Blog: Internationaal Kortfilmfestival Leuven

OPENINGSAVOND KORTFILMFESTIVAL LEUVEN – 30/11/2019

Afgelopen zaterdag werd de jubileumeditie – de teller staat immers op 25 dit jaar – van het Kortfilmfestival Leuven op gang getrapt in vaste thuisbasis het STUK. Wie de namen van de winnaars van de afgelopen jaren erop naslaat zal al gauw merken dat het Kortfilmfestival voor de Vlaamse film en televisie betekent wat Humo’s Rock Rally doet voor de rock: de grote talenten van de toekomst ontdekken. Onder de vorige winnaars mogen zich onder andere rekenen: Michaël R. Roskam, Lukas Dhont, ADil El Arbi & Bilall Fallah, Gilles Coulier, Robin Pront, Tim Mielants, Felix van Groeningen. Allemaal namen zij eerst hun prijs in ontvangst in het kleine Leuven vooraleer zij aan een reeks succesvolle langspeelfilms en/of tv-series begonnen. Johan Van Schaeren, oprichter van Fonk vzw dat al jarenlang de organisatie voor zijn rekening neemt, benadrukte daarom ook graag in zijn inleidend woord nogmaals waarom cultuursubsidies in de filmsector maar ook in andere kunstsectoren broodnodig bljiven.

Kortfilmfestival Leuven is dus bij uitstek de plek om de toekomstige groten van het Belgische filmlandschap te ontdekken in de Vlaamse programma’s: Fictie, Animatie en Documentaire. Het land in focus is dit jaar Griekenland waar het uitzonderlijke socio-economische klimaat een nieuwe reeks van filmmakers heeft grootgemaakt – toepasselijk de Weird Wave genoemd – met Yorgos Lanthimous (o.a. Dogtooth en The Favourite) als één van de bekendste vertegenwoordigers. Verder kan je in Leuven ook weer terecht voor puike programma’s Europese kortfilms, kortfilms voor kinderen of het Labo-programma voor de experimentelere kortfilms.

Op de openingsavond werd uitgepakt met een eclectisch avondje film en stelden we twee dingen vast: Ten eerste, wat er op visueel vlak mogelijk is met de vaak erg beperkte budgetten van kortfilms, is ontzettend hard geëvolueerd vergeleken met een tiental jaren geleden. En ook: de kortfilm positioneert zich meer en meer als een genre op zich. De typische drie of vier akte vertelstructuren van de langspeelfim die we oorspronkelijk nog regelmatig tegenkwamen in kortfilms worden genegeerd. De kortfilms werken eerder als een concept, een idee, dan een begin-midden-einde. Volgt u hieronder maar:

Holiday – Michiel Dhont

De première van Holiday, van Wildcard winnaar Michiel Dhont (broer van) van 2017 bracht ons naar de alom gekende ongemakkelijke plek van ‘Het Familieweekend’. De camera volgt Maurice (de alweer uitstekende Tijmen Govaerts) op de voet, die verloren loopt tussen zijn te luide familie en de steken onder water die heen en weer worden gegeven (“Is dat niet lastig dat gij dan nooit geen kinderen kunt krijgen?”). Even verdwaasd als Maurice is de kijker het noorden kwijt in deze prent waar ongemakkelijkheid de rode draad is: Wat zijn precies de familiebanden tussen deze personen? Wie precies is Nonkel Luc? Wat is er gebeurd waardoor zij het weekend vroeger moeten verlaten?

Het familiebezoek eindigt met een absurd bevreemdend stukje voyeurisme, waarna je blij bent dat het doek zwart wordt zodat je niet meer verder hoeft te kijken. Een seconde later wil je echter weten hoe het verder zal gaan met Maurice & familie: beklijvende personages in een desoriënterende film.

Swatted – Ismaël Joffroy Chandoutis

Swatted kaderde in het programma dat de crossover tussen film en video games onderzocht. Een thema dat enkele maanden eerder op het Brusselse Offscreenfestival ook al succes oogstte. Swatted sloeg in eerste instantie vrij goed in zijn opzet om een ongekend internet trolling fenomeen aan te kaarten: gamers die hun spel live streamen worden ‘gepranked’ door een valse melding van een familiedrama, waardoor een volledig uitgerust SWAT-team plots tijdens de livestream binnenvalt bij de gamer. Swatted pakte uit met een visueel hoogst interessante mix van archiefmateriaal van Youtube, het GTA 5 video game, maar vooral via een bevreemdend geanimeerde wereld, opgebouwd Swatted (2018)uit dunne lijnen die dwars door het landschap lopen.

