Yueran Zhang :: Tien liefdes

Wanneer over literatuur uit het Oosten gesproken wordt, blijft die in de eerste plaats beperkt tot Japan. Naast grootheden als Kenzaburo Oe, Yasunari Kawabata, Junichrio Tanizaki en Yukio Mishima, laten ook hedendaagse auteurs als Yoshimoto Banana (Kitchen), Sayake Murata (Buurtsupermens) en vooral Haruki Murakami meerdere belletjes rinkelen. Schrijvers uit andere Oost-Aziatische landen vinden hier nauwelijks voet aan de grond, zelfs China lijkt er maar niet in te slagen zijn auteurs echt te exporteren. Behoudens Jung Chang (Wilde zwanen. Drie dochters van China) kunnen enkel Nobelprijswinnaar Mo Yan (Het rode korenveld) en Yu Hua werkelijk op enige naambekendheid buiten eigen land rekenen.

Nochtans zet China sinds 2004 zwaar in op het verspreiden van zijn cultuur via de Confucius-instituten, al liggen deze de laatste jaren ook onder vuur als centra van propaganda en censuur. Mogelijk speelt dit mee een rol in het feit dat ondanks een bloeiende literaire scene rond de `nieuwe generatie` (geboren na 1970) de werken hun weg niet naar buiten vinden. Voor de auteurs zelf maakt het uiteraard weinig uit. Met een potentieel marktaandeel van meer dan een miljard moedersprekers is elke vertaling finaal niet meer dan extra kruimels, terwijl de Angelsaksische wereld al voldoende eigen schrijvers heeft. Wanneer er dan toch een werk zijn weg vindt naar het Nederlands en bovendien van een hedendaagse (vrouwelijke) auteur, is enige interesse niet meer dan gepast.

Yueran Zhang (张悦然, 1982) won in 2001 de New Concept Writing Competition die sinds 1999 georganiseerd wordt door zeven universiteiten en Mengya magazine met als doel nieuwe schrijvers te ontdekken. Voor de meeste winnaars geldt het als een belangrijke springplank naar succes, evenzo voor Zhang die in de jaren erna acht bundels kortverhalen en romans zou schrijven. Net als haar tijdgenoten schuwt ze de grote maatschappelijke thema`s die het werk van Yan of Hua overheersen en focust ze veel liever op het dagelijkse leven van haar vrouwelijke hoofdpersonages, waarbij gedoemde liefde alvast in Tien liefdes centraal lijkt te staan. Aan de Nederlandse vertaling is het verhaal “1890: een zonnebloem verdwijnt” uit de gelijknamige bundel toegevoegd op verzoek van redacteur-vertaler Annelous Stiggelbout.

De keuze om dit verhaal mee op te nemen wordt verantwoord door het feit dat Vincent Van Gogh en een zonnebloem erin centraal staan, al mag meteen de vraag gesteld worden waarom die bundel dan niet vertaald werd in plaats van Tien liefdes. Op zich verschilt het verhaal qua opbouw of stijl immers nauwelijks van de andere verhalen en lijkt Zhang zich tussen beide bundels in als auteur niet noemenswaardig verder ontwikkeld te hebben dan wel voor een andere stijl gegaan te zijn. Hoewel het verhaal enkele fantastische elementen heeft -de zonnebloem waarvan sprake heeft een zelfbewustzijn- draait het immers voornamelijk om de liefde die het voelt voor de schilder en hoe die voor de bloem fataal zal aflopen. Het is een thema dat in zowat elk kortverhaal in een gewijzigde vorm opduikt, en vormt samen met de vaak wrede vaders zowat de essentie van Zhangs verhalen.

In zekere zin zijn de verhalen dan ook als korte sprookjes te lezen waarbij de boze stiefmoeder vervangen is door een kwade vader en waarin de realiteit net ietsje anders is. Zhang weet daarbij haar vrouwelijke hoofdpersonages steeds zo te portretteren dat hoewel hen vaak een droevig lot wacht, ze er zelf voor gekozen hebben en dat meer dan eens uit een onbaatzuchtige, onbereikbare liefde. Slechts in twee verhalen is het niet de jonge vrouw die aan het kortste eind trekt, maar zelfs dan heeft ze een lijdensweg af te leggen vooraleer haar enige verlossing wacht. Het patroon dat op die manier in de verhalen opduikt, creëert -in het bijzonder door de herhaling- een zekere vermoeidheid. Hoewel Zhang duidelijk kan schrijven, valt er weinig diepgang te ontdekken en laat de bundel weinig indruk na.

In eigen land geldt Zhang als succesvol en wordt ze ondanks het feit dat haar verhalen zo goed als nooit een fraai gezinsportret schilderen, niet gehinderd door enige vorm van censuur. Ze lijkt in haar schrijfstijl en thema’s typerend te zijn voor een nieuwe generatie van auteurs (de post 80-generatie) die vooral naar het eigen leven kijkt en zich weinig aangelegen laat van maatschappelijke ontwikkelingen. Uiteraard is geen schrijver verplicht om zich over grote thema`s of de wereld in zijn geheel te buigen. Ook in het kleine en alledaagse kan het universele schuilgaan, maar dat laatste geldt niet voor deze bundel. Zhang schrijft niet onaardig en heeft zeker meer dan genoeg verbeeldingskracht, maar op het einde weet ze noch te beklijven, noch bij te blijven. Tien liefdes is geen onaardige bundel kortverhalen rond liefde, maar de noodzaak om net dit werk of auteur in vertaling te brengen, komt hier niet naar voor.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

11 − drie =