Mitski :: Be The Cowboy

Wat deed u zoal op uw 27ste? Mitski Miyawaki bracht haar vijfde album uit, opvolger van Bury Me At Make Out Creek (2014) en doorbraakplaat Puberty 2 (2016).

Stilstand is niet aan de Japans-Amerikaanse besteed. Getuigen daarvan zijn haar nomadische jeugd en haar levensstatus die vastgeroest staat op “eeuwig op tour”. Ook Be The Cowboy misstaat niet in dat rijtje. De voorbije jaren nestelde de singer-songwriter zich stevig in de indieharten met nummers die wortelden in alternatieve nineties rock en balanceerden tussen catchy en fuzzy, zoals het onverwoestbare anthem “Your Best American Girl”. Combineer dat met rake, bitterzoete lyrics die de gemiddelde luisteraar in het halfduister en in foetushouding meeprevelt en je krijgt een reputatie als artiest die hits schrijft voor eenzame zielen. Vandaag kan Mitski zich echter volwassen noemen, hét signaal om het laatste adolescentiestof van zich af te schudden en zowel op muzikaal als thematisch vlak de kaarten flink door elkaar te schudden. Openingsnummer “Geyser” slaat met zijn onheilszwangere intro en openbarstend middenstuk vol aanzwellende strijkers en ontregeld orgeltje nog enigszins de brug met het bekende geluid, maar daar blijft het bij wat crescendo erupties betreft. Scheurende gitaren belandden tijdelijk op de strafbank en feedbackknoppen bleven bewust onaangeroerd. Piano en synths, gecentreerd rond Mitski’s vocale acrobatentoeren, voeren plaatsvervangend de boventoon. Overleefde wél de transformatie: haar gave om op genuanceerde wijze de tinten van het menselijke isolatiespectrum te verpakken in een lied.

Elk nummer vormt een kort verhaaltje met een ander verzonnen personage in de hoofdrol. Soms is dat een verveelde huisvrouw in het met een zucht beginnende “Me And My Husband”, of zoals in spookachtige pianoballade “A Horse Named Cold Air” een oud paard dat in lang vervlogen tijden rende als de wind. Hierdoor creëert Mitski een narratieve afstand, maar ook een soort vrijheid waarin je als luisteraar niet opgescheept zit met het ego van de artiest. Of toch? Het grillige, uptempo “Remember My Name” lijkt wel een wanhopige tegenhanger van Irene Cara’s “Fame” en single “Nobody” scheurt een pagina uit het grote Robynhandboek door bitterzoete smeekbedes (“just give me one good honest kiss”) te combineren met een four-on-the-floor discoritme. Ook het catchy “Washing Machine Heart” kleppert voort op een op de heupen mikkend handklapritme en een niet aflatende vrolijkheid, alleen maar ondermijnd door een weifelend “why not me?”. Dit soort songs, gemaakt voor een duistere hoek op de dansvloer, wisselt Be The Cowboy onder meer af met nummers die baden in een dromerige, nachtelijke sfeer (“Come Into The Water”) of zelfs een vage countrymelodie op “Lonesome Love”. Die laatste bevat met het achteloos gefluisterde “nobody fucks me like me” meteen de meest recente toevoeging aan Mitski’s immer uitdeinende catalogus oneliners.

Toch zal dit niet bij iedereen in de smaak vallen. Be The Cowboy lijkt op papier misschien meer pop, maar is experimenteler en minder gepolijst, zonder hapklare melodieën of instant meezingbare refreinen. Dit is een artieste die niet aan een formule wil vasthangen en de luisteraar dwingt de zoektocht naar structuur te staken. Het is een reminder dat Mitski een diploma muziekcompositie op zak heeft en precies weet wat ze doet met plotse veranderingen van toonaard, abrupte sprongen in een zanglijn of bevreemdende klemtonen. Met een gemiddelde speelduur van twee minuten per lied lijkt over alles nagedacht en is geen seconde overbodig. Zuinig en gedisciplineerd presenteert ze veertien soorten eenzaamheid zonder in te boeten aan stijl. Een hoogtepunt is het bedwelmende “Old Friend”, waarin gedachten aan een ex uitnodigen tot fantasieën als “meet me at Blue Diner, I’ll take anything you want to give me, baby”.

Afsluiten in wrange, etherische schoonheid doet “Two Slow Dancers” in een verlaten turnzaal, onder een eenzaam glinsterende discobal. Lang nadat de laatste feestgangers zijn opgegaan in de nacht, probeert een oud koppel terug te vinden wie ze ooit waren. Pijnlijk melancholisch snijden de woorden “To think we could just stay the same/We’re just two slow dancers, last ones out” vlijmscherp doorheen een atmosfeer die niet had misstaan in The Roadhouse in Twin Peaks. Hoe het decor er ook uitziet, de wereld van Mitski blijft interessant om door te rijden. De impact ervan verandert naargelang de aandacht die men eraan geeft. Net daarom willen we blijven luisteren: om een halfuur durend enigma te ontrafelen. “We’ll meet her at Blue Diner. We’ll take anything she wants to give us”.

Mitski staat op 29 september in Trix (Borgerhout).

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

7 − 7 =