Interpol :: Marauder

Vier volle jaren is het alweer geleden dat Interpol met nieuw materiaal naar buiten kwam. Met El Pintor had de band in 2014 nog iets te bewijzen, namelijk dat het overgebleven trio na het vertrek van de in evenredige mate bejubelde (om zijn talent) en verguisde (om zijn gedrag) bassist Carlos D. nog bestaansrecht had. Van die taak wist ze zich met verve te kwijten zoals u hier nog eens kan nalezen. Het zal dus benieuwen met wat de groep zonder druk op de ketel komt aanzetten.

Wie de single “The Rover” gehoord heeft, weet al wat te verwachten: dampende, stampende powertrio rock. Niet meer meticuleus schilderen met texturen zoals op voorganger El Pintor, integendeel. Rechttoe rechtane songs, gedreven door een kolkende ritmesectie, die vooral mikken op de onderbuik, met refreinen die gemakkelijk door een volgestampte arena meegezongen kunnen worden terwijl de booties gezwind heen en weer shaken. “Huh? Praten we hier over dezelfde Interpol?” Ja, toch wel. De staccato-arpeggio gitaarmelodieën die hier de plak zwaaien etsen “© Daniel Kessler” in elke oppervlakte waar ze tegen botsen, terwijl dat unieke, überzwoele drumspel maar van één man kan komen. Gatversamme nog aan toe, wat kan die Sam Fogarino drummen, zeg. Hoor hem maar eens de pan uit swingen op “Complications” of de boel voortstuwen op “Stay In Touch”.

Het slechtste nieuws houden we voor het laatst, maar toch al meteen een zure appel: er staat anderhalve miskleun op de plaat. “Flight Of Fancy” ziet het groots, gaat voor een volledig punt en scoort dat met gemak. De bandleden klinken alsof ze zich tijdens de opnames staan af te vragen of dit nummer ècht wel op de plaat hoeft. De vraag stellen is ze beantwoorden. Het is een saaie, zeurderige, ongeïnspireerde hap die zelfs als B-kant niet zou volstaan. Een twijfelgeval is “Surveillance” dat wat moedeloos en schuchter naar de grond staart, de handen achter de rug en cirkeltjes trekkend met de voet. De boel komt nooit echt op gang en Banks wiegt de luisteraar ongetwijfeld ongewenst lichtjes in slaap tijdens het refrein. Een beetje alsof het nummer door tijdsgebrek nooit echt helemaal is afgewerkt geraakt en het dan maar zo op de plaat is gezwierd.

Wist de groep het vertrek van Carlos D. ongemeen goed op te vangen op voorganger El Pintor, dan wordt de man hier toch gemist. Op “Stay In Touch” bijvoorbeeld, waar Banks, die tegenwoordig in de studio de bas voor zich neemt, zich beperkt tot een eenvoudig motief dat heel het nummer aangehouden wordt. Ja, het past en volstaat wel, maar we kunnen ons niet ontdoen van de indruk dat Dengler hier iets boeienders tevoorschijn had getoverd, iets organischer met kleine, subtiele variaties naarmate de maten verstrijken. Het had de climax waar hier naartoe wordt gewerkt alleen maar groter gemaakt. Desondanks is dit nog steeds een van de hoogtepunten van het album.

Het is verder verbazingwekkend dat “Number 10” als tweede single werd gekozen en niet het aanstekelijke, absurdistische “Mountain Child” dat ter plekke staat te stampen om festival- en concertgangers al headbangend te vermaken. Vooral afsluiter “It Probably Matters”, met een geslaagde crooner-zanglijn van Banks, de zoveelste pakkende partij van Kessler, Fogarino die zich nog eens van zijn zachtere kant toont en geweldig aanzwellende orgelachtige synths tijdens het refrein, laat een stevige indruk achter.

Ondanks een fijne greep sterke songs zadelt de plaat de gewillige, gemotiveerde luisteraar met een eenvoudige maar cruciale vraag op: waarom in godsnaam moeten onze kwetsbare trommelvliezen per se aan flarden geschoten worden door die afgrijselijke distortion waar alles in baadt? Er rest te weinig plaats om idiote excuses als “dit is kei geweldig lo-fi” of “dit is de fucking sound van fucking tape, man” vakkundig en genadeloos de nek te breken. De enige waarheid is: het album klinkt ontzettend kut. Niks subtiliteit, alle schuiven in het rood, elk klankje overstuurd en even luid in de mix en dan wordt het al platgewalste, levenloze geheel nog eens door een betonnen brickwall bij de haren gesleurd. Op een nummer als “Number 10” neemt dit absoluut walgelijke proporties aan; de snare in het bijzonder is om te huilen, zo lelijk. Ongelooflijk maar waar: de YouTube-versie is nóg erger. Schrijnend en diep teleurstellend dat een groep als Interpol zijn werk zo laat verkrachten om toch maar een pole positie te kunnen verwerven in de idiote loudness war.

Maar we zijn positief. Na een paar luisterbeurten is uw gehoororgaan definitief naar de zak en dan hoeft u dit soort misselijkmakende, vormloze brei nooit nog te aanhoren.

Live: Interpol treedt 28 november op in Vorst Nationaal.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

veertien − 13 =