Het steeds weer herhalen van hetzelfde patroon, nl. slachtoffers van swatting die hun relaas doen, verhinderde dat Swatted tot het einde kon boeien.

The Memory Shop – Christiaan Neu

De in nostalgie badende science fiction film van Christiaan Neu viel vooral op vanwege zijn ontzettend professionele special effects. Van dergelijke kortfilms hadden Vlaamse regisseurs een aantal jaren geleden nog niet durven dromen.

Het verhaal van The Memory Shop zou zo in het rijtje passen bij Black Mirror. We maken kennis met de mogelijkheden van onze technologie in de nabije toekomst en vragen ons daarna af of we  wel in die wereld willen leven. In se hebben we echter te maken met een film over niets meer of minder dan de liefde. In een slechte bui zou je de boodschap van The Memory Shop klef durven noemen, in een goeie bui past het woord “ontroerend” beter.

The Distance Between Us and the Sky Vasilis Kekatos

Om het land in focus te vertegenwoordigen werd Vasilis Kekatos’ film, de kortste in deze reeks kortfilms gekozen.  De camera zit voortdurende de twee hoofdacteurs op de huis, die elkaar leren kennen in een soort bizarre verleidingsdans, in gang gezet door het harde economische klimaat waarin de Grieken al meer dan 10 jaar vertoeven. In dit geval: het tekort aan 22,5€ voor een bus naar Athene.

Deze koelte wordt in schril contrast gezet met de plagerige en sensuele omgang tussen de twee hoofdpersonages en vooral erg mooi in beeld gebracht in het laatste shot, waarin Kekatos zijn camera plots op een afstand laat en onze twee hoofdpersonages op zijn meest glorieus, maar ook kwetsbaarst in het Griekse landschap plaatst.

#YouToo – Jenne Decleir, Bjorn Pinxten

Wie met #YouToo een complex drama over genderidentiteit had verwacht, moest zijn verwachtingen al snel bijstellen. #YouToo was duidelijk een echte jongensfilm waarin het plezier en de ontploffingen primeerden. “Volgende keer zullen we meer op het verhaal letten” beloofde regisseur Bjorn Pinxten achteraf nog. Vaagweg konden we ergens een soort van wraakgenre herkennen waarin een aantal mannen als wild opgejaagd wordt en de vrouw dit keer de jager is. Veel meer moesten we er niet achter zoeken, maar entertainend was het wel aan de reacties van het publiek te horen. Spielerei van enkele filmmakers die met eigenlijk letterlijk géén budget erin slagen om toch een visueel mooi spektakel neer te zetten en de kortfilmavond letterlijk met een knal af te sluiten.9

Vlaams Fictie programma 5 – 5/12/2019

Het Vlaamse fictie programma van Kortfilmfestival is dé plek op de affiche voor jong Vlaams talent om zich te tonen aan het grote publiek. Ook dit programma zorgde voor een mix van kortfilms van zeer uiteenlopende makelij. In de Q&A haalde Vincent Langouche, programmasamensteller van het Kortfilmfestival nogmaals aan dat de laatste jaren er een overvloed is aan regisseurs die op cinematografisch vlak boordevol ideeën zitten en prachtige scènes schieten, maar dat het de laatste jaren moeilijk blijkt om scenaristen te vinden om dat talent te voeden met interessant materiaal. Het mag gezegd worden dat dit ook in deze sessie weer naar voren kwam: Qua esthetiek liet elke film van dit programma een aantal erg mooie en ingenieuze dingen zien, maar zelden sloegen ze er in hun 14 tot 20 minuten in om als alleenstaand verhaal van begin tot eind te boeien.

