is hij zich bewust van het reële karakter ervan). Het is een ongemakkelijkheid die over de hele bloemlezing hangt, het vertrouwelijke van het gebeuren gekoppeld aan een kundig schrijven waardoor de hele gruwel bijna fictief wordt.

Geen andere genocide is zo goed gedocumenteerd en overgeleverd als de Holocaust, daarbij hebben deze getuigenissen naast de bureaucratische ingesteldheid van het Derde Rijk een schat van informatie opgeleverd. Hele bibliotheken kunnen gevuld worden met enkel maar academisch-historische werken en reflecties. Getuigenissen verbleken daarbij door hun beperkte kijk – althans voor wie het hele verhaal wenst te kennen. Maar geen werk, hoe grondig gedocumenteerd of onderzocht ook, kan uiteraard de menselijke ervaring even goed vatten als die van hen die het ondergingen en al dan niet overleefden. Alleen al om die reden vormen deze geschriften een meerwaarde.

Bij ons in Auschwitz is de eigenzinnige keuze van Arnon Grunberg, wiens beide ouders de kampen overleefden. Opgedeeld in vier grote delen wordt een beeld geschetst van de aankomst en selectie in het kamp, het dagelijkse (over)leven, het vermelde Sonderkommando en tot slot de bevrijding en het leven na de kampen. Grunberg zelf geeft in zijn voorwoord/inleiding duiding bij het vernietigingsprogramma van de nazi’s, alsook hoe het stadje Auschwitz zou uitgroeien tot een begrip. Daarnaast staat hij stil bij hoe het zijn weg vond naar literatuur en getuigenissen om tot slot te besluiten dat dit maar een mogelijke en persoonlijke bloemlezing is. Er zijn immers ook andere bloemlezingen en keuzes mogelijk, en hun verhaal is even relevant en dwingend. Dat verandert evenwel niets aan het feit dat Bij ons in Auschwitz aan de hand van verschillende stemmen een heldere inkijk biedt in het leven in het concentratiekamp Auschwitz, van aankomst tot het einde en erna.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zeventien + 4 =