Gyre – Charlotte Lybaert

In Gyre – een moeilijk woord voor o.a. draaikolk –  wentelde de camera rond de bizarre relatie tussen Alice (Alice de Broqueville van o.a. Girl) en haar vriendin, gespeeld door Maïmouna Badjie. Dit coming-of-ageverhaal speelt zich af binnen de arena van een kamplocatie: een betonnen blok in een stukje groen in verkaveld Vlaanderen, waar de camera zich doorheen de gangen, de slaapzalen en de trappen wentelt, terwijl de soundtrack akelig kreunt en kraakt. Zowel voor de kijker als voor henzelf is het niet duidelijk waar de verhouding tussen beide vriendinnen begint of stopt: zijn ze meer dan vriendinnen, kunnen ze elkaar vertrouwen? Is de fysieke aantrekking wederzijds? Niets wordt uitgesproken. In Gyre zijn het de aanblikken van de personages die het verhaal boetseren en blijft de dialoog als ruis hangen op de achtergrond. Ook in de desoriënterende, behoorlijk spannende laatste sequentie, worden we als publiek warm gemaakt voor een apotheose, maar zoals dat zo vaak het geval is bij de kortfilm, wordt die apotheose het publiek ontzegd.

Wilderness – Benjamin Sprengers

Na de jonge, eerder onbekende cast van Gyre, mochten de ervaren rotten in het vak, Bruno Van den Broecke en Inge Paulissen opdraven in het al even mysterieuze Wilderness. Veerle is een verpleegster die aan de slag gaat in een klein ziekenhuis, waarvan vanaf de eerste aanblik blijkt dat het niet je standaard hospitaal is (“het is hier niet zoals in het UZ. Hier is’t eerder… behelpen” horen we de dokter nog zeggen). Het is niet zo dat het ziekenhuis een uitgesproken malafide uitstraling heeft, maar alles aan de inrichting, die goedkoop en aftands oogt en de manier waarop het personeel er zich in voortbeweegt geeft het gevoel dat er iets niet klopt. Die mise-en-scène wordt erg consequent aangehouden en zorgt ervoor dat de verontrustende sfeer die Wilderness wil oproepen, blijft doorwerken. Regisseur Benjamin Sprengers plaatst vaak zijn camera ook op een observerende afstand, zoals bij het verontrustend oppervlakkige sollicitatiegesprek van Veerle, zodat we niet met onze blik op de personages zitten, maar eerder als externe observator de bizarre taferelen gadeslaan. Ook op hoofdpersonage Veerle blijft er een mysterieuze onduidelijkheid kleven. Zo komen we via fragmentarische stukken dialoog te weten dat ze uit een moeilijkere periode komt en medicatie moet slikken en ook de relatie met haar zoontje blijkt ook niet helemaal snor te zitten. Sprengers laat zowel qua plot als qua backstory van de personages nooit het achterste van zijn tong zien en maakt de kijker zo gretig naar meer. Daarom bij deze een warme oproep: Graag meer hiervan!

Burn Out One – Rik Chaubet

Afgelopen maand stonden de kranten nog vol over Martin Scorcese die zich negatief had uitgelaten over de onophoudelijke stroom aan superheldenfilms die door onze cinemazalen raast. Mr. Scorsese vond dat namelijk geen cinema. Met deze Burn Out One wordt er zowaar een Vlaamse superheldenfilm aan dat lijstje toegevoegd, al staat ie wel heel erg aan de zijlijn binnen dat genre.

Burn Out One lapt alle regeltjes van de kunst van het vertellen nogal bewust aan zijn laars. We zien achtereenvolgens post-apocalyptisch landschappen, meta-discussies over superhelden, een behoorlijk zwaar nachtje uit te Brussel en een anti-superheld Supermangewijs door de lucht zoeven. Waar de vorige kortfilm van het programma nog aandrong op het uitpuren van het scenario totdat je enkel het hoogstnodige overhoudt, was Burn Out One eerder een aaneenschakeling van vaag aan elkaar gerelateerde scènes die er lak aan hadden hun bestaansreden te verantwoorden.

Voor zover je het verhaal al kan plaatsen, zal je het al even snel weer vergeten, maar een aantal beelden blijven wel op het netvlies plakken. De razendsnelle montage sequenties in Brussel zaten knap in elkaar. Vooral het nachtje uit in Brussel zorgde voor een behoorlijke visuele trip. Onmogelijk om dat spervuur aan beelden te volgen, maar toch krijg je mee in wat voor roes je anti-held terecht komt, vooraleer hij plots halfnaakt wakker wordt in het Jubelpark. Ook de scènes op de post-apocalyptische aarde spreken enorm tot de verbeelding. Een pluim op de hoed van een team dat naar alle waarschijnlijk met erg beperkte middelen dat landschap diende te verwezenlijken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

achttien − 5 =